Lieve J.,
Wat ik van mijn moeder heb? Leuke vraag. Maar moeilijk te beantwoorden. Ik heb ook weleens aan slachtoffers van mijn interviews gevraagd wat ze van hun moeder en wat van hun vader hadden. Ze gaven altijd beschrijvingen in twee, drie begrippen. “Nou, van mijn moeder heb ik… mijn fantasie en mijn werkdrift…’’ Dat was het. Alsof je maar twee of drie typerende trekken van je ouders hebt.
Zelf heb ik gemerkt dat ik soms hoop dat ik bepaalde eigenschappen van mijn moeder heb.
In Het Kaartspel heb ik over mijn moeder geschreven. Een verhaal dat zich afspeelt in de oorlog. Ze was toen jong. Het Jappenkamp had bij haar na de oorlog iets krachtdadigs, iets moedigs en onverzettelijks naar boven gehaald. Ze liet zich niets meer zeggen. Had soms een veel te grote mond. De wereld deed er verstandig aan naar haar te luisteren. Autoriteiten, zoals agenten, kon ze niet uitstaan. Mijn vader was voor de oorlog een autoriteit voor haar, na de oorlog heeft hij altijd gedaan wat ze zei.
“Hoe oud bent u, mevrouw,’’ vroeg de politieagent nadat mijn moeder twee keer door rood was gereden.
“120!’’ zei mijn moeder.
Ik zat naast haar weer eens rood te worden.
Heb ik die eigenschap van mijn moeder?
Mijn vader was een typische Indischman. Drong vaak achteruit. Bescheiden. Wilde niet op de voorgrond treden, maar kon wel goed verhalen vertellen. Eigenlijk ben ik nooit een betere verteller dan mijn vader tegengekomen.
Maar wat heb ik van mezelf?
Onlangs vertelde ik in een podcast waarin ik werd geïnterviewd dat ik zelf geen magnetische persoonlijkheid heb terwijl ik daar wel naar zoek. Ik bedoel, ik ben geen Reve, geen Hermans, geen Mulisch, geen JMA Biesheuvel. Ik ben hoogstens een Campert of een Carmiggelt, als je begrijpt wat ik bedoel. (En dan heb ik het uiteraard niet over de kwaliteit van mijn werk.) Theo van Gogh was een magnetische persoonlijkheid. Je wilde graag in zijn nabijheid zijn. Er gebeurde dan altijd wat. Reve was ook zo’n magnetische persoonlijkheid. Was je bij hem in de buurt, dan was je constant aan het lachen of je aan het verbazen. Zijn broer Karel - een beter schrijver dan Gerard goedbeschouwd - was zeker charismatisch maar anders. Minder magnetisch. Je weet dat ik een keer Sartre heb ontmoet. Een man die ik mateloos bewonderde. Had voor mij toen ik hem zag niets magnetisch. Eerder iets irritants, wat ik niet wilde zien. Magnetisme verdwijnt trouwens als je ouder wordt. Er is niet één schrijver meer die ik ken en die voor mij een grote aantrekkingskracht heeft. En zelf kan ik nauwelijks mensen verdragen. Ik stoot ze af, geloof ik. Kom maar niet in mijn buurt. Nu ik erover schrijf: mijn moeder had zeker een magnetische persoonlijkheid. Althans voor mij en ik geloof ook voor anderen. (Vooral mannen. Er zwermden altijd mannen om haar heen. En maar een paar vriendinnen.)
Ik zou graag een persoonlijkheid willen hebben op grond van mijn kwaliteiten als schrijver. Ik heb over Nescio - die ik hogelijk bewonder - weleens gelezen dat hij niet echt opviel. Hij was graag alleen of met familie en verder niks. Dat lijkt me wel wat.
Ik zou weleens willen weten wat Nabokov, Thomas Mann en Kafka voor persoonlijkheden waren. Kafka schijnt in de Praagse café’s een graag geziene gast te zijn geweest. Had ontzettend veel humor.
Overigens: in mijn dochter herken ik mijn moeder. Niet alleen in haar manier van bewegen, maar ook in haar wijze van spreken, in haar karakter ook. Hoewel: ik herken meer dan dat ik er precies de vinger op kan leggen. Soms zit het in haar manier van kleden, soms in een gebaar, een oogopslag.
Ouders zijn reuzen die kleiner worden naarmate ze meer op jou gaan lijken en groter worden naarmate je ze meer gaat begrijpen.
Mijn moeder stierf als een reuzin die mij altijd heeft willen beademen met de moed die ze zelf had, maar die vaak werd weggevaagd door de harde stormwind als mijn vader zich over mij boog.
Tja, heb je iets aan deze brief? Ik weet het niet. Ik moet eerlijk zeggen, al schrijf ik vaak over “ik”, ik hou er niet van over mezelf te schrijven zoals ik werkelijk ben. Reve zei: “Ik speel de rol die ik ben.’’ Ik zeg hem dat na. Ik ken mijn gecompliceerde karaktertrekken en mijn complexe persoonlijkheid die mensen eerder afstoot dan aantrekt. Ik moet mij op het wereldtoneel daarom hullen in merkwaardige uitdossingen en me verplaatsen in verschillende rollen om te kunnen vluchten voor de draak die angst heet. Dat heb ik niet van mijn ouders geërfd, dat heb ik me zelf meester moeten maken.
Ik groet je.
Theodor
P.S. Let Op! Geschenk. Hierboven wordt gesproken over Het Kaartspel. Ik heb. hiervan nog twintig exemplaren. Stuur mij uw adres en ik zend u er één, maar het kost mij wel ongeveer 6 euro aan portokosten. Dus als u het wil hebben, kunt u het beter kopen voor 5 euro. Of stuur uw telefoonnummer dan stuur ik u een tikkie. Ik hou mij aanbevolen voor een handiger betaalmethode.
Kort verhaal
Ruzie Hij ging gamen en luisterde niet naar de ruzie beneden. Eigenlijk hoorde hij vooral zijn vader schreeuwen en zijn moeder huilen. “Ik ga naar Mo,’’ zei hij en liep de deur uit. Hij wist dat z’n ouders hem niet hadden gehoord. Op straat liep hij naar het huis van Mo maar die was er niet. Hij liep door en kwam terecht bij de boksschool. Maar daar was zijn vriend ook niet. Hij bleef nog even hangen, mocht van Youssouf de handdoeken opruimen en daarna kreeg hij boksles, maar Youssouf werd weggeroepen en ging naar het kantoortje. Hij deed z’n bokshandschoenen uit en legde nog twee handdoeken in de mand. Zijn telefoon ging. Hij nam op. Hij luisterde en zei: “Ik heb wel gezegd waar ik heen ging… Je luisterde niet!’’ Eigenlijk wilde hij het gesprek wegdrukken. Hij kon niet tegen de stem van zijn vader. “Omdat mamma huilde,’’ zei hij. En daarna zei hij nog eens, maar nu met luidere stem: “Ik heb wèl gezegd dat ik wegging! Dat ik naar Mo ging. Maar je luisterde niet en mamma ook niet!’’ Hij drukte zijn vader weg. Als hij straks thuis was zou hij ruzie krijgen. Tenminste, als zijn vader thuis was. Hij nam afscheid van Youssouf en liep naar huis. Z’n moeder zat op de bank en keek televisie. “Je moet zeggen waar je naar toe gaat!’’ zei ze. “Dat heb ik gedaan. Je luisterde niet.’’ “Je bent gewoon weggelopen.’’ “Niet…’’ En toen vroeg hij: “Waar is pappa?’’ “Pappa is weg.’’ “Ook gewoon weggelopen…’’ Z’n moeder antwoordde niet. Hij leek even met haar mee naar de televisie/tv?, maar wat hij zag vond hij stom. “Hou je nog van hem?’’ vroeg hij. Z’n moeder schrok zichtbaar van zijn vraag. “Dat is iets tussen je vader en mij.’’ “Dat is nee/Nee dus?,’’ stelde hij vast. Ha ha Z’n moeder stond op van de bank, zette de tv uit en liep weg. “Je vader is een zak,’’ zei ze toen ze bijna op de gang stond. “Opa vind/vindt ook dat je bij hem weg moet!’’ zei hij en schaamde zich want hij onthulde iets wat zijn grootvader hem in vertrouwen had verteld. “Wat zei opa (dan?)?’’ “Niets.’’ “Jawel… zei hij dat ik van hem weg moest?” “Ja… Hij zei: ‘Hij doet mamma pijn.’’’ Z’n moeder keerde terug naar de kamer. “En zou jij dat willen?’’ vroeg ze aan hem. Hij haalde zijn schouders op. “Jullie probleem,’’ zei hij. “Hoezo ons probleem?’’ “Ik ben over twee jaar het huis uit!’’ “Dan ben ik alleen.” “Pappa ook.’’ Hij haalde weer zijn schouders op en ging naar z’n kamer om te gamen.






SY 06-28121267
06-51265835