Mensenkennis is een vloek
De opdracht van de kapitein
Darling L.C.,
Uiteindelijk verliezen we alles; het gaat om de volgorde waarin dat gebeurt. Ik vond je vriend heel aardig en eigenlijk begrijp ik niet waarom je hem hebt verlaten en waarom jij nu druipt van treurigheid. Bedenk wat Tennyson zei: “It’s better to have loved and lost than never to have loved at all.” Of zeg dat maar tegen hem. (Of heeft hij jou verlaten? Dat ben ik vergeten. Ik vergeet alles tegenwoordig en ben te moe om het terug te zoeken.) Het is duidelijk: ik begrijp de mens niet en zal hem nooit kunnen begrijpen, en misschien wil ik dat ook wel niet. De mens is een hoop teleurstellingen op een boot waarvan de kapitein opdracht heeft gekregen die tot zinken te brengen. Maar wanneer en hoe staat op een briefje dat hij van de Grote Reder heeft gekregen. Anders gezegd: maak het weer goed met je vriend, wiens naam ik me niet kan herinneren. Had je trouwens niet beter kunnen wachten tot je vriend dood was? De volgorde der dingen is belangrijk, heb ik gemerkt - daar hadden we het over. Daar dacht ik eveneens aan toen onze beider kennis B. opeens dood bleek. Zoals je weet wil ik niet meer naar begrafenissen en crematies, maar tegenwoordig kan zo’n dienst gestreamd worden. Ik kon me niet beheersen en keek naar een televisie-uitzending met vermoedelijk een zeer laag kijkcijfer.
Wat een ellende heeft B. meegemaakt. Zijn eerste vrouw verloren, een kind verloren, ouders die betrokken waren bij een spraakmakend treinongeluk, twee keer een hartaanval gehad op vakantie en bovendien op zijn werk ondergewaardeerd. “Hij was een moeilijke man voor zichzelf,” hoorde ik zijn dochter treuren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik hem zo niet heb ervaren. Zoals gezegd: ik heb geen mensenkennis. Misschien is dat een voordeel als je mensen ontmoet die moeilijk zijn voor zichzelf.
Terwijl ik naar die stomme uitvaart keek, dacht ik dat we de volgorde der dingen nooit in de hand hebben en dat die bepaalt of ons leven tragisch is en tragisch eindigt of niet. Het is geen oorspronkelijke gedachte, dat weet ik, maar bij B. heb ik altijd al gedacht dat de volgorde der dingen verkeerd was. Zijn eerste vrouw stierf aan een aandoening die aanvankelijk niet was geconstateerd door een plaatsvervangend arts. Pech. Zijn kind had een erfelijke ziekte die de moeder van zijn vrouw ook had. Pech. Zijn vrouw had dus verdriet om het verlies van haar kind, en toen stierf zij door een verkeerde diagnose. De volgorde was verkeerd. De volgorde is in principe vaak verkeerd, maar soms toevallig goed. Neem P. (Die ken je ook.) Ik bezocht hem vlak voor zijn sterven. “Ik ben klaar,” zei hij, alsof het een orgasme was. Hij was blij. Hij vond het fijn dat zijn vrouw, die kanker had, hem zou overleven, zijn kinderen hadden allemaal een mooie baan en zijn kleinkinderen hielden heel veel van opa. Hij keek uit naar de dood. (Volgens mij loog hij, maar zoals gezegd: ik heb geen mensenkennis.)
Heb je wat aan deze brief? Als je maar onthoudt dat de mens een ziekte is, die altijd verkeerd gediagnosticeerd wordt. Ik wilde je troost brengen, maar daartoe ben ik momenteel niet in staat. Daarvoor ben ik helaas te agressief, te moedeloos, te hopeloos en te angstig, om het eens zonder overdrijven te zeggen.
Ik heb genoten van je kleine gedichtjes over de dieren – die troostten me trouwens wel. Vooral de regels:
“Ik vroeg me af wie banger is:
ik – of de witte duif die zwanger is.”
Je doet mooi werk. Ik denk dat alle dieren in de wereld van je houden. Ik ook.
Liefs,
Theodor
Kort verhaal
Heerlijk
Ze zag hem met z’n vrouw en dacht: “Er is alleen maar onrechtvaardigheid in de wereld.’’
Misschien was het verstandig om om te draaien. Niet omdat ze ze dan zou ontlopen, maar omdat ze hoopte op die manier haar gedachtestroom te stoppen.
Ze draaide zich om, maar haar gedachten bleven doorgaan.
“Het is onrechtvaardig dat hij met haar is en niet met mij. Hij ontnam me daardoor mijn geluk. Met hem zou ik gelukkig zijn. En hij zou ook gelukkig zijn met mij. Ik zou hem veel gelukkiger kunnen maken dan die vrouw…’’
Ze stond even stil en veegde de tranen uit haar ogen.
“Het leven heeft zin zonder hem, dat weet ik heus wel, maar het zou zoveel leuker en fijner zijn geweest. Ik wilde voor hem zorgen. Ik zal het wel redden, maar het lijkt wel of ik gedoemd ben tot…’’
“Hee, hallo,’’ hoorde ze.
Ze keek om.
Daar stond hij, de man van wie ze zielsveel hield en daar was zij, de vrouw die haar ogen graag zouden doden.
“Hee, wat leuk om jullie te zien,’’ zei ze.
“Wat doe jij in deze buurt?’’ vroeg hij.
“Ik ben naar de tandarts geweest,’’ loog ze.
“Alles goed gegaan?’’
“Ja, geen pijn…’’
Ondertussen keek ze naar de vrouw van wie hij hield en die haar glimlachend aankeek. Ze begreep domweg niet wat hij in haar zag. Ze had geen smaak, ze was een muisje, saai, en je kon nou al zien dat het met de jaren niet beter zou worden. Integendeel. “Waarom, waarom, waarom?” Het was het woord dat zij misschien wel het meeste in haar gedachten had gehad. En nooit kwam er een antwoord. Ze was ook niet lief voor hem. Ze was een varken.
“Wij zijn op weg naar het Rijksmuseum voor die fototentoonstelling…’’ knorde de vrouw.
“Wat leuk.’’ En direct daarachteraan: “Als jullie het niet erg vinden ga ik snel naar huis. Ik moet nog zoveel doen.’’
“Natuurlijk,’’ zei hij.
Het varken knikte ook vol begrip.
“Tot ziens,’’ zei ze.
“Dag… leuk je even te hebben gezien.’’
Ze vond de dialoog absurd. Hij was afstandelijk en naar.
En toen kwam ze thuis.
Daar zat haar man.
“Hee, al thuis?’’
“Ja, ik verlangde naar je,’’ zei hij. Hij was duidelijk geil.
“Geef me even een kwartiertje,’’ zei ze.
Ze sloot zich op in de badkamer. Ze dacht aan haar vriendin Emma. “Verplichte seks is niet zo erg,’’had die gezegd, “Als je meegeeft is het zo gebeurd.’’
“Het lukt me door aan hem te denken,’’ was haar antwoord geweest.
Even later lag ze met haar man in bed. Ze kreunde en hijgde maar kon niet aan haar grote liefde denken. Ze kwam dan ook niet klaar.
“Heerlijk,’’ zei haar man.
“Ja, heerlijk,’’ zei ze.
De column van Koos
Verborgen verleider: Op naar de tweede druk van De Trip van Ferdinand Hania.
Een vraag.





Alweer gelachen, wat kun jij schrijven!
Zoveel leed... en toch een onbedwingbare glimlach, bijna een grijns op mijn gezicht.