Vrolijk is het nieuwe ziek
Droom en moord
My dear,
Vrolijk ben ik niet zoals je terecht constateerde.
Ik hou ook niet van “vrolijk”. Wie die hysterische gemoedsaandoening bezit is meestal geestelijk niet helemaal in orde. Wie uit dat hij vrolijk is, is een vervelende narcist! Gelukkig zie ik weinig vrolijke mensen. Toen ik daarnet over de Vijzelgracht wandelde, merkte ik dat de meeste mensen keken of ze ziek waren, maar dat zal wel projectie zijn. (Weet je dat ik tegenwoordig ook meer gebrekkigen zie dan vroeger? Is dat een teken dat de gezondheidszorg achteruit gaat? Mensen lopen scheef, waggelen met x-benen van de obesitas over de stoep of kijken ongegeneerd scheel. Die waren een tijd uit het straatbeeld verdwenen, of is het mode?)
Wat ik wel ben? Ik ben Boos. Boos is een onderschatte aandoening, lieve vrouw. Een mens van vlees en bloed wordt boos als hij iets niet krijgt waar hij recht op meent te hebben. Ik vind “Boos” met daarin de twee o’s van dood, moord, kloot, sloop, nood een begrip dat verval in zich herbergt, vind je niet? Oude mensen zijn daarom vaak boos. Ze zijn in verval. Ik ben oud, al wil ik voor jou wel spelen dat ik jong ben.
Ik hou stiekem wel van boos. Boos geeft energie, kracht, het enthousiasmeert en scherpt je blik. Het schenkt je een wantrouwen dat je in deze tijd nodig hebt. Vrolijkheid verdooft. Volgende vraag graag: waarom ben je boos? Een aantal persoonlijke zaken (vrienden en familie die aan het sterven zijn), maar ook het buitengebeuren stemt me verongelijkt.
Zo zag ik, geheel tegen mijn wens in, de leden van “ons middenkabinet’ iets vertellen en voorlezen en ik dacht: “Eerst moest ik partijprogramma’s lezen om te weten op wie je wil stemmen. Dat deed ik al in het besef dat dat programma niets waard is als je hebt gestemd. Vervolgens gaan er partijen onderhandelen en komen ze tot overeenstemming, een coalitieakkoord, met een programma waarin de oorspronkelijke ideologische bevlogenheid is teruggebracht tot een zak met goedkope snoepjes. Voor iedereen wat en je tanden gaan ervan kapot. Daarna gaat het parlement zich erover buigen en wordt het geheel een teil lauw water waardoorheen een gebruikt theezakje is gehaald. “Hier, dit is voor u.’’ En dan moet ik vertrouwen houden in de politiek… Natuurlijk, democratie is het beste wat we hebben, maar het maakt me boos - en ik geloof dat dat ook de bedoeling is van een gezonde democratie. Een constante boosheid. Een voortdurende verongelijktheid. (Twee keer hetzelfde, kies jij maar wat je het mooiste vindt.) Alleen voel ik me er te oud voor.
Boos ben ik ook op de politieke analyses over ons zogenaamde “minderheidskabinet”. Wil ik van een analyse weten dat “eigenlijk de VVD gewonnen” heeft? Of wil ik weten dat “het vinden van meerderheden” erg moeilijk zal worden? Of dat “het wel over rechts zal moeten gaan”? Het kan me niks meer schelen en als ik erover nadenk word ik boos. Boos omdat je er niets aan hebt. Het zijn analyses die ik kan maken met een lamme pink maar die je niet maakt omdat ze stomvervelend zijn om aan te horen of te lezen. Niet dat een analyse vernieuwend moet zijn, maar iedereen heeft dezelfde. Althans, omdat steeds dezelfde mensen de politiek op radio en tv analyseren hoef je alleen maar hun stem te horen of hun kop te zien en je weet wat er gaat worden gezegd. Hoewel… daarnet hoorde ik een kanebraaier zeggen: “We leven in een overgangstijd!’’ Dat hoorde ik al toen de oliecrisis zich aandiende in 1973. Ik hoorde het na 9/11 en ik hoorde het toen Fortuyn werd neergeschoten en later Theo van Gogh. De overgang is nu dat Grote broer Amerika waarschijnlijk verbannen wordt door Grote Broer China of Grote Broer India. (In Grote Broer Afrika en Grote Broer Europa heeft men nog niet zoveel vertrouwen.) Tja, als Europa een derdewereldland wordt, vlucht ik toch naar Amerika. Ik zeg het maar even. Maar eigenlijk geloof ik niet dat het zo’n vaart zal lopen. En wat geeft het. Tijdens de Vietnamoorlog en de opkomst van RAF (“We leven in een overgangstijd”) was de haat tegen Amerika net zo groot, zo niet groter dan nu. Helemaal onwaar zal het niet zijn, maar de overgang die ik zie - dat we van een chistelijk werelddeel naar een islamitisch werelddeel gaan - wordt nooit benoemd, terwijl ik dat gevaarlijker vind dan dat Taiwan in Chinese handen komt.
Dus je treft me op een slecht moment. Ik stuur je hierbij als troost nog een kort verhaal en ga iets stoms kijken op tv.
Als ik morgen beter te pas ben, zal ik je wel weer iets schrijven.
Kort verhaal
Vleugels
Alsof ze vlak bij een vogel stond die met zijn vleugels wapperde, maar toen ze haar ogen opendeed, zag ze dat het een engel was.
Ze leek op een vrouw, een meisje, halfnaakt, met opvallend lichtgevend haar; het was mogelijk door haar heen te kijken en dan de rest van de kamer te zien.
Haar moeder had haar eens een ansichtkaart gegeven met een engeltje. Die had een blauw rokje aan, een ceintuur om en een toverstokje in de hand. Ze dacht dat het een plaatje was van haar zusje. Had haar moeder niet zoiets gezegd? Ze had de ansicht bewaard, maar op een dag was die weg. Haar kamertje was helemaal leeg en in het nieuwe huis miste ze het engeltje niet.
Deze engel was groot. Haar vleugels waaiden warmte naar haar toe. En soms vloog ze de kamer rond. Ze probeerde naar de engel te grijpen, maar dat lukte niet. Soms fluisterde de engel iets. Was het de naam van haar zusje, of die van haar moeder?
“Engelen bestaan niet,” had haar man gezegd. Daar was ze het mee eens. Wat niet wegneemt dat ze soms behoefte had aan een beschermengel. Zeker toen ze hem vond. “Waar is troost, Johan?” dacht ze tijdens zijn begrafenis. Ze wist toen niet dat ze zwanger was en een maand later dacht ze dat hij haar het kind als teken vanuit de hemel had geschonken. Een dankbaar geluk meende ze te voelen, als een lamp die op haar scheen. Onzin natuurlijk. En toen ze na drie maanden de foetus verloor, durfde ze haar huis nauwelijks uit: “Ik heb niks gedaan, maar men denkt van wel en dus krijg ik straf.”
Het leven gaf haar gevangenisstraf; ze had een zwakke fysiek en d’r moeder, die zorg nodig had, kon steeds minder. Ach, moeder had het ook moeilijk gehad met vader, die naar een jongere vrouw verhuisde bij wie hij, samen met haar, alcoholist kon worden.
De hand van de engel was nu vlak bij haar en zij wilde die pakken.
“Dag,” zei ze. De engel zei iets terug, maar ze kon niet horen wat.
Zou het haar zusje zijn? Of haar kind, van wie haar moeder had gezegd dat het een engeltje was geworden, een uitspraak waaraan ze zich kapot had geërgerd?
De engel pakte met haar hand de hare.
Met de andere hand kroelde de engel door haar haar.
Pas toen begreep ze het en hoorde ze het wapperen van de vleugels.





Boos? Was het Godfried Bomans of Wim Kan, die in een vlaag van verfijnde humor uit de jaren '50,
vaststelde dat je in een overlijdensadvertentie nooit las ,,wij berusten''. Aangaande Jetten 1 is dat mijn gemoedsstemming. Ook dit kabinet zal (waarschijnlijk voortijdig) eindigen in het grote sur place.
"Het is Theodor weer gelukt een onscherpe foto te maken." Hahahaha. Humor is de redding volgens mij, Theodor, tegen boosheid. Mag ook bijtende humor zijn. Boos op de politiek heeft geen zin. Politiek is geld en macht. Politiek is stupide en narcistisch en democratie bestaat niet. Ik ben gestopt met tv en kranten, dat was heerlijk en inmiddels weer verslaafd aan Substack. Vandaag probeerde het zonnetje een beetje door de chemtrailstrepen heen te breken en in de tuin heb ik een gesprekje gehad met ons roodborstje. Dat word ik blij van.