Ha T.,
Wat zeur je toch met: ‘We zullen toch moeten proberen met elkaar samen te leven’? En ook dat: ‘Allemaal zijn we ooit vluchtelingen geweest.’ Ja, ooit vluchtten de eencelligen uit de zee het land op en werden ze, door voedsel gedreven, eigenaardige landdieren, althans volgens Darwin. Maar ik wil graag de voedsel- en geldgedreven eencelligen die nu hier zijn en godverdomme onze vrouwen verkrachten en vermoorden, terug naar zee sturen. Ik wil edelmoedig zijn en het aanleren van empathie vind ik ingewikkeld, maar daar doe ik toch mijn best voor, want ik wil dat mechaniek onder de knie krijgen. Maar als de ideologische verschillen te groot zijn, dan is aanpassen onmogelijk. Ik bedoel: past de spijker zich aan de plank aan, of de schroef aan de schroefdraad? (Voordat je gaat zeiken of deze vergelijking klopt of niet: dat doet er niet toe, beste jongen. Ik wil alleen maar zeggen dat ik niet snap waarom ik me moet aanpassen aan een stel door een ziek geloof gefrustreerde en beperkte idioten die menen dat het gerechtvaardigd is om onder bedreiging hun piemel zomaar in een willekeurige vrouw te steken. Hebben we last van Amerikaanse verkrachters, Chinese verkrachters, Finse verkrachters, Zweedse verkrachters, Vlaamse verkrachters? Misschien dat er soms één tussendoor loopt, maar over het algemeen zijn de verkrachters lieden die hun stam hebben verlaten, op zoek naar de vrijheid die ze willen bestrijden omdat ze die niet aankunnen.)
Men mag geloven wat men wil, maar als het een puzzelstukje is dat niet past, dan moeten ze een land opzoeken waar dat stukje wel past, en niet ons gebied gaan verzagen en vervolgens vastlijmen met wat koranteksten om de puzzel compleet te maken, zodat ons land hier hun land van daar wordt. Ik ken de theorie van de grote volksverhuizingen die altijd hebben plaatsgevonden. En als er hier een miljoen Amerikanen willen komen omdat ze Trump niet kunnen uitstaan, dan vind ik dat best. ‘Ook als je voor ze moet betalen?’ ‘Nou, eventjes vind ik dat niet erg. Ik weet dat Amerikanen snel zelf geld willen verdienen. Net als de Oekraïners die hier nu zijn.’
Niemand heeft bezwaar tegen asielzoekers die hier snel op eigen benen kunnen staan. ‘Mogen die dan wel een huis toegewezen krijgen, Theodor?’ ‘Ja, als er huizen over zijn. Niet we te weinig huizen hebben. Dan gaan inwoners van dit land voor. Dus als er geen huizen gebouwd mogen worden omdat er te veel troep in de grond zit, dan mogen er ook geen asielzoekers het land in.’
Wat niet kan, kan niet. Wat niet moet, moet niet. Wat niet klinkt, klinkt niet. Ik kan zo doorgaan. Weet je, ik geloof in het voor-wat-hoort-wat-principe. Wat is daar fout aan? Het is niet erg om iemand een tijdje als gast in huis te hebben, maar als dat te lang duurt, bijten de muizen de staarten van de ratten af. De gasten moeten na een tijdje meehelpen met afwassen, afdrogen, soms een keertje stofzuigen en als je te lang blijft, moet je meehelpen in het huishouden, misschien wat meebetalen aan de kosten en uiteindelijk moet je het huis uit. Zo eenvoudig is het, maar is het te eenvoudig? Er zijn geleerden die menen dat je die lieve, gevaarlijke andersdenkenden niet aan de grens kunt tegenhouden. Dat betekent dan dat ze ons overlopen, dat ze binnendringen, ons eruit kunnen duwen als het te veel wordt. Ben ik rechts? Valt mee. Paranoïde? Ik ben bang, angstig, schrikachtig, omdat ik broos ben, misschien zelfs wel decadent. Ik heb de cultuur namelijk lief, zelfs andere culturen, maar wie veel van cultuur houdt, wordt vanzelf een slappeling. Hij luistert naar Bach en leest liever de sonnetten van Shakespeare dan dat hij de wapens opneemt. Hij weet dat hij moet strijden, maar daarvoor is alles aan hem te breekbaar. Wie de cultuur hoog heeft zitten, maakt zich kwetsbaar. Dat kan niet anders. Kunst leidt, godzijdank, tot overgevoeligheid en je moet geen leger hebben van overgevoelige jongens en meisjes.
Nog even over dat samenleven… Waarom moet ik PROBEREN met sommige mensen samen te leven? Je leeft samen of niet. Ik heb nooit geprobeerd met iemand samen te leven, althans niet langer dan een maand of drie; dat hield stand of niet. Toen het niet meer ging, zeiden de verloofdes: ik ga weg, of jij moet weg. Het is niet de kleur, het is niet het IQ, het zijn niet de vreemde kleren, het is het islamitisch geloof, het is het islamitisch idealisme dat niet compatibel is en dat intrinsiek fascistisch is. Ze denken anders over dood en leven. Waarom gaan katholieken en atheïsten dan wel met elkaar samen? Of protestanten en katholieken? Of atheïsten en Joden? Dat kan als je je eigen geloof niet wilt opdringen of kunt relativeren. Wij zouden goed met islamieten om kunnen gaan als ze hun geloof alleen achter de voordeur zouden belijden, ze hun eigen billen zouden afvegen en niet hun hand zouden ophouden en zich in het publieke domein zo veel mogelijk zouden aanpassen. Ik hoor je al vragen: moeten wij ons dan ook niet aanpassen aan hen? Nu bereiken we een kritisch punt. Ik wil dat best door de democratie laten regelen. Maar als we straks democratisch regelen dat vrouwen en mannen gescheiden moeten sporten en gescheiden onderwijs moeten krijgen, als er democratisch geregeld gaat worden dat er verplicht islamonderwijs gegeven moet worden, dat er een wet komt die stelt: ‘Vrijheid van meningsuiting is uitstekend, daar zijn we helemaal voor, behalve als het het beledigen van godsdienst wordt’, als homo’s democratisch op achterstand worden gezet en er zedige kledingvoorschriften mogen komen, als dat, nogmaals, democratisch geregeld gaat worden, dan kachelen we democratisch achteruit, omdat we dan onze vrijheid inleveren - en dat kan heel snel gaan. Daar maak ik me zorgen over, want hoewel vrijheid het belangrijkste is dat we kunnen bezitten, willen de meeste mensen dat niet. Zoals ik bang ben voor beperkingen en verbodsbepalingen, zo worden zij angstig van te veel vrijheid. De mens wil een bijtje zijn in een bijenkorf met alleen een koningin, of een mier en dom achter elkaar lopen. Een grote gevangenis is voor de mensen geen straf, een kleine cel ook niet, als ze maar goed te eten krijgen en er een televisie is. Sterven vinden de meesten ook geen straf, want men weet niet hoe te leven. (Een waarzegger heeft mij gezegd dat ik eigenlijk een hond ben. Een hond in een roedel die wel als eerste bijt.)
Zo, ik zou zeggen: zou je zo vriendelijk willen zijn om deze tekst te stencilen en in de brievenbussen in je omgeving te gooien? Zorg dan dat je niet gepakt wordt, want ze liquideren je waar je bijstaat en menen dan een heldendaad te hebben verricht. Ik knal nu deze tekst even door ChatGPT met het verzoek om hem wat zachter te maken, maar om mijn drieslagen te laten staan: godverdomme, teringtyphus, zenuwelijers! Klootzakken, schoften, rattenvreters!
Groet,
Theodor
P.S. Stuur me een sms als de burgeroorlog of een gewone oorlog is uitgebroken.
Kort verhaal
Bonbons
“Ik vind dat je wel moet gaan!’’ zei hij tegen z’n broer.
“Dat heeft geen zin.’’
“Het heeft wel zin.’’
“Nee, het is totaal onnodig… Ga jij, ik bedoel, ik zit daar maar… vieze koffie te drinken…’’
“Okee,’’ zei hij, “dan ga ik wel…weer…’’
“Ja, sorry… Jij hoeft ook niet te gaan. Het is echt zinloos.’’
“Ze leeft nog.’’
“Nee… daar vergis je je in. Haar hart klopt, ze haalt adem, maar ze leeft niet meer.’’
Hij wist even niets te zeggen.
“Okee,’’ zei hij ten slotte, “ik vind het ook een verplichting tegenover de mensen daar.’’
“Je kunt niets doen… Maar ga… Misschien doet het je geweten goed… Ik ga niet!’’
Ze hingen op.
Hij kocht wat bonbons bij de banketbakker en een kwartier later zat hij tegenover haar.
“Ik heb bonbons meegenomen.’’
Hij pakte het zakje, haalde er een bonbon uit en gaf hem aan haar, maar ze wilde hem niet. Daarom at hij hem zelf maar op.
Het zwijgen werd steeds zwaarder.
“Nou,’’ begon hij zomaar, ‘’Carla en ik zijn toen met de kinderen naar Peter geweest. Dat was heel gezellig. Carla had een appeltaart gebakken voor de verjaardag van Peter en er waren worstenbroodjes. Die had Peter gehaald bij Roelofs, weet je wel. Het was heel gezellig. Later kwamen daar Olaf en Katja met hun kinderen. Was erg leuk.’’
Zijn woorden leken te verdampen. Het leek zelfs of hij ze uit z’n mond moest persen.
“Nou, om een uur of acht zijn we naar huis gegaan. Barbara en Thomas vielen meteen op de achterbank in slaap. Maar het was een mooie dag… O ja, Peter hebben we een boek gegeven. Een boek dat hij wilde hebben. En de kinderen hadden een tekening voor hem gemaakt…’’
Geen reactie.
Hij pakte nog een bonbon uit het zakje en hield die weer voor haar mond. Maar het was of ze hem vond stinken en wendde haar hoofd af.
“ ’t Hoeft niet… Echt niet,’’ zei hij.
Hij meende dat ze het prettig vond als hij zweeg.
Omdat hij niets meer wist te zeggen overviel hem een grote vermoeidheid. Hij keek op zijn horloge en besloot nog tien minuten te blijven. Even deed hij zijn ogen dicht en merkte niet dat hij in slaap viel. Z’n voeten zaten vast in het zand en hij had het koud. Opeens schrok hij wakker en merkte dat z’n rechterbeen nog sliep. Hij schudde met z’n been. Haar stoel was leeg. Hij stond op en vond haar in bed. Slapend. Mond half open. Hij gaf haar een kus en hoopte wederom dat het de laatste keer was dat hij haar levend zag.De column van Koos





Heel goed geschreven, de spijker op zn kop. Ik mag hopen dat veel mensen dit gedachtegoed herkennen. Misschien zijn we dan minder eenzaam in ons denken.
Dankjewel Theodore. Vermoedelijk leeft de angst die jij beschrijft bij veel mensen.
Duidelijker kan men het niet hebben.