Wat wil ik?
Ik wil het goede, het ware, het schone...
Lieve Kolderieke Frederique,
Mag ik je met “U” aanspreken?
Nee, mag dat niet?
Okee, dan mag je mij ook tutoyeren.
Hartelijk dank dat je mij op de hoogte stelde van het wel en wee (het wee bedoel ik eigenlijk) van I. die ik inderdaad in een vroeger leven heb liefgehad. Dat vroegere leven was veertig jaar geleden…
Wat grappig dat ik nog in jullie conversaties ter sprake kwam, zij het, zoals je schrijft “niet altijd in positieve zin”.
Een kleine vraag van mijn kant, als je het niet al te erg vindt: “Waarom laat je mij dit allemaal weten?” Ik bedoel: ja, het was misschien wel ergens ooit een vorm van liefde die, wie weet, waarschijnlijk ooit iets had kunnen worden, veertig jaar geleden, ware het niet dat ik destijds psychosomatische bindingsangst had omdat ik toen nog mooi en aantrekkelijk was en elke veertien dagen een ander wilde, wat niet lukte, aangezien vrouwelijke wezens niet zagen hoe mooi en aantrekkelijk ik eigenlijk was. Ik wachtte op verliefdheid, maar die kwam niet. En dat mooie en aantrekkelijke van mij ging niet veel later door alcoholica, cannabis sativa en cocaïna snel voorbij. Wat mij bezielde? Ik was gescheiden, had een kind, wilde avontuur want ik dacht dat je om goed te kunnen schrijven avonturen moest meemaken. Maar mijn avonturen waren nogal goedkoop, kitcherig en vol van valse romantiek. Op een gegeven moment zat ik verleidelijk te mansplainen met de 21 jarige dochter van een oude vlam in een café waar ze boem-boem-boemmuziek draaide en toen dacht ik, terwijl ik de alcoholdampen voor m’n gezicht aan het wegwuiven was: ik moet hiermee stoppen! Ik wil liefde! Ik wil het Schone, het Ware en het Goede.
Maar ik lul teveel.
Ergens in het begin was I. mijn avontuur. Het werd me snel duidelijk dat zij als 24-jarige wilde leven als veertigjarige. Dat wilde ik niet. Maar nu laat je me weten dat I., die in Italië woont, erg gelukkig is met ene Pablo, een gehandicapte zoon heeft, en dat ik in jullie gesprekken voorkom, “maar niet altijd in positieve zin”. Dus in negatieve zin. Maar waarom laat je me dit weten? Ik snap het niet. Ja, je wilt mijn boek “De trip van Ferdinand Hania’’ voor haar. Kan ze het niet kopen? Is er geen post in Italië? Ik snap het werkelijk niet.
O ja, opeens schiet me nog iets te binnen. Twintig jaar geleden - Inge moet al “in her forties” zijn geweest - schreef ze een boek over eten in Italië. Ik presenteerde toen Dolce Vita, het slechtst bekeken televisieprogramma in Nederland ooit. Ik las op de callsheet dat zij zou komen. Met haar boek. Maar ze kwam niet. “Vraag maar aan Theodor,’ zei ze tegen een redacteur. “Ik heb haar waarschijnlijk heel slecht geneukt,’’ zei ik, want ik wist echt niet (en weet het nog niet) waarom ze niet kwam. En dan nu opeens… via jou…
Verder stond er in je brief nog een raar zinnetje: “Waarom schrijf je zoveel over Israël? Je bent toch niet Joods?’’ Toen ik negentien was schreef ik over Amerika, ik was toen ook geen Amerikaan. Inderdaad ben ik begaan met Israël, om tal van redenen. Wil je meer weten, dan raad ik je mijn boek “Het Israël principe” aan, maar ik vind het land en zijn bewoners iets om een voorbeeld aan te nemen. Ja, Netanyahu is misschien een schurk, maar hoeveel schurken zijn er wel niet met het beroep “Leider van het land”? Als je de waarde van die democratie niet ziet, als je de bedreigingen niet veroordeelt waardoor het land constant in oorlog is, dan heeft, denk ik, discussie geen zin. Heeft Israël disproportioneel gereageerd op die genocidale aanval van Hamas? Dat had Hamas kunnen weten, dat wisten ze is later gebleken, dus wijlen de leiders hebben welbewust hun mensen het graf ingejaagd. Walgelijk! Dat vind ik disproportioneel.
Maar goed, ik ben ook de lulligste niet. Ik zal jou een boek voor haar sturen, en ik zal ook een boek voor jou op de bus doen. Ik bedoel: die veertig euro die het me kost, betaal ik graag uit eigen zak hoor. Ik ben hartstikke rijk in mijn geest. En ik zie het als boete voor de zaken die ik jou en Inge heb aangedaan. (Ik heb jou toch niets aangedaan, behalve dan dat ik je destijds heb afgeraden om met je man te trouwen, waar ik achteraf gelijk in heb gekregen?)
Kortom: doe de groeten aan jezelf en Inge. Terwijl ik je dit schrijf probeer ik de hele tijd te bedenken waarom ik niet echt verliefd op I. werd. Toen ik daarna J. ontmoette was mijn bindingsangst als bij toverslag verdwenen. Hoe werkt dat in de menselijke geest? Jij bent psychologe en weet dat. Schrijf me dat! Dag kolderieke Frederique.
Theodor
P.S. O ja, ik lees net dat I. en jij denken dat jullie in het boek voorkomen. Dat is niet zo. Hoewel, dat weet je nooit. Het kan best zijn dat jullie het wel zijn, maar ik denk het niet. Ik zal het eens aan de schrijver vragen.
T
Kort verhaal
Weet Wim iets?
Hij durfde niet naar binnen, maar ging toch.
“Wat fijn dat je komt,’’ zei Wim.
“Het spijt me dat ik niet eerder kon komen, ik…’’
“Geeft niet, geeft niet. Je bent er nu.’’
Hij wilde het toch uitleggen: “Ik was in Frankrijk en…’’
“Geeft niet, geeft echt niet. Ik ben blij dat je er bent… Ga zitten. Iets drinken?’’
Even later zaten ze, ieder met een glas wijn, tegenover elkaar.
“Het was een enorme schok voor me,’’ zei hij.
“Ja,’’ zei Wim, “voor ons allemaal…’’ Die keek naar de grond en begon opeens te huilen.
De tranen kwamen in overvloed en leken naar het midden van de aarde te gaan, en hij wilde niets liever dan meehuilen, maar dat kon niet. Hij stelde de vraag waarvan hij het antwoord niet wilde horen.
“Hoe… is het gegaan?’’
“Ze is met de auto… ze reed te hard… tegen de vangrail en toen…’’ Hij maakte met z’n hand een plotselinge, hoekige beweging.
“Ze heeft niet geleden zeiden ze…’’
“Te hard gereden…,’’ herhaalde hij.
“Ja, ze kwam van haar werk… Een route die ze al duizenden keren had afgelegd… En opeens reed ze te hard en boem… tegen de vangrail…”
Wim was nog niet klaar met vertellen.
“De laatste tijd klaagde ze wel over hoofdpijn… en zo… ze werkte ook te hard, denk ik… ze wilde waarschijnlijk snel naar huis… En ze moet wel heel hard hebben gereden want die auto klapte helemaal dubbel en de airbag heeft haar niet kunnen redden.’’
“De airbag… Waarom niet?’’
“Daarvoor was de botsing te ingewikkeld geloof ik,’’ zei Wim. Hij veegde weer wat tranen uit zijn ogen.
Opeens waren ze beiden stil.
“Ze was zo mooi toen ze in de kist lag,’’ zei Wim. Dit wilde hij helemaal niet horen en hij was bang dat hij moest overgeven van spanning. “Je had haar moeten zien,’’ ging Wim door, “ zo mooi… Dat zei iedereen… Ze was omringd met wel duizenden bloemen…’’
“Ze was ook erg geliefd,’’ zei hij.
En toen keek Wim hem strak aan. Was het 't woord “geliefd”?
“Zijn er nog zaken die tussen ons moeten worden opgelost?’’
Zou hij het hebben geweten? Een week voordat ze stierf had hij nog gevraagd: “Weet Wim iets? Vermoedt hij iets?’’
“Ik weet het niet, maar zo kunnen we niet doorgaan,’’ had ze gezegd.
“Hoe moeten we dan doorgaan?’’
“Ik weet het niet. Het is misschien het beste om elkaar nooit meer te zien.’’
“Maar ik kan niet buiten je.’’
“Ach…, je kan over elke liefde heenkomen.’’
“Maar jij houdt toch ook van mij?’’ had hij gevraagd.
“Ja… heel veel… heel veel.’’




Netanyahu komt tenminste op voor zijn landgenoten. Dat kun je van Jetten niet zeggen.
Als teenager zagen ze me niet staan en nu (ik ben 64) moet ik ze van me afslaan. Wat heb ik verkeerd gedaan ? 🤨