Frontchirurg
Aflevering 2
Korte inhoud van het voorafgaande: Een mooie biseksuele vrouwelijke Nederlands- Oekraïense arts (we kennen haar naam nog niet) heeft besloten naar het front in Oekraine te gaan. Het verhaal begint als zij haar grote liefde Margareth ( was het wel haar grote liefde?) Margareth op de operatietafel tegenkomt. Meer dood dan levend. Wat moet zij doen? Haar benen amputeren of haar laten sterven? Terwijl onze heldin terugblikt, maken we haar ook mee in oorlogstijd. In deze aflevering onder meer: hoe heeft zij Margareth leren kennen? En wie is de Apotheker? Lees:
Aflevering 2
In het menselijk lichaam gebeurt elke dag iets nieuws - een kleine ramp of een ongeluk - maar het nieuws in het lichaam dat wereld heet, volg ik niet. Bloeduitslagen kan ik met grote interesse bestuderen, maar als ik weleens een krant lees, zie ik in het nieuws verborgen bloeduitslagen waar ik mijn medische kennis niet op kan loslaten. Hoewel, ik denk wel eens: kon ik maar wat zieke gezwellen van de aarde wegsnijden. Ofschoon ik in Oekraïne - in het prachtige Kiev - woonde en werkte als huisarts (ik mocht niet meteen chirurgen), vond ik niet dat ik me moest bemoeien met interne aangelegenheden. Ik was in zekere zin een gast, en gasten bemoeien zich niet met het huishouden. Maar de consequenties van de nieuwsberichten zaten steeds vaker bij mij in de wachtkamer. Een zwangere vrouw wier man vierentwintig uur eerder was doodgeschoten. Ze wilde een abortus. Een man die medisch afgekeurd wilde worden omdat hij niet in dienst wilde; hij had daar duizenden grivna voor over, dus die stond niet zo hoog. Een anorexia meisje kwam met haar obese moeder, ze waren beiden verkracht. Niet door de Russen, maar door een soldatenkameraad van hun vader en echtgenoot. Ik denk wel eens dat soldaten verkrachtingen nodig hebben omdat ze anders hun geweer niet kunnen vasthouden.
Er ontstond soms een rij op de gang.
En op een gegeven moment was er een vrouw in uniform in mijn wachtkamer. Een uniform in je nabijheid voelt altijd als een kleine bezetting. Mevrouw Uniform, Margareth, zat niet op een van onze ongemakkelijke stoeltjes maar stond kaarsrecht. Herkende ik haar silhouet? Kon ik door haar uniform heen haar prachtige vormen zien? Was het een bekende geur die ik onbewust opving en iets dierlijks in mij wakker riep?
Ik voelde haar borsten.
‘’Nee, ik voel geen knobbeltjes.’’
‘’Bij de tepel?’’
‘’Nee, ook niet.’’
‘’Hier!’’
Voelen zonder erotiek of je misschien het begin van een naderende amputatie of dood kon waarnemen, geeft je een ongebreidelde macht die je moet zien om te zetten in barmhartigheid.
‘’Het spijt me lieverd,’’ zei ik in het Nederlands - want in Nederland zegt men toch sneller lieverd tegen elkaar -‘’je borsten zijn in orde. Ik voel niks… Heb je verder nog klachten?’’
‘’Ben je gelukkig?’’ vroeg ze.
‘’Ben jij gelukkig?’’ vroeg ik.
En om vier uur ’s middags lag haar uniform op mijn witte doktersjas. We deden of ons vrijen liefde was - nou ja, een vorm van liefde was het natuurlijk wel. Maar het was vooral een wederzijds geruk en getrek aan een hek om te proberen onze eenzaamheid te laten ontsnappen, wat een orgasme lang duurde.
‘’Kom ook in het leger,’’ zei ze in de cartoonwolk van haar after-sekssigarettenrook, ‘’we hebben mensen zoals jij nodig.’’ Ach, ik had dat al een paar keer gehoord.
En zo, lieve kinderen, kwam ik vlak achter het front terecht en werd ik in een paar weken bijgeschoold tot maag-darmspecialist, longspecialist en plastisch chirurg.
Ach ja, je kunt een chirurg het beste vergelijken met een tuinman; hij knipt en snoeit, haalt onkruid weg, plant wat nieuws en wacht af of alles aanslaat.
-
De warmte van mijn handen was aangenaam en weerzinwekkend.
Een gewond lichaam is gemiddeld 37 graden Celsius. Dat is een warm bad. Snijden in een biefstuk is makkelijk, snijden in taai, rauw mensenvlees is moeilijk, tenzij je het bakt of kookt.
‘’Help me!’’ zei de eerste chirurg vaak, moe van het snijden.
En dan nam ik het van hem over.
‘’Waar zit die verdomde kutkogel?’’
‘’Costae spuriae 8!’’ Snijden, voelen, snijden, tot je de kogel vond.
Of niet vond.
‘’Laat maar zitten.’’ We hadden altijd tijd tekort.
De kogel mocht tot op een later tijdstip in de valse rib wonen waar hij tot in de eeuwigheid zou blijven voortbestaan terwijl vlees en botten al lang zouden zijn vergaan.
‘’We hebben kunnen vaststellen aan de hand van de Russische kogels die nog in de botten zaten dat zich waarschijnlijk hier een veldslag heeft afgespeeld,’’ zouden archeologen over 1000 jaar zeggen. Archeologen… Ach, robots zouden dat waarschijnlijk al in hun geheugen hebben opgeslagen en dan waarschijnlijk op zoek zijn naar menselijke resten zoals wij op zoek zijn naar dinoresten.
En wat deed ik als ik even niet hoefde te dokteren?
Mocht dit een musical worden, dan is dit een mooi moment voor een liedje.
Ik hoor constant zijn stem.
Mijn God, wat mis ik hem
En hij mist mij - dat weet ik zeker
Ik moet echt bij hem zijn.
Hij helpt mij tegen pijn.
Mijn medicijn - de apotheker.
En dan couplet twee. Dat gaat over ons drugsgebruik.
En dan couplet drie, dat is meer pornografisch van aard.
Seksualiteit in oorlogstijd is het vieren van kleine overwinningen, zeker als verlies dreigt; het is het enige middel om geestelijk enigszins gezond te blijven gedurende de constante confrontatie met de dood en het is het geheim dat je moet hebben en delen omdat het soms het enige is wat het leven nog zin geeft. Daarbij ben ik tot de overtuiging gekomen dat oorlog een surrealistische vorm van collectieve seksualiteit is; het ene leger neukt het andere en beide verneuken dan het volk.
Maar mijn Apotheker - een keurig getrouwde jongen - zeg maar “man” - met leuke kinderen op bijna alle foto’s in zijn telefoon - heeft een magische kwaliteit: kennis over opiaten en de doseringen van chloroform.
Hij lijkt verslaafd aan viagra zodat hij, indien geprikkeld, ook in het mortuarium een erectie kon ontwikkelen. Of we daadwerkelijk in het mortuarium hebben geneukt, weet ik niet meer, want het hele slagveld was een mortuarium. Zeker is dat we in de operatietent de daad hebben verricht terwijl we wachtten op de nieuwe gewonden, de nieuwe doden, - het nieuwe leven, had ik bijna geschreven, want de kinderen die we van de bevolking in ons mobiele veldhospitaaltje geboren hielpen worden, waren meestal van moeders die we tot na de bevalling in leven moesten zien te houden.
‘’Mag ik nog eens in je?’’
‘’Nee schat. Er komen nieuwe kinderen aan.’’
En dan kwam er weer een vrachtwagen vol zwaargewonde babies van achttien, negentien, twintig jaar.
Onze honden, afgericht om lijken op te speuren, sloegen al aan als de vrachtwagens met de gewonden nog zeker duizend meter van het slagveld verwijderd waren. Hun oren waren neus geworden en hun neus een extra oor.
En af en toe, in vol ornaat, kwam Margareth.
Met haar man.
Twee moordmachines die niet van elkaar hielden, maar ze speelden een versie van Romeo en Julia, beiden zonder hart, en dan alleen de balkonscene met woorden uit de zak van weggegooid kinderspeelgoed.
- wordt vervolgd -
Elke dag probeer ik een aflevering te schrijven. Ik weet niet waar het heengaat. Als het niets wordt stop ik. Ik gebruik (misbruik) Substack namelijk ook als mijn kladblok. Excuses. Liefhebbers wil ik mijn boeken aanraden.
Lees: De trip van Ferdinand Hania.
EN OOK: De huilende gorilla.
Laat weten of je mijn feuilleton volhoudt. Onder de inzenders verloot ik 12 juni een boek.
Lieve groet, Theodor





