Lieve Yenta,
Het spijt me heel erg, maar ik heb geen idee waar Israël ligt. Achter Duitsland toch? Het moet wel gigantisch zijn, want na Amerika en China schijnt dat land, gezien het nieuws, het belangrijkste rijk van de wereld te zijn. Ik schat dat er zo’n 200 miljoen inwoners wonen, is het niet?
Vind je het dan gek dat de rest van de wereld antisemitisch is? Israël is veel te groot voor de wereld. Dat merk je aan alles. Als er meer dan 200 miljoen Israëliërs zijn is het natuurlijk niet gek dat er veel Nobelprijzen naar Joden gaan en dat ze grote invloed hebben op de cultuur. Maar goed, dat hoef ik jou niet uit te leggen, want jij wil er gaan wonen. Ik snap dat wel, er heerst daar vrede en veiligheid. Terwijl je hier, als Jodin, constant wordt bedreigd. Die brief die je hebt gehad… Waarom ga je daar niet mee naar de politie?
Laat ik verder maar zwijgen.
Serieus: ik vind het vreselijk dat je ons land gaat verlaten. En waarom vind ik dat? Vanwege de reden. Als je, zoals mijn ex, naar Frankrijk zou zijn gegaan, dan had ik gezegd: “Gelijk heb je.’’ En als je vijf jaar geleden zou hebben verteld dat je naar Israël zou emigreren om daar met je vrienden en vriendinnen samen te zijn, dan had ik je een dikke knuffel gegeven. Maar nu zint de reden me niet. Omdat je hier constant bang bent, vertrek je naar een land dat voortdurend in oorlog is… En ik begrijp het.
Is dat niet krankzinnig? Dat ik het begrijp!
Er zijn vele momenten dat ik me afvraag: klopt het wel wat ik denk? Klopt het wel dat het geen genocide in Gaza is? Klopt het wel dat er geen honger was? Klopt het wel dat die artsen in Gaza ook soldaten waren? Steeds kom ik tot de conclusie: ja, het klopt. Maar hoe kamt het dan dat ik nergens in de pers een rectificatie lees? Weet je hoe dat komt, Yenta? Ik zal het je zeggen… Nee, ik durf het antwoord niet te geven, ik durf het zelfs nauwelijks te denken, maar ik denk het wel. Ik zeg het zelfs nu niet tegen jou, omdat ik weet dat jij weet wat ik denk. En het is beter daarover het hoofd te schudden en net te doen alsof het niet waar is, want als het waar is - en het is waar - dan is dat een vreselijke waarheid die in feite het failliet markeert van onze liberale samenleving. Of ben ik nu te dramatisch? Ik geloof het niet.
Dus ga maar, lieve Yenta. Als mijn hart weer in orde is, kom ik je bezoeken. Is die vriend van jou niet heel rijk? Kan die voor mij niet een cardioloog kopen die meekan? De enige reden waarom ik wereldleider zou willen zijn, is dat ik dan voor mezelf een ultra modern mobiel ziekenhuis zou laten inrichten met alle specialisten die ik nodig heb. Bij mij is hypochondrie een ziekte waardoor ik aan alles lijd, die veroorzaakt wordt door alle ziekten die ik daadwerkelijk heb. Ik stel me aan om te verbergen waaraan ik werkelijk lijd.Ik schrijf je snel weer. Schrijf mij ook.
Liefs,
Theodor
Kort verhaal
James
Hij kreeg van de vrouw die niet zijn schoonmoeder was geworden een appje: “Om 12.03 ben je vader geworden van James. Moeder en kind maken het goed. Doe je plicht!’’
Hoewel hij alleen was begon hij te blozen. Van schaamte.
Hij wilde geen vader zijn, hij hield niet meer Anna, hij kon het niet. Hij was ook niet nieuwsgierig naar het kind. Dat het “zijn’’ kind was, zei hem niets. Hij was pas achttien. En Anna zeventien.
Zijn moeder stoof de trap op en deed onmiddellijk zijn deur open.
“Je bent een schoft,’’ zei ze, “Iris heeft me alles verteld.’’
“Ik kan het niet, mam.’’
“Je bent een schoft. Misschien kan Anna het ook niet. En dan?’’
“Ik hou niet meer van Anna.’’
“Dan doe je maar minstens tien jaar alsof! Ik heb dat mijn hele leven gedaan. Als je niets doet, ben je een schoft. Ga op z’n minst nu naar haar toe. Ga het kindje bekijken.’’
“Ik wil het niet.’’
“Je moet! Vooruit. We gaan samen…’’
“Samen?’’
“Het is mijn kleinkind… Ik heb ook recht op hem.’’
“Ik… Ik ben op een ander verliefd!’’ zei hij. Hij schreeuwde bijna.
“Dat is dan jammer. We gaan nu!’’
Even later liep hij naast zijn moeder naar het ziekenhuis. Het viel hem op dat zijn moeder gehaast liep alsof ze anders te laat zou komen.
Hij zou na een paar maanden Anna weer zien en wist niet wat hij tegen haar moest zeggen. Gefeliciteerd? Gefeliciteerd waarmee.
“Ik kan toch nu niet zeggen dat ik niet meer van haar hou?’’ zei hij tegen zijn moeder. Hij huilde bijna.
“Dat zeg je ook niet. En stel je niet aan!’’
Ze naderden het ziekenhuis. Hij probeerde zich voor te stellen hoe hij op zijn zoon zou reageren. Hij vond James een rotnaam. Maar hij ging er niet over.
“Waarom hou je niet meer van Anna?’’ vroeg zijn moeder opeens.
“Dat zei ik toch. Ik ben verliefd op iemand anders geworden.’’
“Ben je daar al mee naar bed geweest?’’
“Het is Roos… Die laatst bij ons was.’’
“Allemachtig… Heb je een condoom gebruikt of heeft zij de pil?’’
“Dat weet ik niet. Nee…”
Z’n moeder begon te vloeken.
“En wat als je Roos ook zwanger heb getrapt. Wat dan?’’
Hij hield van Roos. Of zij ook van hem hield durfde hij niet te denken. Dat zou mooi zijn en hem gelukkig maken.
Zijn moeder en hij stonden vlak bij de ingang van het ziekenhuis. Hij dacht niet lang na. Hij duwde zijn moeder van zich af en rende weg.




