Frontchirurg
Aflevering 4. Snoepen is gezond
4
Lees vooral de vorige afleveringen van Frontchirurg
Aflevering 4
Mijn apotheker kon prachtig viool spelen als hij met z’n vingers de juiste noten op de snaren wist in te drukken.
Hij geloofde in muziek en geneesmiddelen.
Als hij viool ging spelen deed hij dat voor een foto van zijn vrouw en kinderen.
Als hij geneesmiddelen ging slikken deed hij dat terwijl hij naar mij keek.
Hij slikte met grote regelmaat allerhande bitter smakende snoepjes.
Een snoepje tegen hoofdpijn, een snoepje tegen wakker, een snoepje tegen slaap, een snoepje voor een erectie, een snoepje voor de maag, een snoepje om het leven te hallucineren of om weer tot leven te komen.
Ik hield van hem. Zijn snoepen was een vorm van levensgenieten.
Met snoep was de mens weerbaarder, sterker. Snoep gaf je een uitzicht ook de hemel en kon ervoor zorgen dat je dood minder onsympathiek vond.
‘’Er is uit de apotheek gestolen,’’ zei hij.
Ik wilde al bekennen dat ik wat chloroformsnoep en slaapsnoep had gestolen toen hij zei: ‘’Er is meer dan een liter chloroform weg en zeker vijftig doosjes Ritalin. En er is wel meer verdwenen.’’
Ik wist van niks.
-
Ach Margareth op mijn operatietafel, terwijl ik haar bloed rook.
Eigenlijk rook ik bloed met kruit en alcohol; zo’n maaltijd waaraan je went, maar die je nooit wil eten.
‘’Wat gaan we met deze doen?’’ De nieuwe anesthesist was ongeduldig.
De uitdrukking op het gezicht van Margareth herkende ik; zo keek ze ook wanneer ze sliep, en als ze in de armen van Morpheus lag had ze een uitdrukking alsof ze elk moment kon worden aangevallen.
Ik kon nu beslissen om haar laatste wens in te willigen of om haar te laten leven. Maar wat voor leven zou dat zijn? Was dat aan mij?
Uiteraard kwam Viersterren Binkie Big zomaar weer de operatiekamer binnen.
‘’Red haar! Red haar! Red haar!’’ zong hij
‘’Wat gaan we nu godverdomme doen!’’ schreeuwde de anesthesist.
‘’Amputeren,’’ fluisterde ik, ‘’beide benen.’’
Waarop de generaal fluisterde: ‘’Ik kan haar niet missen.’’
‘’Mogelijk blijft ze een beetje leven,’’ zei ik.
Onder het zagen dacht ik: Margareth komt straks in de statistiek ‘gewonden’ en niet bij de ‘overledenen.’ Ik vond dat vervelend. Zo er tussen ons sprake was van enige liefde had ik haar misschien rustig moeten laten sterven.
-
Mijn chloroformdromer, mijnheer de Apotheker, had me twee maanden geleden bij zich geroepen voor een serieus gesprek. Serieus spreken kon hij trouwens niet. Praten was voor hem angstkreten uiten die op woorden leken.
Terwijl hij verschillende grootverpakkingen van allerhande pillen voor zich op zijn bureau uitstalde vroeg hij: ‘’Jij komt uit Nederland, is het niet?’’
‘’Ja.’’
‘’Amsterdam?’’
‘’Nee, Den Haag.’’
‘’Mooie stad, Amsterdam.’’
‘’Heel mooi. Daar woont mijn moeder… Met haar vriendin.’’
‘’Mooie stad, Amsterdam. Ken jij daar mensen?’’
‘’Eigenlijk niet.’’
‘’Doet er niet toe.’’
‘’Nee, ik ken hier ook weinig mensen.’’
‘’Wil je rijk worden?’’ vroeg hij opeens.
‘’Niet noodzakelijkerwijs.’’
‘’Ik bedoel: echt rijk!’’
‘’Nou nee.’’
‘’Zo rijk dat je niet meer hoeft te werken?’’
‘’Ik vind werken fijn.’’
‘’Maar dat je in een land kan wonen met zon.’’
‘’Dat vind ik naïef.’’
‘’Dat we daar samen kunnen wonen….’’
‘’Ik hoef niet met jou in een warm land te wonen.’’
Hij kreeg vermoedelijk hoofdpijn van het gesprek, want hij nam drie paracetamol met een whisky. En daarna nog een pil die ik niet herkende. Iets roze.
Hij wilde wat vragen, dus ik vroeg: ‘’Was dit het serieuze gesprek?’’
‘’Waarom wil je niet rijk worden?’’
‘’Ik ben al rijk. Vooral hier in deze oorlog. Ik red Russische klootzakken, en constateer de dood van onze jongens. Ik hak armen en benen los en vermaak kaken en jukbeenderen. Ik zing er vaak een liedje bij. Zo vrolijk vat ik mijn werk op.’’
‘’Dus je wil niet rijk worden?’’
‘’Wat zit je toch met dat rijk worden? Jij wil blijkbaar rijk worden. Waarom?’’
‘’Omdat ik geen dure opleiding heb gehad om pillen te tellen.’’
‘’Je maakt het leven dragelijker,’’ zei ik.
‘’Maar ik wil rijk worden… Zonnen in de Krim. Vissen. Europa zien, New York zien.’’
‘’En als je dat hebt gezien, wat dan?’’
‘’Rome bekijken, Toscane bekijken, Londen bekijken…’’
‘’Je wil alleen maar dingen bekijken. Wat heb je daaraan?’’
‘’Godverdorie.’’
‘’Wat godverdorie?’’
Hij nam weer een pil in.
‘’Jij voert toneelstukjes op,’’ zei hij.
‘’Welke toneelstukjes?’’
‘’Godverdorie.’’
En toen: ‘’Ik wil het adres van je moeder!’’
-wordt vervolgd -




