Wat is er in een naam
De soldaten van de PRO
Hai F.
Het spijt me dat ik een paar uur onbereikbaar was.
Ik was mijn hand weer op een kist aan het leggen en rook de rozen die iemand er had opgelegd. Naast een kaars stond een foto - en nu komt er een detail waarvan ik niet wil dat het je ontsnapt - DIE IK HAD GENOMEN! Weliswaar honderd jaar geleden, in Wenen meen ik, maar het kan ook Dublin zijn geweest, dat weet ik niet meer precies.
Uiteraard ging ik daar niet stoer lopen doen met: “Geachte aanwezigen, weet u wie die schitterende foto heeft genomen? Niet? Nou, dat was ik!’’
Nadat ik nog even kort mijn hoofd had gebogen - je krijgt opeens zin in allerlei rituelen zoals hout aaien en je kop buigen - schreed ik naar het troostend koffiedrinken om daar allerlei mensen toe te knikken die ik niet meer herkende.
Het ging met iedereen goed, al was ze dat niet aan te zien.
Ik zei ook dat het goed ging met mij, waar ze beleefd niets over zeiden.
Wel sprak ik W., de 45 jarige zoon en zijn man die een roze overhemd bij een grijs pak vermoedelijk een teken van rouw vindt terwijl ik hem eruit vond zien als een oude Hema-tompouce.
Zoon vertelde met gulzig plezier hoe zijn moeder de laatste tijd had geleden.
“Ja, ik vond haar er ook niet best uitzien,’’ zei ik.
Waarna hij herhaalde dat ze er zo slecht uitzag de laatste tijd.
“Nee, ze zag er niet best uit,’’ antwoordde ik.
Vervolgens beschreef hij hoe ellendig ze er het laatste half jaar aan toe was geweest.
“Ja, het was niet best,’’ bevestigde ik.
Tompouce keek vervolgens op zijn horloge en onderbrak de conversatie tussen zoon en mij met de mededeling: “Johan komt vanavond even langs om ons te condoleren… Hebben we nog whisky in huis?’’
Ik liep een minuut later alleen naar huis en luisterde via mijn oortelefoontjes naar de radio. Er was een discussie aan de gang over Progressief Nederland, afgekort PRO. Niemand betreurde het dat de PvdA was gestorven, allemaal juichten ze over de nieuwe naam.
“Iets nieuws!’’ “Ja, precies goed!’’ “Ik vind het geweldig.’’
Die aandacht voor een naam… Ik vond het treurig hoe die naam de arbeiders onder het tapijt had geschoven. Misschien kan je het het feit dat de Partij van de Arbeid nu dood en begraven is ook zien als een overwinning van bijvoorbeeld de PVV, de SP, Ja21 en nog een paar van die partijtjes die daadwerkelijk opkomen voor de loonslaven in onze maatschappij. Ik vind het nogal wat dat de leden van de PvdA een moord hebben gepleegd op de sociaaldemocratie. En dan blij zijn met zo’n woordje als “Progressief. Ja, kanker is ook progressief. Als ik jong was en energie had richtte ik de PvdA opnieuw op, maar dan als een fatsoenlijk rechtse partij.
Sorry dat ik zo saai ben in deze brief. Ik heb nog die geur van dat doodsboeket in m’n neus, maar dat kan ook mijn eigen lichaamsgeur zijn. Ik dacht nog: wat nou als Joop den Uyl straks sterft, moeten er dan allemaal groene rozen op zijn graf? Nu zeg jij natuurlijk: “Theodor, Joop den Uyl is al jaren dood.’’ En dan zeg ik: “”Nee F., hij is vermoord door die soldaten van PRO. Tot vorige week leefde Den Uyl nog, nu zijn ook zijn erfgenamen dood.”
Alles sterft maar, ook een rode roos.
Wat ik trouwens wil weten, en jij misschien ook, is die mijnheer Trump nou een democraat of niet? Ik hoor steeds dat hij geen democraat zou zijn en eigenijk een fascist. Maar wat voor fascistisch heeft hij tot op heden gedaan? Er zijn tal van maatregelen die hij heeft genomen waarmee ik het niet eens ben, maar is dat fascistisch? Is de democratie buiten spel gezet? Nog niet, volgens mij. Zijn er rechters ontslagen? Ja, immigratierechters maar geen federale rechters. Immigratierechters zijn ambtenaren die gewoon ontslagen kunnen worden. Ze worden niet voor het leven benoemd. Nogmaals: geen fijne maatregel, maar nog geen fascisme. Dat zou het zijn als Trump federale rechters zou ontslaan. Heeft hij ervoor gezorgd dat er journalisten ontslagen werden of opgepakt? Nee, dat heeft hij ook niet gedaan. Al werden er wel journalisten tijdens demonstraties opgepakt, maar ook meteen vrijgelaten. En inderdaad, hij pest en treitert de heren en dames van de pers, maar waarom zou hij geen recht hebben om gebruik te maken van het First Amendment? Jij, F, hebt iets van rechten gestudeerd. Volgens mij heeft Trump geen censuur ingesteld. Hij praat dagelijks met de pers en dat wordt meteen uitgezonden. Dus: nee, ik vind hem geen fascist. Daarnaast is hij over een paar jaar weg. Maar goed, zeg jij het maar. Vertel dan ook wat je niet goed aan hem vindt? Dat hij Israël steunt? Dat hij die fascistische leider in Venezuela heeft opgepakt? Dat hij het communisme in Cuba weg wil? Ik zal je vertellen wat ik hem verwijt: dat hij Oekraïne niet genoeg helpt. Ik denk dat als hij dat had gedaan de oorlog tussen Rusland en Oekraïne eerder was afgelopen en dat hij, Trump dus, meer aanzien gehad dan nu. Maar ik ben geen buitenlandspecialist. Ik luister af en toe naar Boekestijn en De Wijk, maar na een paar minuten zet ik dat af. Boekestijn vertelt alles met een niet gemeende lach in zijn stem. Zo van “dit is toch absurd, jongens’’. Als je alles absurd vindt, ben je het zelf ook. Waar of niet? Behaagzucht is bij hem trouwens een verslaving. Niet prettig om te merken. De Wijk is serieuzer, maar heeft het zo met zichzelf getroffen dat hij niet begrijpt dat hij nog geen negensterrengeneraal is. Ze kletsen gewoon de Engelse en Amerikaanse kranten na en het Institute for the Study of War. Ach, het schuift en ik doe niets, dus ze hebben gelijk.
Kortom: ik was er niet toen jij me belde.
Ik dacht ook aan de overledene met wie ik de eerste keer sliep toen we beiden achttien waren. In een tentje in Schin op Geul. Voor haar lichaam had ik toen te weinig ogen en te weinig handen.
De laatste keer dat ik haar zag, was ik ergens in een van haar rimpels verborgen; of ze me herkende of deed alsof, weet ik niet. Ik hield haar hand vast en hoorde in de gang van het ziekenhuis een verpleegster zeggen: “Koffie, mijnheer Van Beek?’’ Daarna een kreun die een hond die een schop kreeg niet zou hebben misstaan. Het leven schopt ons uiteindelijk de dood in, F.
Zodra ik een groene roos zie zal ik die voor je plukken, maar ik hoop dat ik hem niet zie. Rozen horen rood te zijn. Als je daaraan gaat tornen zullen giftige doornen je straffen.
Tot snel.
Theodor
Kort verhaal
Moeder en zoon
Tommie, haar zoon, kwam met zijn vriend Eddy bij haar op ziekenbezoek. Ze vond Eddy een leuke jongen. Hij leek zelfs op haar zoon. Misschien hadden ze dat welbewust gedaan. Beiden een snorretje, kort haar en ze droegen nagenoeg dezelfde kleren. Ze was dolblij dat haar zoon homo was.
“Mam…mama…eh…mamma… wi…wi..wil je ook be…be..bonbons?’’
“Natuurlijk,’’ zei ze terwijl ze wat meer rechtop in bed probeerde te gaan zitten.
Haar zoon hielp haar en legde een kussen wat meer onder in haar rug.
“Zo…ge..goed, mam?’’
“Je zit erbij als een prinsesje, Inge,’’ zei de vriend.
“Dank je, Eddy.’’
Vervolgens stak ze de bonbons in haar mond.
Een verpleegster kwam binnen en zei: “Mijnheer Abels, uw auto staat verkeerd geparkeerd.’’
“Ik…ze…ze.. zet hem wel even we..we..weg,’’ zei de zoon en hij vertrok.
Eddy en zij waren nu samen.
“Inge…,’’ vroeg hij lief, “hoe was Tommies vader eigenlijk.’’
Ze wilde niets zeggen, maar ze begreep wel dat het moest.
“Hij is dood,’’ zei ze.
“Ja, dat weet ik, maar hoe was hij?’’
“Hij is al meer dan 35 jaar geleden gestorven. Tommie was drie.’’
Ze hoopte dat hij haar er verder niet mee lastig zou vallen, maar dat gebeurde juist wel. Eddy hield heel lief een bonbon voor haar mond en zij hapte toe, in de hoop dat ze niet hoefde te praten zolang ze at.
“Ik bedoel… wat voor man was het… heb je veel van hem gehouden… Dat soort dingen.’’
De bonbon was te snel op. Ze keek Eddy aan, haalde even diep adem door haar neus en zei: “Ik weet eigenlijk niet… ik weet niet wie zijn vader is…’’
Eddy liet de zin even bezinken.
“Nou, dan heb je misschien best wel een leuk leven gehad vroeger, behalve dan… nou ja, zulke dingen gebeuren… Waren je ouders kwaad?’’
“ Ik was dertien… M’n moeder was meer verdrietig, maar die heeft er weinig last van gehad. Die stierf toen Tommie nog geen jaar oud was. En mijn vader…Die stierf drie jaar later.’’
“Jammer dat je niks meer weet over de vader van Tommie. Waren je ouders lief?’’
“M’n moeder was domlief, m’n vader was domslecht. Alcoholist... wreed…Laten we maar niet over hem praten.’’
Op dat moment kwam Tommie alweer binnen. Ze zag zijn vrolijke gezicht en alle gelijkenissen.
“Je moeder sprak heel lief over je opa en oma,’’ zei Eddy. Tommie hoorde het niet eens echt.
“We…we…moeten we..we moeten weg, mam…mamma,’’ zei hij na een minuut of tien waarin heel weinig werd gesproken, maar wel veel naar elkaar gelachen.
Hij aaide zijn moeder ten afscheid door haar haar, wat ze fijn vond, en gaf haar een kus. Van Eddy kreeg ze er ook een. Ze zwaaide met haar hand toen ze bij de deur stonden.
“Ik zal nooit de waarheid kunnen vertellen,’’ zei ze. Ze moest weer zachtjes huilen van woede toen ze aan haar vader dacht.
Tot snel




Wat een waanzinnig mooi geschreven verhaal. Ik stop met schrijven, dit niveau haal ik nooit.
Prachtig verwoord!