Over een liefdesbrief en liedjes
Emineur Amineur Dmineur
Hee Hyena,
Wat ik doe? Ik schrijf brieven (e-mails). Korte verhalen. Soms columns.Ik maak aantekeningen voor een roman. Ik maak liedjes voor mezelf achter de piano. (Emineur, amineur, dimineur en terug naar emineur - meer kan ik en wil ik eigenlijk niet.)
Alles is tot mislukken gedoemd, zoals je weet.
Maar wanneer lukt het?
Als ik me niet hoef te schamen voor mijn leven. Ik bedoel dit: als mijn uitgever uit de kosten komt met mijn boeken, als mijn liedjes gehoord worden en iemand verliefd kunnen maken of een andere belangrijke beslissing in zijn of haar leven begeleidt. Als mijn korte verhalen het leven van meer dan 351 mensen verrijken.
Mijn kleinzoon vroeg laatst of ik altijd schrijver wilde worden.
Ik antwoordde bevestigend en dacht: wat moet ik hem nu aanraden? Word ook kunstenaar? Om kunstenaar te wezen moet je constant zwanger zijn van ideeën terwijl je doodsangsten uitstaat tijdens de bevalling. En na de geboorte blijken je meeste zielenroerselen in de ogen van een ander mismaakt. Dat heb ik mijn kleinzoon maar niet gezegd. Waar mijn ouders artistiek zelfvertrouwen probeerden te aborteren, hoop ik dat mijn dochter haar kinderen (met behulp van de oma’s en opa’s) volstouwen met de lust iets te willen maken.
Jij wil ook scheppen.
Het vervelende is dat ik veel te laat in mijn leven heb ingezien dat het niet gaat om roem. Ik heb, toen ik jong was, wel duizend keren van oudere kunstenaars gehoord dat ‘het in het leven niet gaat om roem’. Jaja, dacht ik. Maar roem geeft wel geld, seksualiteit en status. Wat wil je meer? Nou, een goed kunstenaar zijn is het antwoord. In mijn geval wil ik bepaalde verhalen goed kunnen verwoorden. Die seksualiteit kun je tegenwoordig overal wel halen, in onbekrompen maat. Maar iets van kwaliteit creëren, zelfs al wordt het door weinigen gezien, is absoluut nastrevenswaardig. Het geeft geen ordinair geluksgevoel, maar iets anders: alsof je de oplossing van een geheim wordt medegedeeld. Iets lukt. Voor jou en voor de ander die jouw kunst nuttigt. (Ik vermijd het woord ‘geniet’ want van goede kunst hoef je niet te genieten.)
In de jaren zeventig werd van alles ‘kunst’ gemaakt. Een oude stoel met een wekker was kunst, een schilderij van een stripfiguur was ook kunst - en ik vond het allemaal mooi en inspirerend. En toen ik ging schrijven volgde ik elke mode. Maar ik wilde iets anders schrijven dan ik deed. Dat was een moeilijke zoektocht. Hoe blijf ik weg van al die modes… zeer ingewikkeld. Meedoen aan de mode geeft een vorm van zekerheid, vooral als je onzeker bent. En welke kunstenaar is nu zeker? Daarom zie je vooral jonge kunstenaars de mode volgen. Ze begrijpen elkaar en hebben een bodem. Veel van mijn generatiegenoten deden Hermans, Reve of Campert na. (Ik ook.) De generatie na mij wilde Grunberg. Wie ze nu willen, weet ik niet.
Maar behalve voldoen aan je eigen kwaliteitsnormen wil je ook liefde. Wat dat is weet niemand. Zelfs niet of het bestaat. Ik bedoel, je kunt het wel voelen, maar of de ander het dan ook en net zo voelt (en je hebt voor liefde minstens twee of meer individuen nodig) weet ik niet. Weet niemand. Voor mij is Liefde een God die niet bestaat, maar een Godin die mij constant verleidt.
Ken je het schilderij ‘De liefdesbrief’ van Vermeer? De brief die zij leest kwam van mij. En er staan hele lieve dingen in. Dat ik haar terugwil en dat ik van haar hou en dat ik haar zo mis en dat ik pijn heb en dat ik gek word van eenzaamheid en dat ik inderdaad niet deug en dat ik van alle walletjes wil eten en dat ik nog nooit zo’n mooie vrouw heb gezien en dat zij en ik elkaar moeten kussen en dat we binnenkort, na 350 jaar, weer eens koffie moeten drinken en dat we het enige geneesmiddel zijn tegen een wereld die op instorten staat en dat we niet moeten zeuren over relationele problemen.
D’r moeder staat achter haar. Die wil natuurlijk weten wat er in die lieve brief van mij staat, maar dat mag niemand weten. Dat wordt rond 2026 onthuld, waarschijnlijk begin augustus.
Ik wens je veel inspiratie en werklust toe en kus je in de hoop dat zo’n verboden handeling met mijn lippen op de jouwe een of ander verbod verbreekt waardoor wij elkaar nooit zien. Mocht je mij een slecht mens vinden, besef dan dat mijn slechtheid veroorzaakt wordt door jouw schoonheid waarop de tijd geen invloed wenst uit te oefenen.
Theodor
Kort verhaal
Huisbezichtiging Hij liep door het huis dat te koop stond en probeerde steeds met zijn rug naar de makelaar te staan omdat hij diens gezwets niet wilde horen. Hier had ze dus gewoond. “Weet u iets van de vorige eigenaar?’’ vroeg hij. “Nee, nou ja… een beschaafde vrouw.’’ “Alleen een vrouw?’’ “En haar man… Die is gestorven.’’ “Ach…” Hoe vaak had hij niet gehoopt en gebeden dat die man zou sterven? En nu was hij dood. Langzaam liep hij door het vertrek, alsof hij hun leven wilde herstellen. De voorkamer, de achterkamer, de keuken. Hij liep de trap op en kwam terecht in de slaapkamer. Zou hij hier zijn gestorven? Hij keek naar het bed en vond het klein. Het was in zijn gedachten veel groter. “Weet u waarom die mevrouw het huis van de hand wilde doen?’’ vroeg hij aan de makelaar. “Te groot voor haar alleen. En ze hebben geen kinderen.’’ “Zo groot is het niet toch… 98 vierkante meter…’’ “Voor haar wel.’’ “Waar woont ze nu?’’ “Dat weet ik even niet meneer.’’ Hij wist het vast wel, maar wilde het niet zeggen. Opeens werd hij gebeld. Het was zijn vrouw. Ze vroeg wat hij aan het doen was want hij had al thuis moeten zijn. “Ik bekijk een huis.’’ “Waarom?’’ “Ik bekijk het met een collega van kantoor. Z’n vrouw is zwanger en we dachten… we gaan even kijken.’’ “O, leuk,’’ zei z’n vrouw, “waar is het?’’ “Bij de Postjeskade.’’ “Duur?’’ “Nogal.’’ Ze vroeg nog meer onzinnige dingen, vooral over het kindje dat op komst was en hij verzon van alles (“Het kindje komt al snel! Het wordt een jongetje”) en hing op. De makelaar zei niets over het gesprek. Waarom wilde hij dit zien? Wat dacht hij aan te treffen? Hij liep nog naar die voorkamer. “Ik wil dat je uit mijn leven verdwijnt,’’ had ze daar gezegd. “Waarom?’’ “Omdat ik niet van je hou, Ik hou van hem.’’ Hij knikte. Omdat ze merkte hoe intens droevig hij werd, zei ze: “Maar als hij sterft, dan wil ik jou.’’ Hij was de deur uitgelopen en had nooit meer iets van zich laten horen. Niet lang daarna had hij Yvonne ontmoet, die dolgraag een kind wilde. Maar dat kind was al lang het huis uit, Yvonne had leuk werk in de bibliotheek en hij bleef spelen dat hij gelukkig met haar was. Wie weet zou eens het moment komen dat zijn grote tegenstander, dood was. Dat moment was nu. Maar alles leek opgelost als een korrel suiker in een kop thee. “Ik wil er nog over nadenken,’’ zei hij tegen de makelaar.
De column van Koos
P.S. Ik had graag bij mijn brief aan Hyena een plaatje gehad van De Liefdesbrief van Vermeer, maar ik kon geen goede afbeelding vinden. Dus kijk even op:
De liefdesbrief - Wikipedia
https://share.google/i8GGWOy94WcCV4t3X





Mijn ‘to do’ lijstje: minstens één keer per week Theodoor bedanken. Komt er eigenlijk nooit van. Nu wel
Het breekt m’n hart.
Dit verdient een knuffel!