Frontchirurg
Aflevering 1
De derde minnaar
Oekraïne, juni 2024
“We hebben vrouwen als u nodig, mevrouw de dokter. Het maakt niet uit wat u kunt.’’
Ik werd wakker in de armen van een dode man. Uiteraard was ik al ontwaakt, maar toen ik zijn arm moest amputeren, hield zijn hart op met kloppen. Ik schrok. Godverdomme, tyfus, tering!
Vloeken is altijd mijn wekker en mijn ochtendgymnastiek.
‘’Volgende!’’ riep ik.
‘’Man! Schotwond! Linkerbeen!’’ riep Eva.
Omdat ik een schoon schort moest, een schoon masker en schone handschoenen, stond ik hulpeloos met mijn handen omhoog alsof ik me aan de vijand overgaf, terwijl ik werd “aangekleed” door dikke Iwan en er een nieuwe zaag werd aangereikt waarna Micha de patiënt onder zeil bracht.
In feite gaf ik me aan de vijand over. De echte vijand waar ik tegen strijd is de dood, die steeds meer aan de kant van de Russen lijkt te staan.
En inderdaad ging het weer mis. Even na het zagen, begaf het hart het. Twee doden, terwijl ik net drie kwartier wakker was.
‘’Hoe kan dat godverdomme?!’’
‘’Z’n maten hadden hem meer dan twee liter wodka gegeven tegen de pijn!’’
‘’Dat wist ik godverdomme niet!’’ riep Micha de anesthesist.
‘’Volgende!’’ riep ik.
En toen kwam Margareth op de tafel.
‘’Poging tot zelfmoord!’’ riep Eva die alweer een nieuwe triage aan het verrichten was.
‘’Wat bedoel je?’’
‘’Ze liep schietend naar de vijand. D’r rechter been moet eraf!’’
‘’En haar linker! schreeuwde ik, want dat hing aan haar heup als de afgerukte schaar van een krab.
Margareth… Een zwarte vlinder die zich tussen mijn gedachten schuilhield. Als ze wegvloog naar een nieuwe gedachte, wist ik dat ik migraine zou krijgen.
Moest ik haar doodzagen? Ik weet zeker dat ze dat het liefste wilde.
Het inwilligen van een wens met dodelijke afloop ging in tegen mijn eed en dat vond God vermoedelijk ook onaardig en dat zou mijn vader dan weer niet prettig vinden.
-
Tegenover ons, in de Weimarstraat in Den Haag, woonde mijn vader, die geboren was in Lviv. Dat is Oekraïne, destijds de Unie van Socialistische Sovjet Republieken, en nu, in 2024, heet het land Ergerdanhel. Vader kwam naar Den Haag omdat hij goed viool kon spelen en een baan kreeg bij een groot symfonieorkest, dat hem na twee jaar ontsloeg, maar toen was hij al met mijn moeder getrouwd, omdat hij haar had zwanger gemaakt, zodat hij Nederlander kon worden.
Maar even na mijn geboorte verhuisden mijn moedervader en ik naar de overkant van de straat, naar een huis met een voortuintje. Als ik daar stond, kon ik aan de overkant mijn vader regelmatig, op driehoog, voor het raam zien lijden. Af en toe groette alleen zijn strijkstok mij treurig. Vader zag dat mamma haar haar afknipte, een grote zwarte bril opzette, streepjespakken ging dragen met een vest en das en een vriendin in huis haalde die mij haatte, maar altijd kwam kijken als ik onder de douche stond.
‘’Je moeder is je vader geworden,’’ zei mijn vader, terwijl hij uit het raam keek.
‘’Jij bent mijn vader,’’ zei ik tegen de wodkadampen.
‘’Ik ben een valse noot die van de strijkstok is gevallen.’’
Jaren later leerde ik dat dit een Oekraïense uitdrukking was.
Margareth leerde ik kennen tijdens mijn opleiding tot chirurg in Amsterdam. Zij was drie jaar ouder dan ik en ik mocht meekijken in haar praktijk.
We kwamen erachter dat we beiden Oekraïens konden spreken en van vrouwen en mannen konden houden.
Ik was schaamteloos, zij daarvan het tegendeel.
Zij wilde alleen met een vrouw vrijen als alle ramen verduisterd waren, de dekens als een tent over ons heen lagen en we, zelfs tijdens de meest intieme handelingen, deden alsof we vreemden voor elkaar waren. Margareth bedreef de liefde of ze geheime dossiers bezat en die met moeite overhandigde; om haar een orgasme te bezorgen moest ik haar iedere keer een atoomgeheim ontfutselen, zo leek het.
Even dacht ik dat ik op haar verliefd was, maar ik bleek verliefd op het ontfutselen van die geheimen. En ik merkte dat haar depressie bestond uit een bakstenen muur van frustraties waar ik nooit doorheen zou kunnen breken. Daarbij hielden we beiden ook van mannen die we niet wilden delen.
Maar zij had nog een derde minnaar: de dood.
Na haar tweede mislukte poging een langdurige relatie met deze grote liefde te krijgen, zei ze dat wist wat haar mankeerde.
Ze verhuisde naar Oekraïne, ging het leger in en trouwde met iets met een titel en een pet op. Ze bleek dol op uniformen.
Mijn vader knoopte van zijn eenzaamheid, de muziek van Mendelssohn en de gedachten aan zijn vaderland een strop en hing zichzelf daaraan op.
‘’Het mij spijt. ‘’schreef hij in een brief in het “Nederlands” omdat hij vermoedelijk wilde dat vadermoeder het ook zou lezen.
‘’Toen jij arts werd, ik besefte ik dat leven klaar. Ik gedaan wat leven mij vroeg. Jou opvoden. Jou mooder altijd schaamt ver mij, misschien ver jou. Ik zoveel van jou houden. Dit hoogtepunt. Dit diploom aplaus voor mij. Diploom is dank je wel. Papa buiging naar jou. Dank je wel.’’
Ik tikte de brief over voordat ik hem aan vadermoeder liet lezen, maakte er krukkiger Nederlands van en voegde er in papa’s stijl een paar regels tussen: ‘’Ik vel van je mooder gehoude, hel vel. Zij goet vrouw. Niks mis me. Zij als concert (van) Bach of Beethovenconcert. Doe haar lief.’’
Ik gaf vadermoeder mijn getikte brief en keek haar aan.
Mooi, hoe iemand van schaamte kan veranderen in een ijsblok waarbinnen een vuur laait. Of nee, andersom: een vuur waarbinnen een ijsblok het verdomt te smelten!
‘’Dat wist ik niet,’’ zei driedeliggrijs met een vers opgeschoren hoofd met haar weggebonden tieten in een sportbeha.
‘’Wat wist je niet?’’ vroeg ik.
‘’Dat wist ik niet…’’
‘’Hij heeft je niet goed behandeld!’’ zei haar vrouw De Puntbeha toen.
Papa en vadermoeder woonden toen niet meer tegenover elkaar.
Vadermoeder woonde met haar vrouw in Amsterdam. Waarom ze daar gingen wonen, wist niemand. Het was een soort hondenhok, één kamer waar aan een roestige stang scherp gesneden pakken hingen en wat jurkjes van haar vrouwhond, en één kamer waar een bed stond naast een kleine keuken, tegenover een petieterig bankstel met aan de muur een tv, en dat vadermoederhond beschreef als ‘ons Eldorado’. Wat ik de naam vond van een weinig vrolijk vakantiepark dat ook dienst kon doen als crematorium.
Uiteraard besloot ik na de suïcide van mijn vader, en nadat ik chirurg was geworden, naar Oekraïne te verhuizen.
Met een scalpel in de hand,
kwam ik aan in oorlogsland.
…\
wordt vervolgd-
Gedurende mijn verblijf in Italië probeer ik elke dag iets aan deze novelle te schrijven. Als het niet lukt hou ik gewoon op. Maar zo lang ik geïnspireerd blijf ga ik door.
Groet, Theodor




M*A*S*H 4077...
That suicide is painless
it brings on many changes
and I can take or leave it if I please...
Borrelde in gedachten op...de meest uiteenlopende types...
Fijne vakantie.
Dat is wat je noemt met de deur in huis vallen!
Ik kijk uit naar volgende afleveringen