Sodemieter op met je geluk!
Eenzaamheid is niet meer wat het is geweest
Ha K.
Daarnet liep ik weereens door de stad om m’n woede eruit te lopen en verbaasde me voor de zoveelste keer over de apen, de giraffen en de vogelspinnen, oftewel: de burgers van mijn stad in verval.
Eigenlijk vond ik iedereen nog te gelukkig. Vooral de jeugd. De jonge apen straalden een hypocriet geluk uit. Ach, wat waren ze blij. Ze lachten en stompten elkaar, maar er was een scheiding tussen de jongens en meisjes. Er was geen geile sfeer. Er was geen jeugdige eenzaamheid, geen somberheid. Snap je wat ik bedoel? Niks is zo droevig als de ironie van het geluk. De jonge apies speelden toneel, want we weten dat ze niet zo neuken als wij vroeger, we weten dat de pilletjes niet aan te slepen zijn en het kan niet anders of ze voelen zich bedreigd door wat er in de wereld gebeurt, door het gebrek aan huizen, door AI en door de bedreigende ideologieën. Ik heb het al eens vaker beweerd zoals je weet: dat Extinction Rebellion -gedoe is lief, maar vooral decadent. Het heeft geen zin kunst te vernielen of een snelweg te bezetten. Wie wil je overtuigen? Mij? Ik weet het al. Jij ook. Wat die xr-jeugd in feite doet is expres afstand scheppen tussen hen en ons zodat wij tegen hen gaan zeuren en juist meer afstand krijgen van hun doelstellingen, zodat zij nog kwader kunnen worden op ons. Pas als ze worden opgepakt voelen ze dat ze leven en dat hun leven op een of andere manier zin heeft.
‘Weg met de fossiele brandstoffen,’’riepen ze. Prima. Wat heb je voor anders in de aanbieding? En wanneer? Engagement is goed, maar besef wel dat dit alleen kan in een democratisch land, waar vrijheid van meningsuiting heerst, waar je kapitaal hebt om te kunnen demonstreren, waar je niet het cachot wordt gesmeten omdat je in een raar krantje schrijft, waar je niet wordt vergiftigd of uit het raam wordt gegooid omdat je verkeerde denkbeelden hebt. Men doet alsof men gelukkig is door al die ellende te verbergen achter een grimas. Maar is dit geen cliché? Wie speelt er geen toneel in het dagelijks leven. Het doen-alsof wordt aangeraden om je beter en mooier te voelen. Dus tja - men doet maar,
Maar weet je wat ik opeens bedenk?
Misschien is het wel goed dat die aapjes gelukkig en tevreden doen. Wat hebben ze anders dan de illusie dat dit “leven” is?
Misschien, dacht ik, ben ik wel eenzaam. My dancing days are over. I know. Maar in feite wil ik hen decadenter zien dan ze zijn. Ik wil dat ze daadwerkelijk het onderste uit de kan halen. Ze leven met de handrem op hun bestaan. Dat lijkt verstandig, maar is het niet. Het is het verdringen van het feit dat je gedwongen bent lui te zijn. (Spreek ik wartaal? Kan best, hoor. Voor mezelf is het helemaal duidelijk.)
Kortom: ik heb medelijden, maar ik lijd niet met ze mee. Ik heb medelijden met mezelf, want hoewel ik geen telepathische gaven heb, zie ik velen van hen terechtkomen in een vreselijke strijd, een oorlog die doden gaat kosten, misschien kost het wel mijn eigen kleinkinderen of achterkleinkinderen. Zoals je weet is mijn grootvader door de jappen vermoord en ik sluit niet uit dat ik door fundamentalistische moslims gekeeld ga worden. Met die angst leef ik trouwens al een kwart eeuw. Maar liever ik dan mijn naasten.
Ik ga tegenwoordig graag naar herdenkingsmonumenten en ik bestudeer altijd de struikelstenen. Dat zijn echte helden. Mijn grootvader was ook een held, maar niemand gedenkt hem. Dus doe ik het maar af en toe. En mijn eigen vader vind ik trouwens ook een held. En mijn moeder. Net als mijn broer en zuster. Alleen ik ben een schlemiel uit roeping, denk ik.
Ik heb vaak met mijn vader gesproken over ‘eer’. Hij geloofde daar in. “Pap.’’ zei ik, “eer is een leeg woord. Waarmee wil je dat vullen?’’ Hij: “Plicht, verantwoordelijkheid, respect voor de ander.’’ Allemaal niks. Hij werd kwaad op mij. “Als je eer niets waard vindt, ben je niks waard. Wat is dan de zin van je leven?’’ “De zin van mijn leven is dat ik zelf doe wat ik wil.’’ Dat vond hij egocentrisch. Je begrijpt iets van de sfeer thuis. Al die zaken die ik waardeloos vond: vaderlandsliefde, monarchie, trouw, recht… Het waren de fundamenten van vaders bestaan. Ik vind ze nog waardeloos omdat ik er het type niet voor ben. Ik vermoed dat ik er te autonoom voor ben. Anders gezegd, ofschoon ik schrijver ben, weet ik niet alleen niet wat die woorden precies betekenen, maar weet ook niet hoe en waarom ik daar inhoud aan zou moeten geven. Je mag geloven in plicht, verantwoordelijkheid, respect en weet ik veel, maar omdat die begrippen niet nauwgezet omschreven zijn, gaan er lieden mee aan de haal die het hoogst op de apenrots zitten. Politici, bedoel ik. Zal ik je eens wat zeggen? Politicus willen worden lijkt soms op een autistische stoornis. Ik zal je dit nog wel eens uitleggen.
Maar bij herdenkingsmomenten en struikelstenen zie ik mannen en vrouwen die heldendaden deden of slachtoffer werden van anderen die meenden dat ze helden zouden worden.
En dan die jongeren die nu blij zijn. Wie blij is kan je straks van alles wijsmaken om blij te blijven. “Toon respect! Heb vaderlandsliefde! Denk aan je eer.’’
Heb je wat aan deze mail? Nou, ik denk het niet. Ik heb er ook niets aan, geloof ik. In feite ben ik een schijtlaars die bang is voor oorlog en ik hoop die voor mezelf met elke zin iets af te houden.
Groet, Theodor
LEES: DE TRIP VAN FERDINAND HANIA
Kort verhaal
Straf
De dag voordat ze vijftien werd liep ze in haar mooiste kleren en wat overdreven opgemaakt langs zijn huis. Ze zag zijn fiets tegen de muur staan, wilde het zadel of de handvatten aanraken, maar durfde niet.
Thuis had ze een gedicht overgeschreven en dat wilde ze hem geven, maar ze kon uit angst ontdekt te worden niet eens één seconde voor z’n huis te staan.
Ze liep door.
Weer thuis kleedde ze zich snel om.
“Waar was je heen?’’ riep haar moeder vanuit de keuken.
Ze antwoordde niet. Snel zette ze haar koptelefoon op en terwijl ze een bepaald nummer opzocht kwam haar moeder haar kamer binnen.
Moeder ging op haar bed zitten, terwijl zij de koptelefoon weer van haar hoofd deed.
Haar moeder keek voor zich uit en zei: “Ik snap echt heel goed dat het vreselijk is als je beste vriendin is overleden… Er was echt niets aan die ziekte te doen… Maar jullie hielden van elkaar… Daar moet je je aan vasthouden.’’
Moeder stond op en omhelsde haar waarop ze begon te huilen.
Ze probeerde haar gedachten weg te drukken.
Haar ziekte vriendin was verliefd geweest op hem, net als zij.
“Vraag of hij me nog eens komt bezoeken,’’ had haar vriendin gevraagd.
Ze had het verzoek niet overgebracht.
“Komt hij?’’ had haar vriendin in het ziekenhuis gevraagd.
“Hij wilde wel komen,’’ loog ze.
Ze had de behoefte om haar moeder te vertellen wat ze had gedaan, maar kon het niet.
“Mama’’ begon ze, “Ik voel me zo… schuldig.’’
Ze verborg haar hoofd in haar moeders schouder.
“Ik heb…’’
“Ssst… je hoeft niets te zeggen,’’ zei haar moeder, “Toen pappa stierf voelde ik me ook schuldig… Omdat hij zo ziek was en ik nog… hoe heet het… nog helemaal in het leven stond.’’
“Ik vind het zo erg… zoals ik me heb gedragen, mam.’’
“Dood is dood,’’ zei haar moeder. Het was of haar moeder het niet wilde horen. En zij kon het nu echt niet meer vertellen.
Opeens ging de bel. Haar moeder liep naar de deur en zij liet zich op bed vallen.]
Ze hoorde praten en even later keerde haar moeder terug.
“Dat was die Willem. Die wist niet dat Andrea was overleden. Hij vroeg of jij thuis was maar ik zei dat je niet in staat was om hem te woord te staan.’’
Haar moeder aaide over haar hoofd.
“Maar ik moest je de groeten doen,’’ zei ze, “ hij gaat morgen met zijn ouders naar New York. Dus hij kan ook niet op de crematie zijn.’’
Ze haalde haar schouders op.
“We gaan morgen toch van je verjaardag iets feestelijks maken,’’ zei haar moeder.




De trip van Ferdinand Hania. Ik heb het in één adem uitgelezen. Prachtboek!
Ik ben het aan het lezen, de trip van Ferdinand Hania. Ferdinand is inderdaad een tiener zoals ze vroeger waren en meer verklap ik niet 🤭.