Frontchirurg
Aflevering 16, De angstige oogopslag
16
De benen van Margareth waren er bijna af. De ene dij zou iets korter lijken dan de andere. Dat had ik een beetje slordig gedaan.
‘’Je moet het nu zeggen!’’ zei ik tegen haar Vier Sterren Big.
‘’Wat is ze nog?’’ vroeg hij.
‘’Een wezen van wie je hebt gehouden.’’
‘’Maar hield ze van mij?’’
‘’Dat weet ik niet,’’ zei ik terwijl ik het antwoord wist.
‘’Jij bent arts,’’ zei hij.
Ik keek naar de anderen in de operatiezaal. Niemand zou het mij kwalijk nemen als ik haar liet sterven. Ik moest het alleen zo laten lijken dat ik er absoluut niets aan kon doen. Terwijl iedereen mij vol spanning aankeek, moest ik aan een mop denken waar Margareth en ik om hebben gelachen toen we dronken waren en coke hadden gesnoven. Ik haalde de moppen van internet, via de site: https://www.kidsweek.nl/moppen.
‘’Een man komt in een oerwoud een tijger tegen. Hij is doodsbang en rent weg, maar de tijger komt achter hem aan. Na drie uur rennen valt de man heel moe op de grond. Hij denkt: ‘Nu ben ik er geweest!’ De tijger komt naar hem toe, tilt zijn poot op, tikt de man aan en zegt: ‘Tikkie, jij bent hem!’’
We bleven maar herhalen: ‘’Tikkie, jij bent hem… Tikkie, jij bent hem… Tikkie, jij bent hem…’’ We kwam niet meer bij.
De man in het oerwoud. Wat deed hij daar? Waarom was hij daar? Vermoedelijk was er oorlog.
Alle mannen in het oerwoud kwamen tijgers tegen.
Niet één zei er: ‘’Tikkie, jij bent hem!’’
-
En op een dag kwamen er elf gewonde Russische jongens binnen. Die moesten opgelapt worden. We zouden ze kunnen ruilen tegen enkele van onze mensen.
Oplappen is: wonden schoonmaken, verbinden en paracetamol geven. Eén jongen - of man eigenlijk - zat zo te rillen dat ik z’n temperatuur opnam. 40,2. Had hij corona? Was er iets anders met hem aan de hand? Ik nam wat bloed af en liet hem in een warm bed stoppen, deed een testje. Hij bleek gebeten te zijn door een herdershond, maar had geen hondsdolheid. Zijn wonden waren domweg ontstoken. Hij moest eerst genezen voordat hij kon worden uitgewisseld. Men was vergeten zijn zakken na te kijken en ik vond in de binnenzak van zijn uniform twee paspoorten: van een onbekende Oekraïense man en vrouw. Beiden mijn leeftijd. Vermoedelijk van twee boeren die hij had omgebracht. Wat wij uit de zakken van die Russen haalden…
Trouwens, ook uit de zakken van onze jongens kwamen de mooiste snuisterijen. Vooral de Russische Sturmanski-horloges werden op internet verkocht (vaak met het bloed er nog aan), en er was ook een jongen die een Russische generaal in zijn auto had gedood en die een Lunascope LS908 G met een waarde van pakweg zo’n 5000 euro om zijn pols bleek te hebben gehad. Iedereen in ons kampement was daar enthousiast over.
De Russische jongen vertelde me dat hij die paspoorten inderdaad uit een verlaten boerderij had gestolen. Waar de bewoners waren wist hij niet. Vermoedelijk gevlucht. De paspoorten waren het enige van waarde dat hij had gevonden. De rest was al meegenomen door zijn kornuiten.
‘’Vreemd verhaal! Wat wilde je met die paspoorten doen?’’ vroeg ik.
‘’Vluchten naar een vrij land,’’ zei hij.
Loog hij? Of iemand liegt of niet, maakt in een oorlog niet uit. Wie zijn leven kan redden door te liegen en niet liegt, is de held van de maden in zijn doodskist.
‘’Waarom wilde je vluchten?’’ vroeg ik. Hij talmde. Ik wees hem erop dat ik arts was en een geheimhoudingsplicht had. Hij zei: ‘’Ik ben biseksueel en joods. Dat is in Rusland geen goede combinatie.’’
‘’In Oekraïne ook niet zo, hoor. De acceptatie van LHBTQI-gemeenschap begint pas in de buurt van West-Duitsland, maar houdt in Polen alweer op.’’
Een kleine angstige oogopslag.
‘’Ik wil niet terug naar Rusland. Liever dood.’’
‘’Als je dood wil kan je beter terugkeren in het Russische leger. Ik vermoed dat acht van de tien mannen van je bataljon dood zijn. Behalve een moordmachine is jullie leger ook een uitstekende zelfmoordmachine. Heb je vreugde in het leven, dan verlies je die wel in jullie krijgsmacht, waar ze de gunst van de goden afsmeken door het brengen van levende offers die in het vuur worden gegooid.’’ Jonge mannen knikken niet, ze knakken. Alsof een onzichtbaar zwaard hun hoofd heeft afgehakt.
‘’Ik wil niet dood,’’ zei de geknakte en hij haalde diep adem om uit zijn binnenste een verhaal met een moraal op te diepen: ’’Ik verdien inderdaad straf. Ik heb een jongen van mijn eigen groep doodgeschoten, omdat hij mij de dag ervoor had verkracht en ik zag dat hij die vrouw verkrachtte waarvan jij het paspoort hebt. ‘’Help me”, riep die vrouw, ‘’hij heeft mijn man ook al doodgeschoten”. Toen schoot mijn verkrachter haar dood en toen ik hem.’’
‘’Heeft iemand je gezien?’’
‘’Nee…’’
‘’Wat heb je met het lijk gedaan?’’
‘’Een schop gegeven.’’
‘’Kunnen ze erachter komen dat jij je collega hebt gedood?’’
‘’Ik heb het huis in brand gestoken. Ik was alleen.’’
Ik haalde mijn schouders op en keek hem aan.
Iedere soldaat die door ons werd ondervraagd zette de waarheid altijd onhandig in elkaar. Maar in welk levensdrama klopt de logica wel?
‘’Waarom heb je paspoorten gestolen van mensen die twaalf jaar ouder zijn dan jij? Dacht je dat je daarmee echt naar het buitenland kon?’’
‘’Het waren Oekraïners. Ik heb nog niet gekeken hoe oud ze waren. Ik wilde het land zo snel mogelijk uit.’’
‘’Weet je zeker dat jij ze niet hebt omgebracht?’’
‘’Ik zweer van niet.’’ En hij begon weer te huilen. Warme tranen, want hij had koorts.
Bij de spullen die nog niet waren geregistreerd vond ik nog een totaal doorbloed paspoort en een ingedrukt identiteitskaartje van een negentienjarige jongen die was omgekomen. Een knaap uit de buurt van Lviv. Een mooie Oekraïner. Grappig: ik had de nieuwe identiteit in mijn hand voor mijn gewonde LHBTQi-er. Met een nieuwe identiteit zou hij wel weg weten. Ik wist waarover ik sprak.



