Ha S.,
Nogal aangeslagen door de dood van Paulien Cornelisse, al zagen we het aankomen. Ik ga geen in memoriam schrijven. Ik zal zo nu en dan, als het te pas komt, iets over haar vertellen. In feite was zij een vriendin van mijn dochter en ik vind het daarom niet passend om haar uitgebreid te herdenken. (“Weet je wat ik allemaal met haar heb meegemaakt…”) Daar ben ik trouwens niet voor in de stemming. Rouw is een tevergeefse poging de dode nog in leven te houden, tot het moment dat je je herinneringen kunt voeden met vertedering. Niet dat je bij het terugdenken niet droevig kunt worden, maar het is dan toch anders dan wanneer de ontslapene nog te bezichtigen is, als je begrijpt wat ik bedoel.
Ik hou het kort vandaag. Moet veel doen. Wachtkamers bezoeken. Garages bezoeken. Apotheken bezoeken. Koos uitlaten. (Hij heeft een nieuw vriendinnetje en wil heel graag op haar, maar het lukt hem niet, want zij wil hem niet. Maar het kan geen kwaad, want zijn ballen zijn geliquideerd.)
Het wonderlijkste bericht dat ik de afgelopen week heb gehoord en gezien, kwam van een dokter bij een talkshow. Die zei dat als je dromen hebt waarin je intens vecht of schreeuwt, je op latere leeftijd inderdaad meer kans loopt op de ziekte van Parkinson.
Ik vecht en roep vaak in dromen… Dus… Nou ja, maar wat ik wonderlijker vind en waaraan weinig aandacht is besteed, is dat voorspellende dromen dus bestaan. Iets wat ikzelf altijd heb ontkend. Krijgen nu al die droomuitleggers weer een grote mond?
(Ikzelf heb trouwens wel voorspellende dromen gehad. Ik was heel jong, misschien negen of tien, toen ik droomde dat ik een stripboek dat ik had getekend in de etalage van boekhandel Premsela in de Van Baerlestraat zag liggen. Ik was zeer gelukkig. En ik moet daar altijd aan denken als ik weer een boek heb geschreven. Het komt trouwens niet meer voor dat er boeken van mij in de etalage liggen. Integendeel. Ik weet dat er boekhandels zijn die mijn boeken niet eens meer in consignatie willen nemen vanwege mijn “nee, het is geen genocide”-standpunt over Israël. Anders gezegd: mijn boeken zijn maar in een paar winkels te krijgen en natuurlijk bij Bol.com. Ben ik daar kwaad over? Ja, en ook verdrietig. Maar er is niets aan te doen. Ik ga gewoon door met schrijven en hoop op inzicht dat op een zeker moment gaat doorbreken bij de boekhandelaren.)
Ach ja, er zijn mensen wier leven tot de dood over rozen gaat. Daar behoor ik niet toe. Maar misschien worden die mensen niet ouder dan één of twee dagen en hebben ze zich al die tijd mogen koesteren aan de borsten van hun moeder en alleen maar de melk van liefde mogen drinken.
Ik groet je en ga aan mijn ronde beginnen.
Theodor
Kort verhaal
Telefoon
Ze zei er uiteraard tegen niemand iets over omdat ze er zelf niets van begreep.
Binnenkort zou ze zeventig worden.Alles wat ze wilde was onmogelijk; alles wat ze voelde was absurd.
“Maar ik hou van hem.’’
Die zin maakte haar gelukkig en ongelukkig. Ze wist hoe banaal het was. En ook hoe onmogelijk. Zou het door haar medicijnen komen?
“Ik ga naar de computerclub. Waarom ga je niet mee?’’ vroeg haar man.
“Ga jij maar… ik wil die serie afkijken.’’
Hij zei niets en verliet het huis.
Zou ze hem nu bellen? Alleen even zijn stem horen? Of zou haar dat te droevig maken omdat ze wist dat het zinloos was?
Ze pakte haar telefoon.
“Ben je alleen?’’ vroeg ze.
“Wie zou er moeten zijn?”
“Ik… Ik moet daar zijn.’’
“Maar jij bent daar.’’
Ze was stil.
“Je bent morgen jarig. Dan zijn we weer even oud,’’ zei ze. Het was een opmerking die nergens op sloeg en ze schaamde zich op het moment dat ze hem had uitgesproken.
“Ja…’’ Z’n stem klonk droog.
“Wat ga je doen?’’
“De kinderen en de kleinkinderen komen hier.’’
“Druk…’’
“Ik hoef niets te doen. Andrea doet alles en neemt alles mee.’’
“Gezellig.’’
Toen zwegen ze weer.
“Luister,’’ zei hij opeens, “Dit kan zo niet. Ik weet dat je verliefd op me bent. En ik voel heel veel voor jou. Maar jij bent getrouwd. Ik heb het je nou al zo vaak gezegd… Wat hebben wij voor toekomst? Die hebben we niet.’’
“Die hebben we wel!’’
“Nee lieverd, die hebben we niet. Je weet dat ik ziek ben. Jij bent ook niet in orde. We kunnen beiden zo omvallen.’’
“We kunnen nog reizen, leuke dingen doen.’’
“Je bedoelt: scheiden, ruzie krijgen met onze kinderen, jij met je man…En wat voor reizen? Ik vind reizen helemaal niet leuk, dat weet je. De grote reizen die wij nog kunnen maken zijn naar het ziekenhuis, naar het verpleeghuis en het hospice.’’
“Ik wil alleen maar bij jou zijn!’’
“Waarom hou je eigenlijk van me?’’
“Jij bent mijn alles…’’
Ze begreep waarom hij hard voor haar was. Er was geen toekomst voor ze zoals twintigjarigen die hadden. Maar de liefde die ze voor elkaar voelden kon hun leven zo aan het einde nog van een bijzondere glans voorzien. Maar hij wilde niet of kon niet. En zij kon eigenlijk ook niet.
“Ik droom van je.’’ Het klonk hopeloos.
“Ik droom ook van jou,’’ zei hij.





In mei kocht ik "De trip van Ferdinand Hania" bij Bruna.
Ik hoefde geen verklaring te ondertekenen.........
Leuk boek trouwens, een aanrader!
Je hebt een steeds grotere groep lezers op Substack Theodor, hoe zou dat toch komen? Je mooie verhalen die elke keer raak zijn en vaak ontroeren. Fijn weekend!