Frontchirurg
Aflevering 9, Jongen of meisje? Meisje...
Aan mijn lezers: Sommigen zijn enthousiast, anderen kunnen niet verder lezen. Ik schrijf voor de enthousiaste volhouders. Ik MOET dit afmaken. Nieuwe lezers: lees alle vorige afleveringen van dit oorlogsfeuilleton.
9
Moest ik besluiten Margareth te laten leven, zij het met wat ledematen minder, een afgevlakte kaak en maar één long?
Niet alleen wilde haar Viersterren Generaal Biggie dat ze bleef leven, ik wilde het ook. Al bestond ze nog maar uit een hart met één oog, dan nog wilde ik haar dingen zeggen en laten zien en vragen. Met alleen een mond die ook kon kussen nam ik ook genoegen.
‘’Was ik niet belangrijk genoeg voor je, Margareth?’’
‘’Wat was er dan tussen jou en mij, Margareth?’’
‘’Er was toch liefde, Margareth?’’
Vragen die ik nooit zou stellen, omdat ik de antwoorden wel wist (nee, niks, misschien seks, nee) en omdat ik te weinig van die keukenmeidenromans heb gelezen om te weten wat ik nog meer zou moeten vragen.
Maar beslissen over haar dood kon ik niet, terwijl het mijn dagelijkse werk is en het me makkelijk afgaat.
‘’Kom op, sterf,’’ zaagde ik door, ‘’sterf, sterf, sterf…’’ Mooie benen zeurden dat ze niet zonder haar konden.
‘’Sterf, sterf, sterf, sterf.’’
-
En toen kwam die dag dat de vrachtwagen elf lijkenzakken bracht.
De levenloze menselijke resten waren erin gevouwen als grote puzzelstukken. We legden ze achter twee tanks.
Ik had de eer ze te openen.
Af en toe een hoge hak, allemaal een gescheurde jurk, een gescheurde netkous, een gescheurde slip, soms een in elkaar gebeukt hoofd, allemaal bloed van achteren, bloed van voren, beten in borsten. De geur van goedkope parfum.
Tien hoeren.
Nee, tien seksslaven.
Nee tien troostmeisjes.
Nee, tien prostituees.
Nee, tien sekswerkers.
Nee, tien meisjes.
Nee, tien vrouwen - en één peuter van pakweg drie.
‘’Waar?’’ godverdomde ik.
‘’Zeven kilometer verderop. Gezien door onze drone.’’
‘’Hoezo gezien door onze drone?’’
‘’Ze lagen … in een soort massagraf, ‘’zei de soldaat.
‘’Van ons of van hen?’’
De vrachtwagenchauffeur zei niks.
‘’Wie van onze tering-klote artsen was erbij?’’
Hij keek om zich heen, haalde zijn schouders op en zei: ‘’We waren vlakbij, we moesten eigenlijk zeven anderen ophalen.’’
Ik belde meteen met de patholoog-anatoom en de commandanten te velde. Ik wilde weten voor wie die dames waren. Wie had dit gedaan? Die van ons? De Russen?
Ze moesten onmiddellijk in de koelcellen van het mortuarium.
Het was overduidelijk een groepsverkrachting geweest.
Terwijl ik ontdekte dat het peutertje ook was verkracht voordat het was doodgeschoten, werd ik gebeld uit Kyiv.
Net als mijn moeder begon Margareth meteen met praten.
‘’Wat maakt het uit wiens hoeren het zijn?”
‘’Als het onze jongens waren zijn ze ziek en moeten ze verdwijnen.’’
‘’We komen er nooit achter. Hoeren werken voor iedereen.’’
‘’Ik heb nergens portemonnees of beurzen of tasjes gezien. Alles is van de dames gestolen. Er is ook een peuter van drie bij die ze verkracht hebben.’’
‘’Jongen of meisje?’’
‘’Meisje.’’
‘’Ik weet eigenlijk niet waarom ik dat vraag,’’ zei Margareth.
Ik zweeg en even daarna herhaalde ze met nadruk: ‘’We komen er nooit achter wie het zijn en voor wie ze werkten.’’
‘’Daar komen we wel achter.’’
‘’We komen er nooit achter schat…. Verdomme.’’
‘’Je praat of het onze jongens zijn.’’
‘’Deze lijn kan worden afgeluisterd, schat.’’
Ik was kwaad en verbrak het contact.
Probeerde ze nou te zeggen dat onze jongens dit hadden gedaan?
Neuk ze, die hoeren! Steek je pik in ze! Maar waarom verkrachten en daarna doodschieten? En waarom schokte het mij?
Werkte ik wel aan de goede kant, godverdomme?
De goede kant die in feite was bepaald door mijn vader.
Onze patholoog-anatoom - een keurige jongen trouwens, ik had verder weinig contact met hem - had een ordelijke geest. Hij plukte keurig alle kogels uit de lichamen en liet ze met een klik in een bakje vallen.
‘’Erg hè,’’ zei ik.
‘’Oorlog,’’ zei hij.
‘’Waarom zo… Waarom deze vrouwen als wegwerpvrouwen gebruiken… ‘’
‘’Schaamte… Heb je weleens een vrouw verkracht?’’ vroeg hij.
‘’Nee,’’ zei ik.
‘’Ben je wel eens verkracht?’’ vroeg hij.
‘’ ‘t Mocht geen naam hebben.’’
‘’Precies, dan weet je het niet, maar als je iemand verkracht, dan verkracht je tegelijkertijd je eigen moraal, want je weet verdomde goed wat hoort en niet hoort. Dan is de schaamte zo groot dat die uitgewist moet worden. Dus dood je.’’
‘’En als je verkracht bent?’’
“Je zou het nooit hebben geweten als je ooit zou zijn verkracht. Dan besef je in één keer dat alles wat je hebt gedaan en doet, alles waarvoor je hebt geleefd en wat je leven zin geeft, er niet meer toe doet. Degene die dat op z’n geweten heeft moet dood, anders blijf je een vies niks. Een machteloos vies niks, een smerig dingetje.’’
‘’Ik zal het onthouden. Hoe kom je aan deze wijsheid?’’ vroeg ik, maar ik wist eigenlijk het antwoord al.
‘’Ik was homo in Moskou. Verkracht, verkracht en verkracht. Daarna verkracht en verkracht. Toen in elkaar geslagen.’’
‘’Het bekende verhaal.’’
‘’Ja, niks bijzonders.’’
En weer kwam Margareth aan de telefoon.
‘’Ik kom naar je toe. We gaan geen onderzoek doen! Van hogerhand!’’
‘’Margareth, hoe kon je…’’
‘’Ik dacht dat ik de jongens een plezier zou doen.’’
‘’En nu…’’
‘’Ze krijgen een Oekraïens uniform aan en we verbanden ze.’’
Even ging er een duizelingetje door mijn hersens, maag en benen. Even stuiterde mijn wereld op de grond en kwam er een barst in.
‘’Stop maar, ze moeten nog een keer verkracht worden,’’ zei ik tegen de patholoog-anatoom.



Er komt toch ook nog wel een gewone moord aan? En een dubbelspion?
Ik ben en blijf benieuwd 🤓