Frontchirurg
Aflevering 12, "Ik wil meer geld!"
12
Ik was een maand in het Stadsziekenhuis van Kyiv medische hand-en-spandiensten aan het verrichten - vooral veel chirurgen helpen en de generale staf bloeddrukverlagende, slaap en maagzuur-remmende middelen voorschrijven, toen Margareth eerst heftig met me wilde vrijen (snel klaarkomen) en daarna zei: ‘’Er is een mooi mens in Kyiv naar je op zoek.’’
‘’Een mooi mens?’’
‘’De mooiste mens die ik ooit heb gezien.’’
‘’Hoezo mooi?’’
‘’Je moet het zien…Prachtig, geweldig. Ze is…Hij is…’’ Margareth keek op haar horloge, over drie minuten hier. Misschien is ze er al. Of hij.’’
‘’Ze?’’
‘’Of hij. Snap je?’’
‘’Nee… Ja. Ik vrees slecht nieuws.’’
Ik liep naar de gang. En daar zat, met haar vriendin Tante Wreed wier echte naam ik altijd vergat, en als ik me die per ongeluk herinnerde nog eens bewust uit mijn geheugen wiste, mijn vadermoeder.
Geheel man met vrouwentrekken. Een vrouw die op mij leek maar man was. Een zin die met zichzelf in tegenspraak was. Een beeld dat het tegendeel was van wat het voorstelde. Geen lofzang op transitie. Iets mislukts. Een ruïne van vlees. Want het verbergen van borsten voorkomt nooit de vernietigende werking van de tijd. En crèmes zijn over het algemeen dure oplichterij. Dat Margareth haar mooi vond, begreep ik wel. Die wilde altijd iets dat niet bestond. Bekeek je vadermoeder van links dan was ze een manvrouw, van rechts een vrouwman. Keek je haar recht in haar gezicht dan voelde je de schaamte die hijzij of zijhij zou moeten hebben. Schaamte en medelijden. Schaamte want medelijden. Schaamte door medelijden.
Godallemachtig waarom was er zoveel schaamte in het bestaan!
Vadermoeder had een wandelstok die ik nooit eerder had gezien. Samen met haar opeens licht gekromde rug leek ze op een door kinderen getekende reiger.
‘’Wat doe je hier?’’ vroeg ik.
‘’Ik wil meer geld.’’
Margareth gedroeg zich opeens als de zeer belangrijke generaal, die ze ook was, en commandeerde haar ‘aides’ die gewoonlijk haar schoenen poetsten, haar tas met belangrijke papieren droegen en haar voor de deur beveiligden als wij aan het vrijen waren om vadermoeder, die vriendin van haar en mij naar een lege kamer te begeleiden. Zelf bleef ze er ook bij.
In de kamer herhaalde vadermoeder: ‘’Ik heb meer geld nodig.’’ Ze gaf er meteen haar reden bij: ‘’Ik ben werkloos. We leven van het geld dat we met jou verdienen. Ik heb meer nodig.’’
‘’En als ik dat niet geef?’’
‘’Dan heb jij ook geen carrière meer. Ook geen militaire.’’
Ze keek even snel naar Margareth, die net deed of ze niet luisterde.
‘’De generaal spreekt een beetje Nederlands,’’ zei ik.
Daar schrok vadermoeder van.
Ik dacht kort na en zei: ‘’Ik kan je tweeduizend per maand extra geven. Niet meer.’’
‘’Dat is genoeg.’’
‘’Wanneer ga je weer naar Nederland?’’
‘’Niet. Ik wil hier blijven om goed werk te doen.’’
Ik smeekte de God waarin ik niet geloof dat ik niets van verbazing zou laten werken.
‘’Men heeft hier geen behoefte aan psychologen,’’ zei ik, terwijl ik, voordat ik alle woorden die ik uitsprak in ijswater had gedoopt. Dat kon ik goed, want meestal doopte ik al mijn woorden die ik tegen haar sprak in ijswater of gif.
‘’Ik wil hier ook geen psycholoog zijn.’’
‘’Wat dan?’’
‘’Ik heb geleerd de kaart te leggen, de toekomst te voorspellen en mensen te doorgronden.’’
Margareth bewoog met haar benen van opwinding en glimlachte.
‘’Kaartleggerij is onzin! Dat weet je en is misdadig!’’ zei ik.
‘’Ik kan het!’’ zei vadermoeder. ‘’Natuurlijk kan ik het. Het leggen van kaarten is gewoon een methode zoals je in de psychologie zoveel methodes hebt. Of je nu in God gelooft, in kaarten of in therapeutische sessies, het is allemaal hetzelfde. Ik kan alle drie leveren.’’
‘’Wanneer u de mensen moed geeft de strijd voort te zetten heb ik er geen bezwaar tegen,’’ zei Margareth.
Ik scheurde bijna van woede.
‘’Kunnen jullie ons aan woonruimte helpen?’’ vroeg vadermoeder.
‘’Zou u het erg vinden aan het front te werken?’’ vroeg Margareth.
‘’ Nee, graag’’! zei vadermoeder.
Haar vriendin knikte mee en zei: ‘’We willen beiden graag een bijdrage leveren aan deze oorlog. Ik ga echter terug naar Nederland om… dat ik daar nodig ben.’’
Dat was een boodschap aan mij. Ik begreep dat Mijn Apotheker, Margareth, De viersterren Big, ik en nog wat andere hooggeplaatsten door konden gaan.
‘’Ik stuur u persoonlijk naar het front,’’ zei Margareth tegen vadermoeder.
wordt vervolgd-
Lees ook: De trip van Ferdinand Hania. Steeds vaker goeie recensies.




