Frontchirurg
Aflevering 18, Ik heb haar gelukkig gemaakt
18
De kaarten lagen ongunstig.
Margareth vertelde dat mijn vadermoeder was doorgedrongen tot de hoogste generale staf en zich niet had kunnen beheersen.
De kaarten hadden verteld dat het steeds beter zou gaan met het land.
De kaarten vertelden haar ook dat een bepaalde generaal een groot geheim had.
De kaarten vertelden haar dat zij die generaal misschien wel hulp kon bieden. Omdat zij Nederlandse was…
En zo was vadermoeder ter ore gekomen waar “het spul” lag. Misschien wel honderd kilo. Ze wilde het naar Den Haag laten koerieren.
‘’En jij moet dus verdwijnen,’’ zei Margareth. ‘’Het gaat fout. Er is een lijn naar de generaal in Kyiv, een lijn naar jouw apotheker, een lijn naar mijn generaal en een lijn naar mij.’’
‘’Wat gebeurt er met de manvrouwvrouwman die mij heeft gebaard?’’
En toen maakte de camera een close up van Margareth.
Er klonk een rap in mijn hoofd: oorlogszucht, gebakken lucht, ontucht, geducht, gezucht, vaandelvlucht. Niet zo knap als mijn negentienjarige Oekraïense Russische homoseksuele Jood, maar ik was dan ook twaalf jaar ouder dan hij. Van de mooiste gedichten die ik uit mijn hoofd had moeten leren blijven uiteindelijk alleen de rijmwoorden over.
-
In het krantenbericht stond dat “de generaal” - een mij onbekende man - door een auto-ongeluk om het leven was gekomen. Zijn veldslagen waren talrijk, zijn daden werden geroemd. Hoe het kwam dat zijn auto uit de bocht was gevlogen was onbekend.
In een ander krantenbericht stond dat een bepaald medicijnendepot in brand was gevlogen. Door eigen vuur, nota bene. Een vergissing. De grote brand was moeilijk te blussen. Vele medicijnen waren verloren gegaan.
Er waren mensen gearresteerd die nalatigheid werd verweten.
Een vergissing is de geest die even wordt misleid. Een stoot van je kop waardoor je hersens even van tafel vallen. De illusie blijkt inderdaad een illusie en niet de werkelijkheid - je hebt je vergist.
-
En toen kwam vadermoeder bij me op bezoek. Op visite, zou je bijna kunnen zeggen.
Met een koffer. Een lelijk, armoedig ding. Vermoedelijk geheel in stijl met de inhoud die ik niet wilde kennen.
‘’ Ik ga naar Toscane,’’ zei hijzij, ‘’zeg tegen Margareth dat ik van haar hou.’’
‘’Dat zeg ik ook elke maand minstens twee keer tegen haar.’’
‘’Ik heb haar gelukkig gemaakt.’’
‘’Zij mij.’’
‘’Ze wilde met en voor mij alles doen.’’
‘’Het zal niet de eerste liefde zijn die je ongelukkig achterlaat.’’
‘’Je zou beter tot je recht komen als soldaat dan als chirurg, lieve schat.’’
‘’Ik ben chirurg én soldaat en ik strijd met naald en draad,’’ rijmde ik.
‘’Ik zag je graag in de voorste linies, want je bent dapper en strijdvaardig.’’
‘’Maar ook behept met jouw intelligentie. Onze intelligenties zijn afkerig van de voorste linies.’’
‘’Ik ben blij dat we het hebben uitgesproken,’’ zei hijzij, ‘’in deze korte dialoog zat ons verleden… Toch denk ik dat ik goed voor je ben geweest.’’
‘’Mijn vader, die mijn vader niet blijkt te zijn, zei ook altijd dat jij goed voor me was. Dat hij dat zei was een daad van liefde voor jou en mij.’’
‘’Door hem ben je Oekraïense.’’
‘’Wie was mijn echte vader?’’ vroeg ik.
‘’Ik weet het werkelijk niet.’’
We groetten elkaar door elkaar niet aan te raken en naar elkaars benen te kijken, zij verliet me.
‘’Wat zeiden de kaarten over je vertrek?’’ vroeg ik nog aan haar rug, zonder deze woorden uit mijn mond te laten komen.
wordt vervolgd -



