Frontchirurg
Aflevering 17, Is hij dood?
17
De militaire politie ondervroeg ons allemaal naar aanleiding van de dood van de apotheker.
Ze vroegen wat ik wist.
‘’We hadden een zuiver professionele verhouding met elkaar.’’
‘’Er wordt gezegd dat u een verhouding met hem had.’’
‘’Onzin, ik ben een lesbische vrouw. Ik hou niet van mannen. Wie heeft dat gezegd?’’
Ze gaven geen antwoord.
‘’Heeft u momenteel een relatie?’’
‘’Nee, dat ligt hier heel moeilijk. Niemand houdt van lesbiennes. Zeker niet in het leger. Zeker niet van een buitenlandse lesbienne.’’
Ze krabden op hun hoofd, ze keken in hun papieren.
‘’Is er iemand hier met wie u een verhouding heeft gehad?’’
Doelden ze op Margareth? Die zou ik beschermen. Ik noemde de naam van een verpleegster met wie ik wel eens in bed lag en die heerlijk kon zoenen. Maar die werd zo door schuldgevoel geteisterd dat ik haar tegenwoordig alleen maar lief aankeek, terwijl de wederzijdse hartstocht uit onze ogen droop.
Ze schreven de naam keurig op.
De lieverd zou straks huilend bekennen dat we weleens hadden gezoend en dat ze daar erge spijt van had.
Ondertussen schoot de Militaire Politie geen steek op.
Ja, er was wat “onverklaarbaar geld” gevonden in de kluis van de apotheker. Ja, ze wisten dat hij in buitgemaakte wapens van de Russen had gehandeld. Ja, ze wisten dat hij ook in medicijnen die rechtstreeks uit India kwamen gehandeld had, maar er moesten ook mensen “in zijn omgeving” zijn die er van wisten. Waar waren die medicijnen bijvoorbeeld? Waar waren die wapens naar toe gegaan? Er moest ook nog geld zijn. De corruptie was een groot kwaad. Zeker in oorlogstijd. Ik was het daar uiteraard mee eens. Ik zei maar niet dat oorlog alles corrupt maakt. Vooral de geest. Corruptie is namelijk een overlevingsstrategie. Het maakt het zinloze van de oorlog zinvol. Mijn Apotheker wilde voor vrouw, kinderen en omgeving een soort Messias zijn met genoeg geld om goed te doen - en af en toe een hoer voor zichzelf. Zoals de meeste mannen die ik ken, maar ik ken er niet zoveel.
‘’We komen nog bij u terug,” zeiden de knappe jongens van de Militaire Politie.
-
‘’Je moet haar laten leven,’’ zei de Vier Sterren generaal, de man van Margareth die door mijn gezaag steeds minder mens was geworden. Hij ging op z’n knieën alsof hij mij ten huwelijk wilde vragen. Daar zou ik niet op ingaan. Margareth was nu een romp. Een ramp zonder benen. Was de Viersterren Big boos of verdrietig? Was hij bang eenzaam te worden, of had hij groot medelijden met zichzelf? Was het tactiek of emotie? Ach, ik had een vermoeden…
Had ik eigenlijk wel in de hand of ze bleef leven of niet?
Er waren drie artsen met haar bezig plus de anesthesist en de operatie zuster. Niemand was opgeleid tot chirurg, maar ik had de meeste benen en armen afgezet, dus ik mocht het doen en ik had mijn best gedaan. Niemand zou het mij kwalijk nemen als Margareth zou sterven. Ik keek op de monitor naar haar hartslag en bloeddruk.
De uitslagen zeiden dat ze nog leefde. Maar de cijfers leefden meer dan zij.
-
Ik zei tegen de jonge Russische soldaat: ‘’Vanaf heden ben je een Oekraïner. Hier! Je paspoort naar vrijheid.’’
Hij keek naar de foto.
‘’Is hij dood?’’ vroeg hij.
‘’Ja.’’
‘’Dat stemt me droevig.’’
‘’Mij ook.’’
Mijn Russische soldaat was aardig opgeknapt, maar ik hield hem administratief ziek tot na de uitwisseling. Ik had hem nodig.
‘’Waarom doe je dit voor mij?’’ vroeg hij.
‘’Een goed mens heeft altijd een slechte reden.’’
‘’Is dat een Oekraïens spreekwoord?’’
‘’Nee, een uitspraak uit het land in mijn hoofd.’’
Hij was verward, maar lachte toch even. Hij vroeg wat voor een land dat was.
‘’De bomen zijn er rood, de lucht is paars, de steden groen, de zee geel. Er lopen allemaal dieren rond die we hier niet kennen: de rondor, de pluntofant, de tuk, de smussie en de vulievulie. Tot op heden heb ik er geen echte mensen ontdekt. Maar we zijn nog aan het zoeken.’’
En ik legde hem uit hoe ik hem zou weg smokkelen van ons kampement, hoe en waar hij zich verborgen moest houden , ik zou een Oekraïens uniform en burgerkleding voor hem regelen. Ik zou hem een routekaart geven, wat geld en een telefoonnummer in Nederland dat hij uit zijn hoofd moest leren. Daarna maakten we een wandeling in de bosjes, vertelde hij dat hij kon rappen en gingen we vrijen - hij voor de tweede keer in zijn leven - terwijl de drones over ons heen vlogen. Het waren die van ons.
De daad was in dertig seconden gepiept.
Het aanstellen dat ik klaarkwam en gelukkig was wel twee minuten.
Van trots kreeg ik een rap te horen: ‘’Pornografie, filosofie, hypocrisie, democratie, lobotomie, demagogie, homofilie, bureaucratie, claustrofobie, euthanasie…” En dan steeds het accent op de tweede lettergreep.
Heel mooi, heel vernieuwend.
Morgen was hij Oekraïner. Eerst een soldaat met papieren van mij, vervolgens een burger en daarna een Oekraïense vluchteling. Redde hij het niet, dan had hij pech gehad.
Redde hij het wel, dan kon hij mooi homoseksueel zijn en Jood zijn in Nederland.
wordt vervolgd+




"De uitslagen zeiden dat ze nog leefde. Maar de cijfers leefden meer dan zij", twee zinnetjes waar ik stil van werd Theodor.