DE VRIENDIN VAN PETER
We stonden na afloop te lachen.
"Ik had nooit gedacht dat hij vanaf die woonboot in de Amstel zou duiken."
"En met een fles jenever onder z’n T-shirt."
Er waren nog wat herinneringen die als poedersuiker over een taart werden gestrooid - tot we zijn moeder zagen, 93 jaar oud, die, begeleid door haar dochters, van iedereen afscheid nam.
Hadden we te hard gelachen?
"Ik wil jullie danken," zei de oude vrouw, "maar ik had liever dat ik…"
Op dat moment hoorde ik achter me Linda fluisteren: "God, wat had ik dat ook graag gewild."
Ik draaide me om, keek haar aan en zij greep meteen mijn arm en zei: "Ik wil overal vallen, maar niet in een crematorium en zeker niet in het zicht van de vrouw die godzijdank nooit mijn schoonmoeder is geworden."
Opeens besefte ik dat de moeder noch de zusters haar hadden gegroet, wat toch vreemd was voor iemand die zo’n dertig jaar een goede vriendin was geweest, zeker nadat Peters vrouw was overleden.
Linda, die ook al tegen de zeventig liep en slecht ter been was, begreep dat ze enige uitleg moest geven, terwijl ze me bijna naar de grond trok.
"Het is een gereformeerde kliek, die familie van Peter. Dat hij alcoholist was, namen ze mij kwalijk!"
Ze kon niet meer met me praten, want ze moest van verschillende vrienden afscheid nemen. Net op het moment dat ik naar haar zwaaide en zei: "Ik bel je wel, ik moet er vandoor," schudde ze bedroefd haar hoofd.
"Blijf alsjeblieft even op me wachten. Ik moet je nog iets vertellen."
En na een kwartier liepen we langs de graven op weg naar de uitgang.
"Waren er eigenlijk veel mensen?" vroeg Linda.
"Ons oude groepje. De rest ken ik niet. Familie waarschijnlijk."
"Ik heb ook alleen maar ons groepje en wat vage buurtgenoten gezien," zei ze. Ze haalde haar schouders op. Toen: "Peter is nog oud geworden als je ziet hoeveel hij innam… Maar waar het om gaat is… Ik was wel een vriendin van hem, maar niet een echte vriendin. Ik bedoel, na de dood van Ina ging het niet goed met hem, dus ik zorgde wat voor hem. Nou, het is de afgelopen twintig jaar nooit goed met hem gegaan. Dus ik bleef voor hem zorgen… Iedereen dacht dat wij een stelletje waren. Ook die vreselijke familie van hem."
"Ik dacht het ook."
"Maar er was geen liefde tussen ons!" Linda stond stil.
"Hield je niet van hem?” vroeg ik.
"Wat is houden van? Ik bedoel… hij dronk, ik maakte eten voor hem, deed z’n was, zag hem drie keer per week, we neukten niet, maar het was… op een bepaalde manier gezellig… Ik kan het niet uitleggen. Zijn leven was één groot borreluur, maar… hij wilde ook niet anders.”
"En jij?"
"Ik kwam heus niks te kort. Ik was vijftig toen Ina stierf. Ik had net een verhouding met een leuke dame beëindigd. Ik zweef al mijn hele leven tussen bi en niks in. Het werd niks." Ze lachte. "En mijn seksuele gevoelens… ach, ik ben nu zeventig… En Peter was eigenlijk een soort vrouw."
"Het was een leuke man."
"En een leuke vrouw… Een leuke dronken vrouw."
2
ONTMOETING
De man zei tegen de andere man: "Ik ben blij dat we elkaar ontmoeten… Hoeveel jaar is het nou geleden?"
"Dertig jaar."
"Dertig jaar… Zijn we eigenlijk nog kwaad op elkaar?"
"Ben jij nog kwaad op mij?"
"Ach… ik kijk naar je alsof ik je destijds heb vermoord. Want dat wilde ik graag. En dat je onlangs uit de dood bent opgestaan. Dat stelt me gerust."
"Ik wilde haar niet van je afpakken… Het was liefde."
"Liefde… Ik had met haar ook liefde… Liefde voor haar, met haar en om haar was mijn geloof, mijn religie, en die religie werd mij afgepakt."
"Het was geen afpakken. We werden echt verliefd op elkaar. Ik op haar. Zij op mij."
"En nu is zij alweer jaren dood en zien wij elkaar in het ziekenhuis om te verlengen wat in feite geen verlenging meer nodig heeft."
"Hou je niet meer van het leven dan?"
"Toen ik haar aan jou kwijtraakte, dacht ik dat mijn leven geen zin meer had. Maar ik bleek nog een heel leven voor me te hebben. En nu, nu heeft mijn leven geen zin meer en doet men alles om mij niet te laten sterven…"
"Voor mij had het leven ook geen zin meer toen zij uit mijn leven was verdwenen… Ik weet dus wat je hebt gevoeld. En ik denk dat ik begrijp wat je nu voelt."
"Iets anders: heb jij enig idee wanneer je sterft?"
"Het zal niet lang meer duren… en jij?"
"Hetzelfde."
"Troost het je dat we dezelfde vrouw hebben bemind?"
"Wat me troost, is dat we niet meer kwaad zijn op elkaar."
"Op geen van ons drieën. Woede is zinloos geworden. Dat troost."
"Ik ben wel kwaad, maar ik weet niet of ik kwaad ben op het leven, op de dood of op mezelf."
De column van Koos
Mooi verhaal, Theodor.
Ik vind Slordig Leven - en aantekeningen als deze - stiekem (en trouwens allang niet meer stiekem) veel en veel beter dan de ooit zo bejubelde maar eigenlijk onaangenaam pretentieuze Dikke man.
Voor wie dat nog iets zegt. Ook weer dat verdomde Parool, Theo. Ik kan het niet helpen.