Slechte vaders maken goede dochters
Over gemeenteraad, gemene raad en goede raad
Lieve M.,
(fragment)
Ach ja, lieve dochter, je hebt makkelijk praten: “Vader, wees geen oude, zure man. Dat vindt niemand leuk. Niemand wil een boek of een gesprek van een zure bom die te lang in de azijn heeft liggen weken.”
Maar ik weet niet hoe ik moet ontzuren, terwijl ik honderden redenen heb om zuur te zijn. Ik zal het niet allemaal opnoemen, want dan zou je schrikken. Je zou dan een groot medelijden met me voelen. (Daar wil ik je niet mee belasten.) En je zou zelfs tranen plengen. (Een vader wil zijn dochter nooit zien huilen.) En je zou naar een klein kerkje gaan, ergens in Italië of Zuid-Frankrijk, en stiekem aan God vragen om het lot van je vader te keren. (“Hij gelooft niet in Mij”, zou God zeggen. En dan moet jij antwoorden: “Maar hij gelooft al niet in zichzelf, hoe moet hij dan in U geloven?” Misschien is Hij daar wel gevoelig voor”).
Maar vanaf nu zal ik mij ontzurig gedragen.
“Kijk, wie gaat daar?”
“Dat is de depressie van pappie Holman.”
“Mooi zo, en wie heeft hij daar bij zich?”
“Dat is het minderwaardigheidscomplex van paps Holman.”
“Heel fijn, opgeruimd staat netjes. Maar… wie loopt daar achteraan?”
“Dat is vriend Mislukking. Die draagt papsie Holman altijd op zijn schouders.”
“Maar die lijkt op zijn schouders ook alweer iemand te dragen.”
“Ja, dat is vriend Aansteller. Die zit gewoon aan vadertje Holman gekleefd, lijkt het soms.”
Ach ja, laten we er maar om huilen.
Ik weet niet meer hoe ze heetten (dat is al veelzeggend), maar toen ik nog journalist was, heb ik menig oude schrijver en vertaler gesproken. Ze waren niet alleen zuur, maar ook verbitterd. Ik heb me toen ook voorgenomen: ik zal nooit zuur en verbitterd zijn, maar soms kun je daar niets aan doen. Ik wil het niet zijn, maar toch ben ik het. Sommige zaken krijg je niet weggeredeneerd. Dat geldt bijvoorbeeld voor woede.
Ik ben momenteel woedend op alles wat er in de wereld gebeurt.
Het advies dat ik dan krijg is: kijk geen tv, lees geen kranten, stop je telefoon weg…
Maar dat is onmogelijk. Het is een advies in de trant van: sluit je ogen als je niets wilt zien. De mens wordt vooral gedreven door gevoelens die hij niet in de hand heeft, zoals liefde, jaloezie, angst, wrok en nog een paar andere. Gevoelens die de mens wél in de hand heeft, bestaan niet. Zelfs vrolijkheid heeft de mens niet in de hand. Gevoel overkomt ons en komt meestal ongelegen.
Kortom: als zure bom zit ik in een vat vol tegenstrijdigheden. Want uiteraard ben ik ook een vrolijke kwast, een dartel leukerdje – ja, met mij kun je lol hebben, hoor.
Ik las in de krant dat jongeren zo’n last hebben van eenzaamheid. Ik snap daar niets van. Als je nu dertig of veertig bent begrijp ik dat, maar als je jong bent… Ik geloof het ook niet. Ze krijgen geen aandacht; dat is heel iets anders dan eenzaam zijn. En waarom krijgen ze geen aandacht? Omdat ze geen aandacht geven. Soms heb ik het gevoel dat jongeren om een oorlog smeken. Ze lijden nu te weinig en zien jongeren in Israël, Oekraïne, Rusland, Iran en Engeland, en die lijden zich een ongeluk. “Ik wil ook oorlog. Dan ga ik leeftijdgenoten doodschieten, want die jagen dan op mij. Een echte wedstrijd! Mijn leven wordt dan een televisieserie en als die is afgelopen, heb ik genoeg geleefd om te sterven. En als ik meteen word neergeknald, dan is dat ook goed, want ik ben dan gestorven voor de goede zaak. Amen.”
Ik moet eerlijk zeggen: de jeugd denkt te weinig over de dood na. Dat weet ik omdat ik de jeugd dagelijks observeer als ik Koos uitlaat. Ik zie sloomheid, zelfs als ze zich in de sportschool uitsloven. Ze hebben de verkeerde ennui. Niet die decadente, waar ik voor ben, maar een verveeldheid die ze anderen kwalijk nemen. Ze stellen er een eer in zich politiek correct te gedragen, terwijl die zogenaamde keurigheid beperkend werkt.
Ach, misschien zijn ze inderdaad wél eenzaam. Ik weet het ook niet precies. Mij ergert het dat ze geen echte reden hebben om eenzaam te zijn. Als de jeugd nu eenzaam is, is de strijd van na de oorlog tot nu tevergeefs geweest. Maar hoe dan ook: ik vind dat de jeugd nou niet mag klagen. “We kunnen geen huis huren of vinden.” Ja, dat klopt. Maar… kraak dan! Vermoord je ouders! Verhuis naar Canada! Sluit de grenzen zodat er geen asielzoekers meer binnen kunnen komen. Dood die asielzoekers. Breng oudjes van mijn leeftijd om. Ik bedoel: mogelijkheden genoeg, je moet alleen een beetje creatief zijn.
Hoe komt het dat alle leuke jongeren, hoe klein ook, een huis hebben en alle zeikstralen niet? (Zal ik je wat vertellen? Wel geheim houden. Zweer. Hier komt het: ik wou dat ik nog bij mijn ouders, jouw grootouders, woonde. Dat ik thuiskom en zeg: “Dag mam, wat eten we?” En dat mijn vader zegt: “Zal ik nog wat chips halen voor bij het voetbal vanavond?”)
Als ik hieraan denk, voel ik me gelukkig en eenzaam tegelijk. Ouderen zijn de echte eenzamen. Ze kunnen makkelijk vrienden maken, maar dat zijn dan weer andere eenzamen. Constant worden ze omringd door gestorvenen. Nou, die wil je ook niet elke dag op de thee hebben. (Ik zei laatst tegen Rob, je weet wel: “We moeten naar de crematie van Hanneke.’’ Toen zei Rob: “Ha fijn, zie ik misschien Tanja en Evert.’’)
Jouw generatie wil, net als de generatie na jou, en net als mijn generatie, de wereld veranderen. Maar de wereld wil niet veranderen, want de wereld bestaat uit mensen die oorlog willen.
Groet,
je vader.




Ik vind je helemaal niet zuur.
Zoals altijd 👌🏻❤️