
Ha beste P.V.,
Wat aardig dat je mijn brieven steeds “filosofischer” vindt, maar betekent dat niet dat ze onleesbaarder worden? Filosofen kunnen niet schrijven, op een enkele na (Nietzsche, Schopenhauer, Sartre) en misschien is hun denken hoog ontwikkeld, maar door de ingewikkelde formuleringen bereiken hun gedachtespinsels me slecht. Ik heb daarnet een zin van Heidegger aan Chat voorgelegd en gevraagd of hij hem kon uitleggen.
“Wat betekent: “Das Wesen des Daseins liegt in seiner Existenz.”
Chat: “Met Dasein bedoelt Heidegger niet simpelweg ‘de mens’, maar de mens voor zover die zich verhoudt tot zijn eigen bestaan: een wezen dat mogelijkheden kiest, zichzelf kan verliezen en zich kan afvragen wie het is. De zin betekent dus ongeveer: wij hebben geen vaste, vooraf bepaalde kern; wie we zijn, blijkt uit de manier waarop we ons leven vormgeven.’’
Leuk dat Chat zelf zegt wat die zin “ongeveer” betekent. Het weet het ook niet precies. Maar dan de inhoud: Wij hebben geen vaste, vooraf bepaalde kern.’’ O, is dat zo? Nou mooi… wist ik eigenlijk al. En dan het woord “Dasein”. Tja…En dan “Existenz”. Tja tja. Te vaag voor mij, ik raak de draad kwijt en dus mijn interesse. Tja, tja, tja. Ik ben schrijver geworden om zaken te verduidelijken; elke zin moet in de geest een beeld beitelen, en dat moet weer ontroering veroorzaken. Maar bij Heidegger zie ik niets en voel ik niets behalve een vorm van vermoeidheid.
Komt dat omdat ik ouder ben? Vroeger hield ik van filosofen en filosofieën. Ik zag mezelf als een Sartre of Bertrand Russell met een tweedjasje aan en een pijp in m’n mond de mensen verbazen met uitspraken waardoor hun leven zou veranderen. Maar van Russell en Sartre zijn een paar mooie regels over - en meer niet. Van mijn held Sartre rest bijkans niets meer, behalve zijn literaire werk, zijn romans, verhalen en toneelstukken. Dat is alles.
Ach, je weet wat ik denk: een hond kan net zo goed filosoferen als zijn baas. En met meer resultaat. Maar, wat is het resultaat dat de filosoof wil? Iedere filosoof heeft zijn eigen gedachtekronkels waarmee hij de waarheid wil doorprikken. Maar dat lukt niet, want de waarheid is geen ballon, maar een steen. Elke hond weet dat. En trouwens, wat betreft beestenfilosofie: over een poes hoor je vaak dat zij een “stoicijnse blik” heeft of een stoïcijnse houding.
Daarmee bedoelt men dan: kalm, onbewogen en bijna onaangedaan, niets kan haar verrassen of uit haar evenwicht brengen. Het gekke is: wat de Stoïcijnen wilden (zelfbeheersing, je kalmte bewaren je ratio laten spreken) lukte nooit, terwijl een poezenbeestje daar geen moeite mee heeft. De taal van honden en katten is zo invloedrijk omdat ze helder is.
Terwijl ik je schrijf hoor ik op de achtergrond Henri Bontenbal (CDA) een redevoering houden. Hij zegt: “(…) Vaak hoor ik stemmen waarin maatschappelijke somberheid doorklinkt. Somberheid over de toekomst, cynisme over ons vermogen om goed met elkaar samen te leven. Maar zorg over de toekomst mag niet betekenen dat we ons neerleggen bij pessimisme en cynisme.’’ (H.J. Schoo-lezing.)
Wat is dat voor taal? Bontenbal hoort stemmen. Slik pillen, man! We mogen ons niet “neerleggen bij pessimisme en cynisme.” Neerleggen - zo’n woord kan m’n kop niet aan. Ik bedoel, wat denk je nou: hee, daar zijn pessimisme en cynisme, daar ga ik me bij neerleggen. Hoe zou dat dan moeten? Ik haak dan meteen af, terwijl ik heus wel begrijp wat hij bedoelt, maar zelfs met die boodschap ben ik het niet eens. (“Leve het pessimisme en het cynisme” - Theodor Holman in de Th Holman-lezing.) Het succes van een politicus hangt af van de eenvoud van zijn taalgebruik en denkbeelden, maar het kan een politicus goed uitkomen als hij slaapwoorden gebruikt en praat in het ritme van Klaas Vaak. Een filosoferende politicus vind ik altijd iets kwaadaardigs hebben: men probeert chocola te maken van iets dat verdacht veel lijkt op gif.
Hoop dat je aan deze gedachten wat hebt. Binnenkort een glaasje water? Ik trakteer.
Groet, Theodor, filosoof.
P.S. Even nog een verhaal voor jou, P. Ik herinner me dat ik met Esther naar Frankrijk ging. Het was 1979 geloof ik. Ik was 26 en Esther had een vriendin in de Dordogne. Haar vriend was een filosoof met wie ik het vast wel goed zou kunnen vinden. “Hij schrijft,’’ werd mij voorgehouden. Ik schreef ook, maar had nog niets gepubliceerd.
Het oude boerderijtje bij Beynac was prachtig, de omgeving schitterend en de hond, een oude herder, allerliefst. Sandra, de vriendin van Esther, maakte kaas die naar zweetvoeten stonk, maar dat is altijd minder erg dan zweetvoeten die naar kaas stinken. Hans, de filosoof, was bezig een studie te schrijven over “Camus en de dood” of zoiets, het kan ook “Leven met Camus” zijn geweest. Op het moment dat we hun okergele pad naar de boerderij opreden voelde ik al mijn minderwaardigheidscomplex al, want ik zou een echte filosoof ontmoeten…
Nou, mijnheer Hans (6 jaar ouder dan ik) liet zich aanvankelijk niet zien. “Hans is aan het denken,’’ zei Esther.
Hoe zou hij dat doen, vroeg ik mezelf af. Staart hij peinzend naar de Dordogne? Maakt hij aantekeningen en schema’s? Bestudeert hij boeken en onderstreept hij belangrijke passages? Toen ik onze rugzakken wegzette, snapte ik hoe hij dacht, want ik hoorde vanachter een deur een diep geronk. Het was de slaap en vermoedelijk zijn dromen die hem geweldige filsofieën zouden doneren. Een uurtje later zaten we aan een ijskoude maar mierzoete Monbazillac die ik heerlijk vond. Hans was nog niet echt ontwaakt, hoewel hij zijn ogen open had.
Praten deed hij liever niet met ons, want hij was natuurlijk aan het denken. Op een gegeven moment hield ik het niet meer en vroeg: “Hans, waar ben je eigenlijk mee bezig?’’
“Met een artikel voor mijn promotie.’’
“Ah… en waar gaat het over?’’
“ Ik probeer een samenhang te vinden tussen het deconstructivisme van Derrida, en de ‘L’Archéologie du savoi van Foucault…’’
“Aha,’’ zei ik. En toen bleef het stil. Natuurlijk vroeg ik even daarna door. Er kwamen wel woorden uit Hans maar die vertoonden geen samenhang. Alleen de herder reageerde enthousiast. Tijdens de gezamenlijke maaltijd stond Hans ineens op (er lagen nog wat aardappels en een stuk vlees op zijn bord) en ging hij alleen een wandeling maken, want er moest weer gedacht worden, of hij bedacht iets dat “uitgedacht” moest worden, maar het kon ook dat hij net een gedachte had afgerond en dat er nu een “tegengedachte” moest worden gedacht. Dat ben ik vergeten. Hij nam een een halve fles wijn mee. “Dat is mijn glas,’’ zei ik nog maar hij was te diep in gedachten. De herder mocht, tot zijn teleurstelling, ook niet mee, maar werd afgekocht met het stuk vlees en de aardappelen die nog op het bord van Hans lagen. “Ja, Hans is een eigenzinnig type en daarom hou ik ook van hem,’’ zei Sandra. Hans hebben we ’s nachts terug horen komen waarna wij in ons kamertje, oren aan muur, getuige waren van een gigantische ruzie tussen Hans en Sandra.
“Morgen na het ontbijt wil ik meteen weg,’’ zei Esther.
Dat vond ik wel jammer, want nu wist ik nog niet hoe je moest filosoferen.
Jaren later, ik had al drie of vier boeken gepubliceerd, hoorden we dat Hans zich in de Dordogne had doodgedronken. Een vrouw die Anke heette bleek Hans laatste vriendin te zijn en vroeg mij, via Sandra en Esther (tussen haar en mij was het ook al afgelopen) of ik niet een uitgever wist voor Hans zijn drie essays, want dat die in boek zouden verschijnen was zijn liefste wens.
Helaas kon ik Anke niet helpen.
Kort verhaal
Durven
“Moeten jullie niet trouwen?’’ had een vriend gevraagd.
“Ik durf niet,’’ had hij geantwoord.
Z’n vriend had verbaasd gekeken.
“Ik durf niet omdat ik bang ben dat het weer misgaat.’’
“Misgaan? Jullie zijn oud. Echt oud.’’
“Weet ik. Misschien wel daarom… Ik bedoel, ik ben bang voor iets anders… Ik zie Petra nog vaak in de kamer. Ze vraagt: ‘Jij nog thee?’ ‘Graag,’ zeg ik. Ze doet twee stappen, valt en is dood.” “Maar dat gebeurt toch niet met Inge? Die is stoer, fit, fitter dan jij. Ze zit op de sportschool, vertelde je.’’
“Ja, en toch ben ik bang. Ik ken een cardioloog die zomaar een hartstilstand kreeg. Zomaar.’’
“Maar waarom zou jou dat twee keer overkomen?’’
“ik weet het niet. Ik ben er bang voor. Het weerhoudt me om te trouwen.’’
Z’n vriend keek naar hem of hij gek was.
“Is er geen andere reden?’’ vroeg hij.
“Nee… Of ja… Ik vind het moeilijk. Ze hoeft geen hartstilstand te krijgen. Het kan ook een auto-ongeluk zijn, ze kan van de trap vallen, een plotselinge duizeling terwijl ze op de fiets zit. Een operatie kan mislukken, een verwaarloosde ontsteking, Alzheimer, kanker… we zijn oud.’’
“Hoe kan je zo leven… Trouwen moet iets leuks zijn.’’
“Je snapt het niet. Ik heb nog last van Petra… Gewoon last… Ik hou van Inge, maar hoe kan ik nou niet houden van Petra, al is het vijf jaar geleden? Ik denk steeds dat ze nog terugkomt, terwijl ik weet dat dat niet zo is. Maar we hielden van elkaar, till death do us part. En de dood hééft ons gescheiden… Met Inge heb ik een andere liefde dan met Petra. Ik weet niet hoe dat komt.’’
“Zou het verraad zijn als je met Inge zou trouwen, verraad aan Petra?’’
“Nee… en ja… en nee.. Ik ben bang. Ik voel het niet als verraad. Maar ik voel me soms nog met Petra getrouwd.’’
“Ga je dan voor je gevoel vreemd met Inge?’’
“Nee… Ik weet heel goed dat Petra dood is. Dat besef ik dagelijks. Ze raakt steeds verder weg. Maar als ik met Inge in Antwerpen ben, loopt Petra opeens langs me. Als ik in Parijs ben, word ik nerveus als ik langs het restaurant loop waar ik met Petra was. Dan voel ik gemis, dan voel ik haar dood. Dan ben ik tegelijkertijd gruwelijk blij met Inge van wie ik zielsveel hou. Juist omdat ik Petra mis. Elke liefde is anders, maar het is wel liefde.’’
“Ingewikkeld,’’ zei z’n vriend.
“Dat doet de dood. De dood stopt voor jou niet door liefde voor iemand te koesteren.’’
Column van Koos





Mensenvallen meestal tegen vooral als ik terugkijk in het verleden dat ik opkeek tegenmensen die later gewoon burgerlullen bleken te zijn en hun eigen prive agenda belangrijker vonden en totaal niet geinteresseerd waren in de ander en wat was die prive agenda
Drinken neuken drugs enz
Niet zo erg filosofisch
Prachtig geschreven! Je overtreft jezelf. Ik heb er van genoten.En kijk uit naar meer.