Ha, krankzinnige O.,
Doe jij nog aan psychiateren, vroeg ik mij af? Daar kon je zo leuk over vertellen. Zoals je weet gaat een deel van mijn boek De truc van Ferdinand Hania over psychiater K. die op de Waldeck Pyrmontlaan woonde met zijn vrouw en dochter Alma, van wie ik erg veel hield. Toevallig slenterde ik vandaag met Koos over de “Waldeck” (hij bevindt zich vlakbij, zeg maar “aan’’ het Vondelpark) en dacht aan Alma en aan mijn moeder. En - godverdomme - opeens kon ik niet meer op de naam van mijn moeder komen! Dementie! Het zweet brak me uit. Het duurde zeker twee minuten en toen wist ik het weer: Koks. Maar toen herinnerde ik mij niet meer de naam van Alma. Maar weer wel de naam van een klasgenootje van ons (C’tje) die stekeblind was (suikerziekte), en zich helemaal suf naaide. Niet met haar klasgenoten, maar wel met het docentencorps voorzover onze docenten niet homoseksueel waren. Heb ik weleens verteld dat ik haar in de Van Bearlestraat tegenkwam, samen met haar moeder en dat ik zei: “Ik wou even zeggen dat ik je erg mooi vind?’’ Gewoon, uit aardigheid en begaanheid en toen zei zij: “Ik heb gehoord dat jij nogal een vies Beatlekapsel hebt.’’ Waarop haar moeder zei: “Dat is niet aardig, C’tje. Thomas ziet er goed uit.’’ Waarop C’tje zei: “Is dit Thomas, ik dacht dat het Theodor was.’’ Altijd verdrongen. Moest ik nu opeens weer aan denken. Kan jij dit allemaal verklaren? Waarom ik dit wil weten, weet ik eigenlijk niet. Maar naarmate ik ouder word, raak ik onrustig van zaken die me onzeker maken. De stem van je ouders die je bent vergeten, het gezicht van overleden vriendinnen. Is het domweg hersenplaque of zit er een psychiatrische probleem achter? Dat laatste hoop ik maar. Liever gek dan kinds. Maar ik vrees gezien mijn achtergrond en mijn genen dan ik ga stikken in de plaque die via mijn hersens uit mijn hoofd en als kaarsvet in mijn keel gaat druipen want binnen in mijn schedel brandt dan een vlam van woede. (Nu kan hij wel weer, Theodor.)
Over woede gesproken (het spijt me, ik weet even geen betere overgang), ik heb mij weer bijzonder zinloos kwaad gemaakt op onze minister-president Rob Jetten die lachend op de foto stond met de Syrische president Ahmed al-Sharaa. Die man is een fundamentalistische moordenaar geweest, iemand die er geen bezwaar tegen had dat er homo’s werden gedood en vrouwen gestenigd. Je kent het type. (Extreme islamist!) Nu mag iedereen van gedachten veranderen, maar “il y a des grenzen” zoals de Belgen zeggen. Ik snap dat belangrijke politieke functies een rubberen ruggengraat vereisen, maar veins dan als homo-erotische premier van Nederland een verkoudheidje of een snel overdraagbaar hiv of zoiets, je bent ten slotte toch aan het hypocrieten. (Internationale politieke diplomatie is negentig procent hypocrisie en tien procent luchtverplaatsing.) Jij bent psychiater, weet jij of er een grens aan hypocrisie is? Ik denk het wel. Ik denk dat als je te hypocriet bent je niet alleen een neurotische gelofwaardigheidsstoornis ontwikkelt, maar ook een psychotisch narcissuscomplex met constante zweetvoeten door precortale constante angstaanvallen, tenminste als ik Freud goed heb begrepen. Graag bevestiging hiervan. Ik meen dat ik een en ander al bij Rob Jetten heb gemerkt.
Een lezeres oordeelde dat ik het woord “zinloos” te vaak gebruik. Ze schrijft: “Als je altijd maar alles zinloos vindt, waarom schrijf je dan nog?’’ Puntje voor haar. En ze zegt ook: “Wat jij ook aanpakt is zinloos. Waarom vind ik het lezen van jouw stukken dan zinvol, terwijl ik echt niet wil lezen dat alles zinloos is?” Weer een puntje voor haar. Ik schrijf dit terwijl mijn kleindochter huiswerk maakt, Koosje rustig ligt te slapen en ik de overlijdensadvertentie bekijk van weer een gestorven collega. Misschien is het allemaal niet zo zinloos, maar ben ik te dom voor de genuanceerdheid van het bestaan en heb ik een bril nodig om het zinvolle te zien in een wereld waarvan de bewoners, inclusief ikzelf, constant blind van woede zijn.
Dag dokter.
P.S. Ik heb ooit een seksuele relatie gehad met een vrouwelijke psychiater (lees mijn boek De truc van Ferdinand Hania) en toen had ik nergens last van. Gek hè? Dus misschien werkt de psychiatrie wel.
Kort verhaal
Parijs
Ze bestelden beiden een rosé. Ze zeiden niets tegen elkaar tot de wijn voor ze stond.
“We kunnen het erover hebben, we kunnen het ook…’’
Haar vriendin keek haar even aan en keek toen van haar weg.
“Wat valt er over te zeggen?’’ zei haar vriendin uiteindelijk.
“Bijvoorbeeld… Wat nu?’’
“Wat nu? Niks… Niks… Het is niet gebeurd!’’
Van die zin schrok ze enigszins.
“Hoe bedoel je dat?’’ vroeg ze.
“Het is niet gebeurd!’’ zei haar vriendin.
“Maar het is wel gebeurd.’’
“Ik ben net drie maanden getrouwd en jij twee jaar.’’
“Wat doet dat ertoe?’’
“Niks… het is niet gebeurd.’’
“Het is wél gebeurd. En we vonden het fijn.’’
“Jij vond het fijn.’’
“Jij niet?’’
Haar vriendin keek haar nu aan.
“Ik kwam thuis. En… voelde me… Alles is een leugen,’’ zei haar vriendin.
“Wat wil je aan die leugen doen?’’
“Weet ik niet… we moeten elkaar niet meer zien… het is niet gebeurd.’’
“Ben je bang dat je huwelijk…’’
“Nee! Ik ben drie maanden getrouwd. Daarom mag het niet zijn gebeurd. Het is aan alle kanten fout.’’
“Fout?’’
“Ja, ik hou van Frans.’’
“Ik hou van mijn vrouw. Daarom zijn we toch niet fout? Het is gewoon gebeurd.’’
“Ik moet naar de w.c..’’ zei haar vriendin.
Op dat moment gleed ze in een verdriet dat ze nog niet had durven toelaten. Maar ze was verliefd geworden. Verliefd op een vrouw die ze al tien jaar kende, vanaf de middelbare school. Haar beste vriendin, al hadden ze elkaar de laatste jaren onregelmatig gezien. Zij waren op hun beider huwelijken de getuige geweest. En nu was dit gebeurd. Ze hadden besloten een weekendje naar Parijs te gaan. En was het daar nou uit de hand gelopen? Was het niet wederzijds geweest? Het gearmd lopen door de Marais, wijn drinken tegenover Centre Pompidou, verdwalen, en dan opeens terechtkomen in een café vlakbij hun hotel. Ze lagen in elkaars armen en begonnen te kussen. Er werd niets gezegd.
Ze keek even op waar haar vriendin bleef.
Op dat moment kreeg ze een sms’je.
“ Ik ben meteen door naar huis gegaan. De rekening is betaald. We moeten elkaar maar een tijd niet zien. Ik kan het niet aan. Ik vond Parijs juist heel erg fijn. Maar dit is niet leuk meer.’’
Ze las het berichtje in haar telefoon nog eens. En nog eens. Wat stond er nou?
“Ik vond Parijs juist heel erg fijn.’’
Die zin.De column van Koos
Lees De Truc van Ferdinand Hania.





Het is waar. Naarmate men ouder wordt neemt het ongeduld toe om de jeugd nog wat wijze lessen mee te geven. En naarmate er minder geluisterd wordt neemt de boosheid toe en ook het gevoel van zinloosheid. Vergeefse moeite?
Misschien moeten we accepteren dat ieder generatie zijn eigen fouten móet maken.
Je hebt het genoegzaam geprobeerd ,Theodor. Ooit zal men je prijzen om je wijsheid en vooruitziende blik. Dus pluk de dag.
Je kunt even gemeenschappelijke belangen hebben maar dat hoeft niet te betekenen dat je gemeenschappelijke waarden en normen hebt. Dus dat een foto een no go is. Kun je zelfs nog respect van een moordenaar mee krijgen. Maar Jetten is niks. Maxima overigens ook niet al probeerde die nog zoveel afstand te houden dat ze er bij croppen van de foto af zou kunnen vallen.