De reizende soldaat
Hou me vast
Beste C.,
Daar ben ik weer.
Weet je waarom ik me ook zo raar voel?
Omdat ik eigenlijk zin heb om een reizende soldaat te zijn. (Is dat ook geen goede titel voor mijn boek? De reizende soldaat - de korte oorlogen van Theodor. Ik wil me morgen aansluiten bij het leger van Oekraïne en vechten tegen de Russen, en overmorgen wil ik bij het Israëlische leger om Hamas uit te schakelen. Vervolgens wil ik de Amerikanen helpen tegen Iran.
Maar ik kan het niet.
Ik ben voortdurend moe en sacherijnig. Ik wil dat iemand me vasthoudt en zegt dat het niet zo erg is en dat het goedkomt. Nou ja, ik moet niet zo gek doen, maar tot nader order voel ik me waardeloos. Waardeloos is het goede woord. Iedere keer als ik aan dat woord denk voel ik het en steeds als ik meen dat ik iets gewaar wordt is het waardeloos. Ach, het gaat wel over. Ik wil niet zielig doen. Zeker niet als ik het ben. M. zei dat ik mijn zegeningen moet tellen. Heb ik gedaan. Toen voelde ik me ook nog eens schuldig omdat ik me waardeloos voel en tevens besefte dat ik daar misschien geen recht op had. Het vermogen naar jezelf te kijken is een noodzakelijk gebrek. Je lijdt en je ziet jezelf lijden. Dat is twee keer lijden voor de prijs van één. Je zou er iets aan kunnen doen. Dat kan je niet, terwijl je wel waarneemt dat je wat moet doen. Ach, zo ingewikkeld allemaal. Wanneer je zegeningen in het verleden liggen, dan is je toekomst iets wat je moet uitzitten. Vandaar dat ik een reizende soldaat wil zijn: door ‘aan de goede kant’ te vechten, krijgt mijn toekomst misschien wel iets van zin, omdat ik er zin in heb. En sterf ik, dan is er niets verloren. Elk mens wordt stof, nietwaar. Ik vermoed dat ik nu de mentaliteit heb van al die jihadistische klootzakjes. Die voelen zich ook waardeloos, het kan ze allemaal niks meer schelen, als zij terugkijken om hun zegeningen te tellen zijn er geen zegeningen, want dat mag niet van hun god; er is alleen leegte. Ik moet iets doen van waarde, want ik ben waardeloos, denken ze. Maar ja, wie bepaalt de waarde? Allah natuurlijk. Dus doen ze iets waarvan ze denken dat het Allah zal behagen: ze doden iemand met een ander geloof dan zij. Maakt niet uit wie als het maar geen moslim is. Een homo zou heel goed zijn, een vrouw ook, en een ongelovige eveneens. En daarna wachten de maagden, want natuurlijk worden ze doodgeschoten. Dat vinden ze fijn. Het leven mag dan zinloos zijn, de dood is het tegenovergestelde. Jammer dat ik niet zo denk. Maar ja, zij staan aan de verkeerde kant van de historie.
Blijkbaar is een van mijn zegeningen dat ik het prettig vind te leven - en te bestaan tussen mensen die ik niet begrijp en niet wil begrijpen. Ik ken iemand die liever eenzaam blijft dan met mij om te gaan. Dat vind ik raar, maar het is niet anders. We hebben een soort van ruzie gehad die niet is goed te maken, vrees ik. Ik doe er wat vaag over, maar ik wil het niet erger maken dan het al is. Vooral voor mij. Of doe ik nou weer zielig? We hebben het er nog wel eens over.
Neem eens contact met mij op. Zomaar. Mag. Graag. Kijk maar. Veel heb je niet aan mij, maar ik bezit wel oude wijsheid van vroeger. Opgedaan toen ik in dat klooster op die berg woonde waar je me ook al nooit bezocht. Ik zou het leuk vinden als je mij om raad zou komen vragen, want die geef ik graag. Ik heb voor alles een oplossing. Wist je dat ik regelmatig word gebeld door de wereldleiders? Ik zeg ze dan wat ze moeten doen. Maar ze doen het niet. En vandaar dat we nu in zo’n klote wereld zitten. Mijn schuld, ik ben niet overtuigend genoeg.
Groeten, Theodor
Kort verhaal
Emigratie
Terwijl ze het zei dacht hij: “Dit wordt de droevigste dag van mijn leven.’’
“Wat leuk,’’ antwoordde hij, “En waarheen gaan jullie emigreren?’’
“Naar Australië natuurlijk. Tom is toch een Australiër?’’
“En wanneer gaan jullie?’’
“In september.’’
Ze was de liefde van zijn leven. En ergens hoopte hij dat het tussen hen ooit nog eens goed zou komen. Maar ze was verliefd geworden op die Tom en Tom op haar.
“Ik zie… dat het je… hoe moet ik het zeggen…raakt,’’ zei ze.
Hij besloot weer eens zijn slechte kaarten open op tafel te leggen.
“Uiteraard… schrik ik… Jij bent de liefde van mijn leven… Ik hou van je… Jij houdt niet van mij.”
“Ik weet het… Zo gaat het soms, Tom.’’
“En als je hier was, in de stad, vlakbij, al zag ik je nooit en als ik je toevallig zag met hem, ging ik dood, maar zolang je hier was…leefde ik op de hoop. Hoop op een ingrijpen van het lot, of van God, of iets anders… Maar nu…’’
“Je bent… heel lief, maar…’’
“Waarom emigreren?’’ onderbrak hij haar, want hij wilde niet horen wat ze wilde vertellen. Hij voelde zich een soldaat die vlak voordat hij zou worden neergeschoten nog even “klootzak!’’ riep tegen de vijand en tegen zichzelf.
“Hij heeft daar een huis, familie… en een goeie baan… En ik ben een paar keer nu een paar keer in Australië geweest en ik hou van dat land… Het lijkt voor mij gemaakt.’’
“Ik ga je dus nooit meer zien?’’
Even gleed over haar gezicht weer die irritatie die hij had gezien toen zij hun relatie verbrak en hij zijn tranen niet kon bedwingen.
“Er is facetime, zoom, alles, we kunnen appen, bellen, lange brieven schrijven, kaarten sturen en wat ik doe kan je lezen op Substack en Facebook… al denk ik dat je dat niet zal doen… En ik ben van plan regelmatig terug te komen. Ik heb hier mijn tweelingzusje…’’
Hij wilde het liefst de straat op rennen.
“Wil je ook Australische worden?’’
“Dat is van later zorg… dat weet ik niet.. Nee…’’
“Wil je met hem trouwen?’’
“Dat… missch… Waarom kwel je jezelf zo? We hebben een leuke tijd gehad samen. Kijk daar op terug.’’
“Juist als ik terugkijk op leuke tijden worden het droevige tijden. Dat begrijp je toch wel?’’
Ze zweeg en leek zelfs aanstalten te maken om op te staan en het café te verlaten. Maar ze ging weer gemakkelijk zitten, hoewel ze zich duidelijk ongemakkelijk voelde. Ze begreep waarschijnlijk hoe naar het voor hem was.
“Je hebt echt veel voor me betekent. Heus,’’ zei ze.
Hij had opgemerkt dat ze weg wilde, en toen het meisje kwam vragen of ze nog iets wilden gebruiken, zei hij dat hij wilde betalen.
Hij keek zijn grote liefde aan. Wat was ze mooi… zo ongelooflijk mooi…Hij vond de pijn die hij voelde onrechtvaardig, maar wist dat daar niets aan was te doen. Het was een pijn die vrat aan de zin van z’n leven en zelfs, als hij niet uitkeek, z’n leven waardeloos maakte. Hij vond trouwens nu alles waardeloos.
“Stuur me een verhuisbericht… Voor Kerstmis en zo.’’
“Tuurlijk doe ik dat,’’ zei ze.
Het was of de hoop naast haar zat en al geruime tijd dood was maar hem toch kuste.
De column van Koos





Beste Theodor, lieve Theodor,
Wat raakt mij het eerste deel van jouw column vandaag diep. Heel diep. Ik lees dit op een bankje in het park, en de tranen wellen in mijn ogen op. Jouw woorden drukken zoveel van wat ik nu doormaak, voel, uit. Niet alleen wat ik voel, maar ook hoe anderen erop reageren: laat los, neem een besluit. Maar loslaten, waar drijf ik dan naar toe? Ik heb nu nood aan een loods, dat is mij duidelijk. Waar vind ik die, wie wil mijn loods zijn? Veel stof tot nadenken dus, ik ga maar op weg naar een volgend bankje.
Wat kunt u toch mooi en goed schrijven.
Groeten uit Brabant.