Lieve Fenna,
Het spijt me, ik kan me niet met alle problemen van de wereld bezighouden, maar wel met de helft. Dus over het klimaar weet ik niets zinnigs te zeggen, behalve dan dat ik de opwarming merk en dus denk dat we, met al die bommen die vallen, al die datacenters die verrijzen en elektriciteit vreten, al die auto’s die vrolijk in China in elkaar worden gezet en hier op een gigantische vuilnisbelt terechtkomen en al die rotzooi die in zee wordt gesmeten waardoor de vissen al lichtgevend zijn en de kwallen soms zeven meter lang, breed en hoog worden, geel van kleur zijn en alleen maar vinnige schedels willen eten, volgens mij niet meteen op de goede weg zijn, al leiden alle wegen naar Rome waar, als dat waar is, de dood schijnt te huizen. (Ik moet deze zin zelf ook twee keer lezen. Maar dat doe ik bij mijn eigen werk graag.)
Ik ben dus de verkeerde om je milieuproblemen bij neer te leggen en laat ze onuitgepakt.
“Maak jij je daar gaan zorgen over?’’ vraag je, “Je hebt toch kleinkinderen?’’ Kortom: ja, ik heb er zorgen over, maar nee, ik weet niet hoe ik er precies over moet denken.
Waar ik me zorgen over maak is iets anders wat ik opmerk: de roep om de atoombom te gebruiken. Zowel van Rusland als Iran als Amerika. En misschien Israël ook wel als de nood aan de man komt. De bom als afschrikking (Gooi jij hem dan gooi ik hem ook en is alles voor tweehonderdduizend jaar vernietigd) helpt niet meer. Men denkt dat het winnen van een oorlog noodzakelijker is dan het voorkomen van onnodige doden. Gezichtsverlies vindt men afschrikwekkender dan de dood; de paradox van de mens.
(Godallemachtig wat ben ik serieus. Dus tijd voor een mop. Ik kreeg hem doorgestuurd van Bertje. Hij gaat zo: Op een school in Moskou vraag de docent “Ivan, wat doet Amerika?” “Amerika snelt zijn ondergang tegemoet, kameraad.’’ “Goed geantwoord, en wat doet Rusland, Pjotr?” “Rusland doet al het mogelijke om Amerika in te halen.”)
Dat men die bom eens wil gooien komt, volgens mij, doordat hij altijd als afschrikking heeft gewerkt, maar nu moe van de afschrikking geworden. Ik bedoel dit: omdat het apenspel blijft, gaat men nu maar eens dreigen met de bom. Maar als de ander zegt: “Ik geloof je niet, want je liegt altijd en bent sowieso nooit te vertrouwen,’’ dan moet je op een bepaald moment de bom wel gebruiken - en weg is de afschrikking. Maar ja, voor het gebied waar die bomen neerkomt zijn alle milieuproblemen in één keer opgelost. Wat betreft een nucleaire bom en Israël ben ik voor iets anders bang. De haat tegen de Joden is zo groot dat men, ook al weet men dat men er zelf aan onderdoor zou gaan, ze wil vernietigen. Zijn zij uitgeroeid als wij ook niet meer bestaan, dan winnen wij, want zij hebben God, maar wij hebben Allah en die vinden wij beter. Wij komen in de hemel, en die Joden niet, want het zijn Joden, zo leren ons onze leiders.
Dat is mijn angst. Hou jij me maar bij je zorgen over de natuur.
Met mij gaat het tegenwoordig iets beter - dank u. Ik heb nog wel vreemde angsten wat betreft mijn persoonlijke bestaan, maar zoals je weet schrijf ik daar niet graag over, want het gaat niemand iets aan. Ik bedoel: het is hier geen Nederlandse talkshow.
Ik hoop dat je toch nog iets aan deze brief hebt. Ik stuur hem je meteen toe, want mijn mail wordt tegenwoordig steeds slechter bezorgt. Tot zover. Liefs Theodor.
P.S De wereld is momenteel verdwaald en huilt om zijn vader en moeder zonder dat iemand hem hoort. Het wachten is op Reus Gebeurtenis die hem bij de hand neemt en hem naar huis leidt.
Theodor
Kort verhaal
Blind date
Daar zat ze tegenover een blind date die Herman heette.
Ze zag allemaal “dingetjes” die ze vreemd vond, of raar, en waarvan ze zich afvroeg of die haar mettertijd te veel zouden irriteren: hij had ooit een piercing door zijn wenkbrauw gehad, hij had een raar trekje met zijn mond, hij krulde steeds zijn lippen en als hij haar iets langer aankeek leken zijn ogen steeds groter te worden… Maar ze wist dat hij haar op dezelfde manier zou bekijken.
“Ik graag een cola zero,’’ zei ze.
“Je drinkt niet?’’
“Nog te vroeg,’’ zei ze.
Hij wilde een biertje.
“Wat doe je… ik bedoel… ik las dat je tekenlerares was… En schilderijen maakte…’’ Tja, hij herhaalde wat in haar profiel stond. Wat moest hij anders zeggen en vragen?
“Ik geef acht uur les op een Havo en voor de rest teken ik, schilder ik en maak ik illustraties.’’
“Leuk zeg.’’
“Dank je. En jij?’’
“Ik hou van wandelen, vogels spotten, naar musea gaan en van reizen.’’
“Maar wat doe je, bedoel ik. Om geld te verdienen?”
“Ik heb lange tijd in Amerika gezeten in Silicon Valley als programmeur.’’
“Wat leuk,’’ zei ze.
En terwijl hij nog meer leuke dingetjes vertelde dwaalden haar gedachten af naar Thomas. Zij had het een half jaar geleden uitgemaakt en ze had spijt, hoewel het niet anders kon. Ze had geen zin om een bijgerecht te zijn.
“Maar vogels zijn echt mijn hobby. Ik ben dit jaar nog naar Kazachstan gereisd om de jufferkraanvogel, de steppearend en de monniksgier te zien. Heb je daar ooit van gehoord? Van de jufferkraanvogel, de monniksgier en de steppearend…’’
“Nee,’’ zei ze.
Die klootzak van een Thomas. Ze haatte hem! Maar ze hield ook nog van hem. Waarom in godsnaam was het gelopen zoals het gelopen was? Hij was onzeker, zwak, slordig gekleed, slordig in alles. Hij sprak haar aan met de naam van zijn vrouw en zijn vrouw met haar naam. Maar… hoewel ze hem niet meer zag en al haar vriendinnen het “geweldig” van haar vonden, bleef hij in haar kop zitten als een bron met helder water waaruit ze liefdevolle gedachten putte. Wat hadden ze een plezier samen gehad.
“… en die vogels laten zien hoe vreemd de aarde eigenlijk is, hoe kwetsbaar en tegelijkertijd hoe mooi… de tekening van die vogels is ongelooflijk…’’
“Ja.’’
En ze wist het: dit wordt niks.
Het biertje en de cola werden gebracht en het was alsof het servet waarmee hij zijn mond depte zijn hele gezicht wegveegde.
“En ze maken dit geluid: kroegaah kroegah kroegah!’’ Hij bewoog er ook zijn armen bij.
Ze wilde dit nu onmiddellijk aan Thomas vertellen.
De column van Koos

Lees De trip van Ferdinand Hania.
Een lezer:





Blind date is zondermeer kwaliteit. Die mail had ik niet gekopieerd. Dat neigt naar ,,te''.
Blind dates, nooit aan begonnen! Een kennis van mij heeft haar blind dates een keer op een bekend terras in Amsterdam verteld en daar hebben we samen zo vreselijk om moeten lachen en was het mij duidelijk: nooit aan beginnen 😄