Voorbij, voorbij...
Ik huil
Hallodio A.,
Ja, het is vreemd dat sommigen zomaar uit ons leven verdwijnen, terwijl anderen hardnekkig aan je bestaan blijven klitten. Vermoedelijk ervaar ik daarom een constant gevoel van verdriet. Waar zijn jullie pappa en mamma, waar ben je Theo, waar ben je Lola, waar ben je Karlijn, waar verblijf je nu Moor, waar zijn jullie Roos, Laura, Willemijn, Saskia, Ronald, Hans, Thomas? Ach, noem maar op. De lijst met doorgestreepte (tegenwoordig gedelete) telefoonnummers is lang. Uiteraard weet ik dat er enkelen zijn die de Styx zijn overgestoken, en velen hebben me zomaar verlaten, maar er zijn er ook die opgelost lijken. Ze houden zich schuil tussen mijn zieke neuronen binnenin dat totaal verweerde, bijna kapotte kastje dat hoofd heet. Ik kan ze soms oproepen en soms verschijnen ze vanzelf.
Hoe langer we leven, hoe meer we ons eigen sterven kunnen waarnemen. Organen slijten, botten splijten, je vel gaat hangen, je loopt krom en schuifelt. Er zijn momenten dat ik in de spiegel kijk en denk: daar hoeft alleen nog een kist omheen en een deksel op. Alzheimer is misschien wel een geschenk om ons naderende einde niet tot ons toe laten doordringen zodat wel niet hoeven te beseffen dat ons einde nadert. (Ik ben vandaag goed gehumeurd en helemaal niet zwaar op de hand, zoals je merkt.)
“Wat doe je nou zo de hele dag?’’ vroeg mijn jonge buurman met zijn bloedmooie vrouw. (Zou zij nog verliefd op mij kunnen worden, vroeg ik mij af? Ik ben namelijk veel leuker dan haar man.)
“Ik wacht op de atoombom,’’ antwoordde ik.
De buurman, gekleed in een tennisshort en zo’n truitje met een krokodil, lachte terwijl zijn gezicht zei: “Wat een ontzettend domme, vervelende opmerking van mijn seniele buur.’’
Maar ik meende het.
Iedere keer als ik een analyse maak van het wereldgebeuren luidt mijn conclusie: “Iemand gaat De Bom gooien.’’
Waarom niet? Poetin heeft het grootste en belangrijkste deel van zijn leven echt wel gehad. Net als ik. Als hij alles verliest, wat let hem dan Bommie Plof over het netje te werpen? Hetzelfde geldt voor dat schorem in Iran. Waarom zouden ze Trump van alles beloven? Als Israël te sterk wordt, gaan ze echt heus wel die bom in elkaar zetten én werpen. De dood zegt ze niets en Allah zal en moet gelijk krijgen. (En vergis je niet: de strijd tussen Iran en Israel is er ook een tussen Allah en God.) Trouwens, Trump vertrouw ik ook niet.
Ik ben nu op een leeftijd dat ik mezelf met grote liefde zou offeren als dat mijn kleinkinderen ten goede zou komen. Te veel verdriet stompt je niet af, ze besuikeren je gevoel. Anders gezegd: ze verzoeten je wraak. Wraak is als je jong bent ethisch verfoeilijk, maar als je ouder bent, kan het rust en voldoening schenken. Je moest eens weten hoe ik in mijn fantasie de wereldproblemen oplos.
Laatst was H.S. hier (hij is doof en blind, nou ja bijna, en hij is daardoor nog bozer op de wereld dan ik) en we beeldden ons in dat we het voor het zeggen hadden. Als men ons had gehoord zouden we van wereldgenocide beschuldigd kunnen worden. Die moest dood en die moest dood, en die mochten we ook niet vergeten… Het eindigde ermee dat we beseften dat we machteloze schlemielen waren. Al zijn we doof en blind, de horenden en zienden zijn het ook - daar kwam het op neer.
(Weet je wat het vervelende is van dit soort brieven? Ik wilde je weer eens wat troost brengen, een literaire taart met slagroom van opbeurende woorden, maar ik heb mezelf nu in een opgewonden activistische staat geschreven en heb zin om zelf die rode knop in te drukken. Me for president! En het komt goed met de wereld. Machtswellust komt voort uit onmacht, beste A., dat praat je me niet uit mijn hoofd!)
Ik geloof dat je weer niks aan deze mail hebt. Als een verliefde jongen huil ik stiekem omdat er tegenwoordig zoveel voorbij is.
Als toetje daarom de woorden van J.C. Bloem:
(…) Tot aan het zwichten en het laatst getij,
Wanneer de wereld één wordt met het duistren,
En wij de niet te hooren woorden fluistren:
Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.
Groet,
Theodor
Ik vind het niet erg als u mij af en toe wat betaald.
Kort verhaal
Terugwinnen
“Waarom wil ze niets meer met je te maken hebben?’’ vroeg z’n moeder.
“Ik weet het niet,’’ antwoordde hij. Hij voelde zich een kind van 16 in plaats van een man van 25.
Hij wist het echt niet. Eigenlijk wilde hij huilen, maar dat durfde hij niet omdat z’n moeder droevig naar hem keek.
“Heeft ze een ander?’’
“Ik weet het niet.’’
“Hoe is het dan gegaan? Wat zei ze? Hoe ging het uit?’’
Hij wist niet hoe hij het moest vertellen.
“Ze zei… ze zei… dus… gewoon… Ik hou niet meer van je.’’
“En toen? Vroeg je niet: waarom hou je niet meer van me?’’
“Jawel…en toen zei ze: gewoon… gewoon, ik hou niet meer van je.’’
“En wat zei jij toen?’’
“Wat moest ik zeggen?’’
Het was of dit gesprek met zijn moeder duidelijk maakte waarom z’n vrouw bij hem weg wilde. Wanneer z’n moeder hem iets vroeg, kon hij ook nooit woorden vinden. Zijn zwijgen voelde aan alsof hij in een leegte keek. Als zijn vrouw hem iets vroeg kon hij vaak geen woorden vinden omdat zijn hersens hem niets lieten voelen of zien.
“Ik ben te dom,’’ zei hij zachtjes.
“Wat?’’ vroeg z’n moeder die hem nauwelijks verstaan had.
“Niks,’’ zei hij, “ze houdt gewoon niet meer van me.’’
“Ze heeft volgens mij gewoon een ander. Hoe was de seks tussen jullie?’’
Weer staarde hij in een woordloze leegte, dit keer omfloerst door schaamrood. Hij besloot hierover zijn mond te houden.
Maar ook nu weer begreep hij dat de seks misschien te weinig had voorgesteld. Seks was een aangename sleur geweest.
“Wilde zij misschien kinderen en jij niet?’’ vroeg z’n moeder.
“Het lukte niet. We wilden wel.’’
“Dan is dat het,’’ concludeerde zijn moeder, “vrouwen willen kinderen en als het dan niet lukt, dan zoeken ze een ander bij wie het misschien wel lukt. Dat is een onbewust proces. Dat gaat vanzelf. En dan kan het inderdaad dat ze niet meer van je houdt.’’
Zoals altijd ergerde zijn moeder hem met haar domheid.
“Vrouwen zoeken altijd een man voor hun broedsels. Zij beslissen. Terwijl de man denkt dat hij beslist. Dat is niet zo. Zij kiest!’’ Het stemgeluid van z’n moeder bereikte altijd een punt waarop het hem begon te ergeren.
“Wil je haar voor je terugwinnen?’’ vroeg z’n moeder opeens.
Hij schrok van de zin die hij idioot vond.
“Terugwinnen?’’ herhaalde hij.
“Ga je proberen haar weer terug te krijgen?’’
“Dat heeft geen zin,’’ zei hij, “dat heeft absoluut geen zin.’’
Verborgen verleider: En lees De Trip van Ferdinand Hania.




