Frontchirurg
Aflevering 20, De verrader
20.
Nog even een kort in memoriam: ‘’Het leven van mijn vadermoeder was altijd oorlog geweest. Zij trok van slagveld naar slagveld. Ze voerde oorlog tegen haar man, tegen mij, tegen de vrouw in haar, tegen de man in haar. Zij accepteerde het lot niet en dacht dat de kaarten ook haar lot kenden en begrepen. En misschien was dat ook zo. We weten niet wat de laatste kaart was die zij voor zichzelf had gelegd. Noch kennen wij de inhoud van andere kaarten. Misschien ging zij daarom wel naar Oekraïne. Om oorlog te voelen. Oorlog te zijn. En om datgene te krijgen waarvan ze het meeste van hield: geld. Vadermoeder wilde geld zijn. Geld om te verdienen en om uit te geven. Liever dan in driedelig grijs zou ze zich kleden in bankbiljetten. Geld was haar minnaar, maar ze wilde ook de minnares van geld zijn. En toen ze het had…’’
Ik keek op mijn horloge.
Mijn Russische Oekraïner was nu al bijna bij de grens.
Ik mocht weer terug naar mijn vertrouwde veldhospitaal.
Voordat ik Kyiv verliet, keek ik nog even goed rond.
Ergens in het stof in de lucht was vadermoeder, ergens was ze, nergens was ze. Het leven van mijn moeder was altijd oorlog geweest. Nog één keer snoof ik de hebzuchtige wind op.
-
Generaal Margareth zei dat ik nergens meer van werd verdacht toen ze weer op inspectie kwam.
Na die mededeling hoorden we de ambulance en wist ik dat ik weer aan het werk moest.
Margareth zou me helpen, zei ze.
Tijdens het dichtnaaien van een wond en terwijl Margareth me allerhande klemmen aanreikte, vertelde ze dat er een verrader in het kamp was en ze vroeg of ik hem wilde vermoorden. Ik zei dat ik daar erg slecht in was. ‘’Het is eigenlijk een bevel,’’ liet ze me weten.
‘’Maar wie is het?’’
Ze noemde de naam.
‘’Hoe weet je dat?’’ vroeg ik.
‘’Jouw apotheker verdacht hem al, en je moeder ook.’’
Opeens werd ik me weer gewaar van de geur van bloed en de warmte ervan. Ieders bloed, mits in grote hoeveelheden, ruikt hetzelfde; het is niet geurloos, maar het probeert geur te bedekken.
Tijdens het zoveelste college “snijden” vroeg een student: ‘’Kan je van dat bloed ook bloedworst maken, professor?’’ Professor Maertens antwoordde meteen: ‘’Het is heel eenvoudig. Snipper wat uien, trek een dag van tevoren bouillon van de botten, snij van het vet dobbelsteentjes, verwijder het echte vlees. Fruit in een pan de uien en het spek. Voeg er de bouillon bij. Voeg het bloed toe en doe er flink wat zout bij, ga niet naar het kookpunt, haal het van vuur en laat het koud worden. Tot het goed gestold is. Nu kan je de darm vullen om er worst van te maken.’’
Er werd gezegd dat sommige Russische slagers bloedworst van Oekraïners maakten. Maar ik heb het nooit mogen proeven.
-
Ondertussen vroeg ik me af: wat te doen met de verrader? Wat had hij eigenlijk verraden? En wie? Waarom? Was hij er de oorzaak van dat mijn apotheker zelfmoord had gepleegd? Dat er op mijn moeder een aanslag was gepleegd? Wat waren zijn motieven geweest? Want het was een hij. Een echte “hij.” Een hij die zich er enorm op voorstond dat hij een “hij” was. Zeg maar een “Hij!” Hoe dood je een “Hij”?
‘’Ik doe het wel, ‘’ zei generaal Margareth, ‘’ik heb daar een opleiding in gehad.’’
wordt vervolgd +




