Frontchirurg
Aflevering 15, Het verbod op verdriet
15
In het mortuarium kon ik even alleen zijn met De Apotheker, omringd door Russische en Oekraïense jongens en meisjes.
Hij was schoongemaakt.
En lief.
Was hij nu rijk?
Wanneer op verdriet een verbod rust, wordt je waanzin gevoed. Je drijft in zee, alleen, op zoek naar een anker waarvan je onzeker bent of je dat zal grijpen of niet. Verdrinken is ook goed.
Al had hij zijn streken, hij was aardig. Kan een mens meer zijn dan aardig?
Opeens had ik behoefte aan rituelen. Een dansje voor hem maken. Een pil in zijn mond duwen. Een euro op zijn buik leggen. Z’n hoofd afhakken en op een paal zetten. Het werd een kusje op zijn hoofd. Heel even wachtte ik nog op een kus van hem, zoals vroeger, maar dat bleek tevergeefs.
Gek is dat, hoe snel vroeger vroeger was geworden. Zelfs onze toekomst was vroeger.
Gek, dat een ritueel totaal zinloos is, want er gebeurt niks als ik het niet doe.
Gek, dat je behoefte hebt aan een zin, een lieve, mooie, poëtische lange zin, rond de dood die altijd zinloos is.
Gek dat je denkt dat je door het ritueel nog even met de dode kunt praten. Wat we tegen elkaar zeiden, was bijna net zo veel als toen hij nog leefde.
-
Margareth vertelde mij dat mijn moeder me wilde spreken en dat de psychiater uit Kyiv hier was.
De psychiater liet me via zijn receptenpapier weten dat hij verliefd op me was geworden. Onder de twee zinnen - grote verleiders hebben altijd een teveel aan taal of een tekort - had hij een ordinair tekeningetje gemaakt dat moest doorgaan voor grappig, of teder, of leuk, of misschien ook wel stom - ik hield het op dat laatste.
Mijn vadermoeder was met Margareth meegereisd.
Hijzij kwam opeens binnen.
Een grijs streepjespak met een rode das. Windsorknoop. Hoe ik wist dat het een Windsorknoop was? Ach, ik zeg maar wat.
Voor een kaartlegster had hijzij niets magisch, behalve dan een zonnebril. Mensen die bij me op de praktijk kwamen en om esthetische redenen een zonnebril droegen, vroeg ik altijd even om de bril af te zetten om naar hun oogwit te kijken, al was er niets aan de hand. Een mens wil niet in de ogen worden gekeken. Ze gaan uit van het misverstand dat de ogen de spiegel van de ziel zijn, maar aan ogen zie je helemaal niets. En die ziel bestaat ook niet, dus hoe zou je die moeten zien?
Vadermoeder keek me niet aan.
Begon meteen met praten:
‘’Jij begrijpt niets van mij, en ik begrijp niets van jou. Waarschijnlijk komt dat omdat ik houden-van-mijn-dochter een plicht vond en niet iets wat ik als moeder vanzelfsprekend vond.
Jij hebt altijd geweten dat ik niet van je hield. Ik hield ook niet van je vader. En in plaats van dat iedereen met mij medelijden had omdat ik van niemand kon houden, had iedereen medelijden met je vader en jou. Je vader adoreerde jou, maar dat betekende dat hij jou nooit een strobreed in de weg legde. Jullie beiden droegen in feite bij aan mijn vernietiging. Ook omdat ik anders was, wilde zijn en uiteindelijk ben geworden. Geeft niet. Ik heb mijn persoonlijkheid gevonden, mijn identiteit, ik val samen met datgene wat ik vroeger over mezelf heb bedacht… Nou ja, begrijp jij toch niet. Ik geloof in de kaarten. Ik geloof Tarot, maar het mogen ook Lenormandkaarten zijn of gewone kaarten. Ik kan de toekomst voorspellen omdat ik hoog sensitief ben. En ik weet waar mensen behoefte aan hebben. Via de kaarten kan ik de mensen beter helpen dan met praten, oefeningen, groepstherapie, onzinnige vragenlijsten met kleuren, ademhalingsoefeningen…Men kan en mag alles in mij zien, interpreteren. Ik ben sterk en zwak, man en vrouw, streng en slap. Ik ben lange tijd oneerlijk geweest. Zeker tegenover jou en tegenover je vader. Maar nu ben ik eerlijk. Maakt het uit? Eerlijkheid is voor kinderen die niet uit het trommeltje met snoep mogen stelen. Waarschijnlijk heb je nooit geweten waarom je vader zelfmoord heeft gepleegd. Dat was mijn schuld. Ik wilde op een bepaald moment eerlijk tegen hem zijn. En ik vertelde hem de waarheid…’’
‘’En die was?’’
‘’Dat jij niet zijn kind was.’’
Ze stond op en verliet de kamer.
Ik rende haar achterna.
‘’Waarom ben je dan naar Oekraïne gekomen?’’ schreeuwde ik keurig.
‘’Dat weet je best,’’ zei ze, ‘’ik wil net als jij over een jaar of zo in Miami wonen, of ergens anders in Florida, of in Toscane… Ik heb al een goed contact met een generaal.’’
‘’ En wie is dan mijn vader?’’ Mijn stem klonk hees en daar had ik de pest over in.
‘’Je vader heeft nooit geweten dat hij je vader was en ik weet het ook niet. Het was wat we toen een travestiet noemden en hij heette Barbara. Meer weet ik niet.’’
Vadermoeder haalde zijnhaar schouders op - en weigerde me aan te kijken. Ik was voor haar een kaart, een joker.
Is het vreemd om op je 31ste te horen dat je vader je vader niet is? Dat het wezen dat destijds je moeder was met een travestiet naar bed was gegaan met als resultaat een dochter die zich elke dag verkleedde als dokter?
‘’Interessant,’’ zei mijn psychiater.
Hij doelde niet op de verhalen die ik vertelde maar zijn belangstelling betrof de hanger die ik om mijn nek droeg. Een hanger die ik van mijn Oekraïense vader had gekregen. Een ordinair kruis van zilver. Eigenlijk niet ordinair, maar tijdens het lijkenwassen en de triage heb ik er wel honderden gezien. Om nekken, om polsen, in zakken, in onderbroeken, op armen, billen en borsten.
‘’Ben je gelovig?’’ vroeg mijn psychiater.
‘’Wie gestoord is gelooft in God, wie niet gestoord gelooft ook in God. Ik ben zo gestoord om niet te geloven.’’
‘’Kijk,’’ zei hij, en hij toonde mij zijn blote rug waarop een kruis van een halve meter getatoeëerd was. Tja, op een rug had ik er ook al vele gezien, vaak ook met hakenkruis.
‘’Interessant,’’ zei ik, ‘’en mag ik naar de omstandigheden vragen?’’
‘’Ik geloof. Een mens hoort in God te geloven. Dat zeg ik ook altijd tegen mijn patiënten.’’
‘’En waarom hoort dat?’’
‘’Waarom zou je de mooiste uitvinding van de mens ongebruikt laten?’’
‘’Omdat uit Zijn naam de vreselijkste misdaden worden gepleegd, als ik zo om me heen kijk. Dat lijkt me een goede reden om God af te zweren.’’
‘’Jullie atheïsten kennen de waarde van de hypocrisie niet. God spreekt waarheid door elke mond, dus ook door de mond die liegt. Dus als je liegt, was jij het niet, maar God.’’
‘’En je gestoorde patiënten die een ander neersteken?’’
‘’Daar heb je weer zo’n atheïstische opmerking… Ik vond dat kruis op m’n rug gewoon mooi. Alle jongens met wie ik in dienst was, hadden zo’n kruis. Jouw hanger heeft toch ook betekenis voor jou? Al was het een afdruk van een stuk stront, het feit dat het van je vader komt, geeft het betekenis… Verdomme, ik heb weer zin in je… De geslachtsdaad geeft ook betekenis aan de dingen…’’
‘’Dat weet ik. Daar zijn jij en ik uit voortgekomen.’’
‘’God is een hypotheek die je kunt nemen. Een geestelijke hypotheek,’’ zei mijn psychiater, ‘’je leent gewoon alle normen en waarden van hem, plus dat je alles aan hem kunt overlaten en hem van alles de schuld kunt geven, tot hem bidden werkt altijd, zelfs als het niet werkt. En als de hypotheek voldaan is, zie je maar wat je met hem doet.’’
“Mijn God is mijn vader,” zei ik.



