Er brandt een kerk
Mijn Ezelskerk
Ik draaide resoluut om.
“Sorry, Koos,” zei ik tegen de hond. “We doen vandaag niet het gewone rondje, maar we gaan naar het Vondelpark. Ik wil de uitgebrande Vondelkerk zien.”
Ramptoerisme is mij niet helemaal vreemd. Waarom wil ik altijd de resten van een catastrofe met eigen ogen zien? Tijdens de Bijlmerramp wilde ik het neergestorte vliegtuig bekijken; ik wilde in het ziekenhuis de lijken zien, maar ook de artsen, de ambulancebroeders… Wilde ik het besef tot me laten doordringen dat ik nog leefde? Was er ongeloof? Destijds hield ik het erop dat ik, ofschoon ik enige fantasie heb, het “onvoorstelbare” toch wilde aanschouwen, omdat ik het anders misschien niet zou begrijpen. Nou ja, ik ben gewoon op sommige punten gestoord.
Terwijl we door de stromende regen liepen, floot ik een liedje. Ik zweer het.
A church is burning/ The flames rise higher/Like hands that are praying, aglow in the sky/Like hands that are praying, the fire is saying/ “You can burn down my churches, but I shall be free”(..)//
Een lied tegen de slavernij van Paul Simon en Art Garfunkel. (zie hieronder) Ik zong het eind jaren zestig in het Vondelpark, midden in de hippietijd, met m’n gitaar van 25 gulden.
De Vondelkerk heeft in mijn verleden een vreemde rol gespeeld. Het was de kerk waar Gerard Reve, mijn lievelingsschrijver, tijdens een bijeenkomst in 1969 die door de VPRO werd uitgezonden, de zin uitsprak die volgens mij de sleutel is tot al zijn werk: “Ik speel de rol die ik ben.” De Vondelkerk was voor, na en tijdens de uitzending mikpunt van spot. Ervoor: men probeerde de uitzending te verbieden. Tijdens: Reve noemde tijdens de uitzending de kerk “een poppenkast”, met een paus als “Jan Klaassen.” Erna: de kerk werd besmeurd. “Flikkerkerk” werd er op de buitenmuur geschilderd. En ook: “Ezels!” Dat laatste had te maken met het feit dat Gerard God als een ezel zag.
Maar in de kerk heb ik bruiloften meegemaakt, boeken ten doop gehouden, tentoonstellingen bezocht, lezingen gehoord… Ik woonde er 65 jaar lang op 150 meter vandaan.
Arme kerk.
Onze Notre Dame.
Toen ik de Vondelstraat naderde, zag ik het al. Alles was afgezet. Twee treurende mensen. Ik probeerde contact te leggen met een dichteres die ik daar wist te wonen, maar dat lukte niet. (Ik zeg haar naam niet, omdat ik niet weet of zij het prettig vindt dat iedereen weet waar zij woont en werkt.)
Daar stond ik. Ik rook het verbrande hout. Ik voelde me schlemielig. Er was een speciaal voor brandweerlieden mobiele kantine geplaatst. Ze dronken koffie. Er werd een hoogwerker naar binnen gereden. De regen bleef gestaag vallen. Ik maakte wat foto’s, maar ik heb nou eenmaal slechte ogen en ik ben de slechtste fotograaf van de wereld. Wat bij mij op de foto staat, heb ik in werkelijkheid nooit gezien.
“Kom,” zei ik en trok aan de riem.
Koos en ik liepen naar huis.
Ik vloekte.





@Offerman. Vermoed dat "wij" qua open blik niet zijn veranderd, maar de mannen/vrouwen van b.v. van de vpro wel. Van open blik blik naar een soort kleine wereldvisie. De behoudende als het ware. Ik mis de vpro van 02150-4472 erg.
Een belangrijk ijkpunt in deze mooie buurt waar ik veel gelopen/gewandeld heb in mijn jeugd en de laatste 25 jaar weer. Ik hoop zo dat ze deze mooie kerk gaan herstellen