Frontchirurg
Aflevering 10, Vlees van vlees en vlees
10
‘’Waarom sekswerkers, Margareth?’’ vroeg ik. Ik gebruikte expres het woord hoeren niet.
‘’Seks is het enige dat ontspant.’’
‘’Jongetjes van negentien die thuis een treurend meisje hebben, of getrouwd zijn en vaders zijn van jonge kinderen… Hun orgasme duurt een paar seconden, de ontspanning wordt overspoeld door schuldgevoel waardoor ze degenen willen vernietigen die ze schuldig laten voelen voelen. Schaamte maakt moord zo makkelijk!’’
‘’Ik nodig ook wel eens escort uit,’’ zei ze,
‘’Misschien lig je er naast één, Margareth.’’
Ze begon me heftig te kussen alsof ze wilde bezegelen dat ik van haar was. Altijd met die onhandigheid. Haar lustgevoel was ontdaan van tederheid; het kwam bij haar uit een diepe put en iedere handeling moest eerst door een vlies van gêne breken.
‘’Een orgasme moet zich hechten aan geluk,’’ zei ik, al weet ik heus wel dat geluk niet echt bestaat. Laat ik zeggen dat het zich moet hechten aan de suggestie van geluk.’’
‘’Voor mij is geluk…,’’ ze dacht nog even na over haar antwoord en zei: ‘’ Voor mij is geluk… Ik was gelukkig toen ik werd gepromoveerd tot generaal en Biggie zoals jij hem noemt mij nam in de latrine bij ons front.’’
‘’Waardoor voelde je geluk?’’
‘’We waren gelijk in rang. En hij wilde mij! Ik had hem kunnen weigeren zonder gezeik. Dat noem ik emancipatie.’’
‘’En wij?’’
‘’Jij hebt macht over mij. Dat weet je. Je weet dat ik ziek ben. Mijn geest is ziek.’’
We gingen weer zoenen.
Die avond werden er op boerenkarren, zodat ze geen argwaan zouden wekken, elf lijken in Russische lijkenzakken vervoerd en naar een voor mij onbekende bestemming gebracht.
-
Margareth had een macht die ik had onderschat. Dat is het aardige van macht: de ander onderschat die altijd.
Ze verordonneerde dat ik terug moest komen naar Kyiv. Ze wist dat ik dan afscheid moest nemen van mijn Apotheker.
‘’Hoe nu?’’ vroeg hij.
‘’Jij moet iets bedenken, jij wil rijk worden.’’
‘’Waarom weiger je met mij te dromen? Als de oorlog is afgelopen zijn we rijk. Dan gaan we naar Amerika. Naar Californië. Jij bent daar chirurg in zo’n ziekenhuis dat naar een miljardair is genoemd en ik werk daar als apotheker. We gaan zwemmen, zeilen, van de zon genieten, champagne drinken, verre reizen maken.’’
‘’Vluchten staat slecht op je cv,’’ zei ik, ‘’en Amerika weet niet meer wat ze heeft beloofd. Of dat zijn ze kwijt.’’
Hij hoorde me niet.
Dat ik nooit met hem zou meegaan, begreep hij ook niet.
De avond voordat ik naar Kyiv zou vertrekken, gingen we “uit eten”. In zijn tent. Hij had vlees gemaakt met vlees en vlees. Een rauwe paprika en een rauwe wortel en een rauwe komkommer. Hijzelf genoot. En hij liet alle vijf zijn oneliners weer op me los.
‘’Eten is neuken, goede drank is net zo lekker als neuken, lekker neuken is als vlees, goed drinken is als de geslachtsdaad, eten en drinken is een groot seksueel feest… Vind je ook niet?’’
‘’Ik vind doden zien net als neuken, een goede amputatie is als een lekkere neukpartij, hoeren in lijkenzakken stoppen is als een geslachtsdaad uit liefde, naar het hart van dode kinderen blijven luisteren is als een heerlijke likbeurt van mijn geliefde…’’
Zei ik dat?
Hij luisterde niet, want er hing weer een stuk bot uit z’n mond.
‘’Ja, allemaal lekker,’’ zei hij.
Na het eten wisten we niks meer tegen elkaar te zeggen. We wisten eigenlijk nooit wat we aan elkaar moesten vertellen. Het liefst zou ik hem vragen naar zijn vrouw en kinderen, maar dat kon dus niet. Ach, het kon me ook niets schelen. In Kyiv zou een andere medicijnman op me wachten en de handel zou gewoon doorgaan. Zelfs uitgebreid worden.
-
Ik moest m’n vadermoeder vertellen dat ik weer naar Kyiv ging en toen ik die mededeling via de telefoon had gedaan, bleef het stil.
‘’Ik ga dus naar Kyiv,’’ herhaalde ik.
‘’Is het nu afgelopen met de pakjes die ik van je krijg?’’
‘’Ik denk het niet… Vonden jullie de cadeautjes mooi?’’
‘’Ik vond de ringen mooi… had ik niet van je gedacht.’’
‘’Mooi hè.’’
Het waren ringen die mijn apotheker en de patholoog-anatoom van de doden had gehaald. Van die vrouwen, uiteraard. De Russen hadden ook vrouwelijke soldaten. De ringen zaten niet zozeer om hun vingers maar om hun identificatieplaatjes en in hun portemonnee.
‘’En die jongen die het andere ook kwam halen was ook erg aardig.’’
‘’Ik weet niet wie dat is.’’
‘’Een hele beleefde jongen.’’
‘’Mooi.’’
‘’Hoe gaat het met je?’’ vroeg ze niet.
‘’Is het gevaarlijk daar?’’ vroeg ze ook niet.
‘’Pas je wel op?’’ vroeg ze ook niet.
‘’Heb je vrienden of vriendinnen,’’ zou ze zeker niet vragen.
‘’Weet dat ik vaak aan je denk,’’ dat zei ze uiteraard ook niet.
‘’Ik weet dat het zwaar is daar.’’ Ze beet liever haar tong af.
Maar ik vroeg verder ook niets.
Briefkaart uit Italië
Ons lied Wat wilden wij destijds? Seks, roem en geld. Drie bomen waaraan sappig fruit zou hangen. Helaas, het was niet grappig dat verlangen. Niks lukte. Daarvan raak je uitgeteld. Roberto’ s vriend kreeg aids van seks en stierf. Het geld dat Luca had was crimineel. En roem, zonder talent, dat is niet veel. Steeds was er iets wat ons geluk bedierf. Bespreken vrienden ooit de zin van ons bestaan. We zitten in de zon en weten: dit krijgen wij. Meer niet. Meer hoeft ook niet. We leefden tien driestuiver-feuilletons als je ons hoort bij ’t drinken en het eten. Geluk is’t zingen van ons levenslied. (La nostra canzone, Aldo di Petrucci, vertaling: Theodor Holman)




