In het kamp was jij al dood geweest
Ok, ik stel me aan...
Ha M.J.
Het spijt me, maar ik denk echt dat de meeste mensen een waardeloos leven leiden. Ik zelf ook.
De meesten hebben misschien wel een religie, of enig bewustzijn van goed en kwaad, maar die zaken zijn als het erop aankomt allemaal vloeibaar, licht als lucht en onderhevig aan mode.
Ik heb de schrijver Gerard Reve toen ik bij hem in Machelen (B) was, het volgende gedicht horen voordragen: Scheppend kunstenaar:
“Naarmate ik ouder word,
wordt, wat ik schrijf, hoewel fraaier verwoord,
steeds enkelvoudiger van inhoud:
Liefde (of geen liefde),
en ouder worden,
en dan de Dood.”
Een gedicht als goede wijn - het wordt met het jaar mooier. In die zes regels schuilt een waarheid die je misschien pas opmerkt als je zelf wat gerijpter bent. Inderdaad: het gaat om liefde of geen liefde… en dan de dood.
Al die mooie idealen die we hebben, die keur aan religies die ons van alles voorschrijven, de waanzinnige regels waarover we ons opwinden, “alles is ijdelheid” merkt de Bijbel terecht op. We verraden onze buren en kinderen meteen als het ons uitkomt. En zelfs als we ons laten voortdrijven door altruïsme, is dat meestal in een mantel van schuldgevoel die ons egoïsme goed gekleed verbergt.
Vandaag heb ik weer achter mijn computer doorgebracht, tevergeefs starend naar het scherm. Ik wil nog heel graag een paar broeken schrijven, waaronder een boek met verhalen van en over mijn vader en moeder. In de trant van Het kaartspel Maar het lukt me nu niet. De stomme neerslachtigheid verlamt mijn pen en dus ook mijn computer. Het is of, ergens op de achtergrond, dood en mislukking mij uitlachen. (“Alles is tevergeefs geweest, Theodor. Hahaha. Maar het duurt niet lang meer, hoor. Hahaha!’’). Waarom ze lachen, weet ik niet. Waarschijnlijk om mij te pesten. (Vroeger zou ik hebben gezegd: “Ik pest gewoon terug.’’ Maar daar heb ik momenteel de kracht niet voor.)
Die normen en waarden… vorige week vierden mijn dochter en ik dat mijn moeder 101 zou zijn geworden. Zij kwam gestoord uit het kamp, maar heeft zichzelf volgens mij genezen met “harde” ironie. Op haar tachtigste speelden zij en ik mee in een docudrama van Theo van Gogh. (“Hoe ik mijn moeder vermoordde.”) Mijn moeder, die toen tachtig was, en Theo… wat een mooi koppel was dat. Theo gedroeg zich of hij mijn moeder wilde verleiden en zij vond dat natuurlijk heerlijk. “Wat zie je er weer mooi uit, Koks,” zei Van Gogh. (Mijn moeder heette Koks.)
“Dank je, jij bent ook nog zeer aantrekkelijk. Je moet wel zorgen dat je voldoende eet, hoor.’’ (Theo was nogal dik in die tijd.)
Ik weet tot op de dag van vandaag niet of m’ n moeder het nou meende of niet. Toen ik eens met liefdesverdriet bij haar kwam, zei ze over m’n meisje: “Het was een heel leuk kind, echt een heel leuk kind, ik was erg benieuwd wanneer ze eens ging praten.’’
Ach, leefde ze nog maar. Ze hield nogal van een drankje. Vooral jenever. Ik heb haar regelmatig naar bed moeten begeleiden. In haar testament had mamma laten vastleggen dat op haar crematie iedereen recht had op ijskoude jenever. Jezus wat hebben we toen gedronken. En Theo kwam met het allergrootste boeket rozen aan - voor op de kist - en toen ik vroeg: “Waarom?’’ zei hij: “Ik ga altijd naar de begrafenissen van mijn hoofdrolspelers.’’
Hoe zou mamma op mij nu reageren?
“Nou zeg, in het kamp was jij al dood geweest.’’
“Nou, ik voel me echt klote, mam.’’
“Maar er zit bij jou altijd een gedeelte aanstellerij bij.’’
“Nee mam, ik stel me niet aan.’’
“Ach, elke man stelt zich aan. Je vader stelt zich ook zo aan. Je vader ook heel erg. Ik heb nog nooit een man ontmoet die zich niet aanstelt. Dat komt omdat mannen orang oetangs zijn. Die slaan zich voortdurend op de borst, ook al hebben ze niets gepresenteerd.’’
“Okee, ik stel me aan.’’
Wat zou ik nu graag met haar praten.
Leidde zij een waardeloos leven?
Zij leefde voor haar kinderen en haar man. Als je die ambitie hebt, heeft ze geen waardeloos leven geleid. En mijn vader? Die leefde voor zijn familie nadat hij door de oorlog alles had verloren wat hem lief was: Indië, zijn vader, zijn beste vriend, zijn werk. Daarnaast was zijn studie Indologie waardeloos geworden. Hij deed in zijn vrije tijd vrijwilligerswerk voor zielige kinderen, maar aan hem kleefde en plakte mislukking. Hij hield oprecht van mijn moeder, van de honden en minder van ons (hij begreep zijn kinderen niet) en hij hield nog minder van het leven (dat hij nog minder begreep dan zijn kinderen). Existentiële vragen bleven hem bezighouden: Bestaat God? Zo ja, waarom moest mijn vader dan vermoord worden, die niets had gedaan? Waarom was ik bijna dood? Waarom moesten mijn vrouw en kind bijna sterven? Antwoorden bleven uit. Hij was een strenge, lieve, maar in alles teleurgestelde man. Ik heb zijn uiterlijk en iets te veel van zijn innerlijk. Ik had graag meer van mijn moeder gehad. (Gelukkig zit mijn moeder verstopt in mijn dochter.) Hebben mijn vader en moeder een waardevol leven geleid? Moeder wel, al was haar doodsstrijd verschrikkelijk. Mijn vader kreeg een hartaanval en was in een keer dood. Ik denk dat ik ook zo sterf. Als ik hem destijds zou hebben gevraagd: “Pap, wat voor cijfer geef jij je leven?’’ dan denk ik dat hij uit beleefdheid en piëteit jegens mijn moeder zou hebben gezegd: ‘’Een zeven,’’ maar graag een drie of een vier had ingevuld. Hoewel… die liefde voor mijn moeder… Hij begreep dat het leven geen waarde had. Dat waarde een illusie is, iets wat je jezelf wijs maakt, een vorm van welbewuste naieviteit. Maar mijn moeder die zijn hand vasthield toen hij ziek was…
“Is liefde geen illusie, Theodor?’’
Ik dacht vroeger van wel, maar daar kom ik op terug. Ik weet ondertussen wat liefde vermag, maar ik hou het geheim. Dat doe ik om een aantal redenen: het ontbreekt mij aan het juiste vocabulaire om het te kunnen omschrijven en daarnaast is het zo persoonlijk en intuïtief dat wat ik er ook over zou zeggen, hoe goed gekozen mijn woorden ook zouden zijn, het onmiddellijk weersproken zou worden. Waarom gaan bijna alle liedjes, alle proza en poëzie over de liefde? Omdat we het nooit en nooit kunnen vangen in een definitie van algemene geldigheid. Wat is liefde? Wacht, ik ga er nog even een gedicht, een muziekstuk, een beeld, een concert etc. over maken.
Wil je tot slot nog een mop horen? Ik hoorde hem van Frits B. Hij zag mij, vond dat ik zeurde over leven en dood, en vertelde toen: “Bram en Saar wonen vier hoog. Op een dag is Saar dood. De doodgravers leggen haar in haar kist en gaan voorzichtig de trap af. Eerst van vierhoog naar drie. Dan van van drie naar twee, dan van twee naar één, en daar gebeurt het. De doodgravers struikelen, de kist valt en wat blijkt: Saar leeft weer! Afijn, vier weken later ligt Saar weer dood in haar bed. De doodgravers komen en leggen haar in de kist. Als ze Saar de woning willen uitdragen zegt Bram bij de laatste trap naar beneden: “Weest u alstublieft voorzichtig, een maand geleden is daar een vreselijk ongeluk gebeurd.’’
Liefs, Theodor

Kort verhaal
Koffie
“Koffie?’’ vroeg hij en hij wees naar het café waar ze tegenover stonden.
“Is goed,’’ zei ze.
En daar zaten ze. Beiden waren binnen een minuut enigszins nerveus geraakt.
Hij begon.
“Ik hoorde dat je een nieuwe vriend hebt.’’
“Ik hoorde dat jij nog steeds bij je vrouw bent.’’
Hij kon meteen niets meer zeggen en wilde huilen. Maar keek naar het tafelkleedje en zei: “Ik hoop dat je gelukkig bent.’’
“Dank je. Ik ben gelukkig. En jij?’’
“Wat maakt dat uit?’’
“Ik zou willen dat jij ook gelukkig bent.’’
“Ik ben niet gelukkig… En nu ga jij zeggen: dat is je eigen schuld.’’
“Het is je eigen schuld,’’ zei ze.
Hij durfde haar nauwelijks aan te kijken.
“Ik hou nog steeds van je,’’ zei hij. Hij wist dat hij bijna fluisterde. Zijn woorden waren klein en breekbaar.
“Wat betekent houden van als je bij je vrouw blijft?’’
“We hebben deze discussie al vaak gehad… Ik heb niet alleen een vrouw, maar ook twee kinderen waarvan er één ziek is, en…’’
“Ik weet het, ik weet het. Maar nogmaals: als je zegt dat je nog steeds van me houdt, wat betekent dan houden van?’’
“Ik ben heel gelukkig met je geweest.’’
“En ik ben heel gelukkig met jou geweest.’’
“En ik wil je terug.’’
“Dat is niet waar. Je wil met me vrijen. Je wil leuke dingen met me doen, maar je bent en blijft bij je vrouw.’’
“Bij m’n vrouw en kinderen,’’ zei hij.
“Okee… bij je vrouw en kinderen.’’
De wanhoop die hij voelde sinds hij haar niet meer zag leek nu zwaarder dan ooit.
“Ik kan ze niet verlaten!’’
“Is jouw keuze…’’
“Als ik vrij was zou mijn keuze anders zijn.’’
“Maar je bent niet vrij.’’
“Maar jij bent ook niet vrij!’’ zei hij.
“Ik heb je ruim de tijd gegeven om je vrij te maken.’’
“Vrij? Er is ook zoiets als… Ik kan niet weg, dat weet je.. en…’’
De discussie had geen zin.
Maar toen hij haar aankeek, zag hij dat ze huilde.
“Het ging gewoon niet meer,’’ zei ze.
“Wat we hadden was mooi,’’ zei hij. Hij wilde door haar haar strijken om haar te troosten.
“Ja, het was mooi, maar tijdelijk… Dat wist je, dat wist ik.’’
Hij wist niet wat hij moest zeggen.
“Hoe is je nieuwe vriend?’’
“Lief, mooi, vrij…’’ Drie messteken die rechtstreeks in zijn hart werden gestoken. Zij droogde haar ogen met een servetje.
Hij sloot zijn ogen en was duizelig van verdriet.
“Jij was lief en mooi, maar niet vrij…’’ zei ze. Het was alsof ook zij in haar hart was gestoken.
De column van Koos





Mooi, ontroerend…
Je bent zo’n sympathieke man Theodor, die stukjes schrijft die openhartig zijn, melancholiek, en die raken.
Ik wens je toe dat je wat minder mistroostig kunt zijn.
Theodor, je bent dat boek over je ouders al begonnen (lees ik). Nu nog fijnslijpen; komaan, dat kun je! Trouwens wat een meer dan verhelderend gesprek met Roelof Bouwman op/in Wynia's Week.
Ik raad het iedereen aan en vooral de krachtige passages over (hedendaagse) literatuur, die volledig is gefeminiseerd en huppelt van falende inlegkruisjes tot stilgeboren kindjes, nare mannelijke geliefden of haatdragende lesbo's, het vrouwelijk lichaam en haar/het/zijn verwaarlozing etc.etc. Of 't klimaat, de dreiging van het fascisme, Trump (Trump Trump) etc.
Ja, ik ben oud genoeg om te weten hoe lang geleden iedereen naar de ,,erkende boekhandel'' rende voor de nieuwe Hermans of Reve of Mulisch, razend nieuwsgierig de (meestal vrijdagse) boekenbijlagen (die had je toen nog en lekker dik en uitgebreid) opsloeg om de recensies te lezen, in de kroeg erover praatte etc.etc. Nu kijkt iedereen op zijn telefoontje, spreekt in halfafgemaakte zinnetjes over kattenfilmpjes en sterrenliefdes etc. Jammer. Maar voorgoed voorbij, die kwaliteitsopwinding.