Ha M.J.,
Het was een drukke week. Als de druk je leven verrijkt, lost die vanzelf op. Maar als ziekte en dood verplichtingen met zich meebrengen, wordt druk zwaar.
We spraken elkaar toen we allebei de crematie van K. bezochten. De week daarvoor konden we hem nog aan het lachen maken. Doordat ik bij K. was, kon ik niet naar de herdenking van de schrijfster Lizzy van Leeuwen. Haar boek Indehoy! over de seksualiteit in ons oude Indië is een waar meesterwerk. Een paar maanden geleden was ik nog bij de presentatie. Met Lizzy leek niets aan de hand. En nu is ze dood. Haar verscheiden drukte zwaar op me. Ik zal je nog weleens meer schrijven over haar studie.
Geschokt was ik verder door de dood van Maarten Spanjer. Hij en ik debuteerden op dezelfde dag. Een paar keer heb ik met hem opgetreden, waar ik minder goede herinneringen aan heb. Althans, hij had de lachers op zijn hand en ik stond voor een zaal die allengs leger werd toen ik ging voorlezen. Daar hebben we samen dan weer om gelachen. Zijn stem leek als twee druppels water op die van Gerard Reve.
Enfin, toen ging Charles ook nog dood, de directeur van Theaterschool De Trap, die we nog van vroeger kenden. Ook veel te jong gestorven. Hij was zo’n lieve, behulpzame, aardige man. Ik kende hem nog uit ’t Smalle. Inderdaad een groot en onrechtvaardig verlies.
Maar daar stond prettige druk tegenover.
In De Koepel in Haarlem mocht ik de uit Iran gevluchte Keyvan Shahbazi interviewen over zijn nieuwe boek Hoe onze vrijheid sterft. Wat een mooi boek is dat. Ik moest denken aan twee helden van mij: H.J.A. Hofland en Martin van Amerongen. We zaten eens toevallig met ons drieën in café Welling. Ik vertelde dat ik de volgende dag de politicus, schrijver en recensent Aad Nuis zou interviewen, die ooit de minnaar was van Renate Rubinstein en lid was van D66. (Gerard Reve noemde hem altijd Aap Muis.) Aad kende ik via een feest van Propria Cures, waarvan hij, net als ik, ooit redacteur was geweest. Aad uiteraard vele jaren eerder dan ik. Ik vertelde de heren dat ik Aad best aardig vond. Hofland richtte zijn kromme wijsvinger op mij en zei: “Treed degene die je moet interviewen altijd tegemoet als een vijand.” Waarna Van Amerongen zei: “Maar zorg wel dat ze je na het interview zien als hun beste vriend.”
Ik interviewde Keyvan als een goede vriend, want zo beschouw ik hem ook, hoewel ik hem maar een paar keer heb gezien. Zijn boek is literatuur van grote klasse. Ik zou dolgraag veel passages hieruit willen citeren, het is namelijk een rijk boek: rijk aan visies, rijk aan ideeën en rijk aan mooie zinnen.
Er was één verhaal dat me bij de keel greep. Keyvan is vroeger in Iran gemarteld. Behoorlijk ook. Het is een gebeurtenis die in al zijn boeken op een of andere manier voorkomt. Eenmaal in Nederland wordt hij op een dag gebeld door zijn moeder, die aan het dementeren is. Ze zegt dat hij “hen” moet bellen. Hij weet niet wat hij moet doen. Hebben “ze” (het Iraanse regime) zijn moeder onder druk gezet? Hij neemt de telefoon ter hand. En dan schrijft Keyvan:
“Degene die opnam, stelde zich voor met zijn achternaam.
Ik herkende zijn stem. Hij was een van de gardisten die mij in de gevangenis in opdracht van Ibrahim Raísi hadden gemarteld. Ik stelde mij ook voor en zei dat ik op hun verzoek terugbelde, uit Duitsland.
Plotseling veranderde zijn formele stem in de amicale toon van gabbers onder elkaar.
‘Ben jij het, kerel? Long time no see. Hoe gaat het met je? En met je Nederlandse vrouw? Trouwens, gefeliciteerd met je nieuwe functie in Den Haag.’ Overrompeld door zijn reactie, probeerde ik een passende houding aan te nemen. Maar het lukte niet. ‘Dank u, dank u,’ zei ik en viel weer stil. ‘Goed, goed, vertel eens, makker,’ probeerde hij de stilte te doorbreken. ‘Ik, ik hoorde van mijn moeder dat u wilde dat ik u terugbelde.’ Hij schraapte zijn keel en zei: ‘Luister, broer, de barmhartige leider van onze islamitische revolutie, moge Allah hem een lang leven geven, heeft jou met zijn amnestie vereerd. Daarmee zijn al je zonden vergeven en je kunt zonder vrees terugkeren naar je eigen land.’ Een onmetelijke woede maakte zich meester van me. Het liefst had ik het met alles in mijn wezen uitgeschreeuwd. Zo hard dat zijn trommelvlies scheurde.
Maar dan hadden ze mijn moeder.”
Dat laatste zinnetje…
Over deze scène valt een monoloog te schrijven, wat ik trouwens graag zou doen, maar waar Keyvan zich eigenlijk toe zou moeten zetten.
Ik liet Keyvan dit verhaal navertellen en hoorde een indrukwekkende stilte ontstaan in De Koepel.
“Gebeurt dit veel bij Iraniërs in Nederland?” vroeg ik. De vraag hoefde niet beantwoord te worden. Er waren veel Iraanse familieleden en vrienden van Keyvan aanwezig, onder wie Afshin Ellian en zijn zoon. Ik zag menig hoofd knikken. De lange arm van Teheran… Ze willen je wurgen en anders je dementerende moeder.
Nogmaals: dit is een belangrijk boek. Lees Keyvans analyse van het antisemitisme in Nederland en van de manier waarop dat in de islam verankerd is. Hoe onze vrijheid sterft. Die zin… Laat hem op je inwerken. “Hoe de vrijheid sterft.” Keyvan spiegelt wat hij nu hier meemaakt aan de manier waarop de vrijheid destijds in Iran stierf. Ik kreeg het er koud van. We zien allemaal hoe de normen langzaam verschuiven en lijken niet in staat dat tegen te houden. Keyvan hoopt dat hij ongelijk krijgt, maar beseft terdege dat je voor vrijheid moet strijden. Aan het eind van zijn boek schrijft hij:
“Ik hoop dat mijn kinderen later zullen glimlachen om deze bladzijden en zullen zeggen dat hun vader te somber was. Dat hij met een vertroebelde blik op de realiteit van zijn tijd spoken zag die er niet waren. Maar mijn vrees is dat zij, wanneer zij over dertig jaar terugkijken op hun wereld van gisteren, zich zullen afvragen hoe een beschaafde samenleving geleidelijk haar morele kompas verloor. Hoe zij het niet hebben kunnen zien.”
Ik stuur je het boek hierbij en herdenk de doden.
Groet,
Theodor
P.S. Nog een paar wat lagere citaten uit het boek van Keyvan.
“Ik heb het islamisme niet bestudeerd vanuit een
veilige universiteitsstoel, maar aan den lijve ondervonden. Voor
mij is islamisme geen abstracte ideologie, maar een systeem met
geur, geluid en pijn. Dat bepaalt mijn perspectief en mijn plicht om
niet te zwijgen.’’
“In de negentiende en twintigste eeuw kwam er een nieuw element
bij: de import van Europees raciaal antisemitisme. De Protocollen
van de Wijzen van Zion werden vertaald en verspreid in de Arabische
wereld, onder meer in Egypte en Syrië. Nazi-propaganda vond gre-
tig aftrek; de grootmoefti van Jeruzalem, Haj Amin al-Husseini,
werkte openlijk samen met Hitler. Van belang is dat deze ideeën
niet botsten met bestaande islamitische Jodenhaat, maar erop aan-
sloten. Het traditionele religieuze vijandbeeld versmolt met modern
complot denken. De Jood werd niet alleen vijand van Allah, maar
ook wereldsamenzweerder.
De oprichting van de staat Israël in 1948 was dan ook niet de oor-
zaak van dit antisemitisme, maar de katalysator. Israël belichaamde
iets theologisch onverdraaglijks: Joodse soevereiniteit op voormalig
islamitisch gebied. Dat verklaart de disproportionele obsessie met
Israël in grote delen van de islamitische wereld, een obsessie die
geen enkel ander conflict kent. Deze ideologie is geen dode let-
ter. Zij leeft voort in schoolboeken, staatsmedia, vrijdagpreken en
charters van organisaties als Hamas. Het oorspronkelijke Hamas-
handvest (1988) citeert expliciet antisemitische hadiths; ook latere
versies laten die kern ongemoeid. Hier is sprake van continuïteit,
niet van toeval.”
Kort verhaal
Vier woorden
Hij begon meteen te tikken.
“Mamma heeft wèl van je gehouden. Uiteraard! Heel veel zelfs. Ook na de geboorte van Olivier.’’
Vervolgens staarde hij naar zijn scherm.
Hij kon alles wel begrijpen, maar begrip hoefde niet te leiden tot acceptatie. Waarom was ze altijd zo eigenwijs?
“Dat jij zei dat ze Olivier niet wilde vasthouden, heeft haar enorm gekwetst. Wat dat betreft reageerde je paranoïde. Ze wilde alleen maar zorgzaam en lief zijn voor Olivier.’’
Hij loog. Ook hij had de schrik in de ogen van zijn moeder gezien toen ze Olivier voor de eerste keer zag. Geen handje, een schuin oog en een naar binnen gekeerd voetje. Mamma was stilgevallen en had alleen maar “Dag Olivier|” tegen het 19 uur oude kind gezegd. Haar stem trilde en ze durfde ook haar dochter niet aan te kijken. Toen ze van haar eerste schrik was bekomen, vroeg ze: “Was het een zware bevalling, schat?’’
“Nee,’’ had z’n zuster geantwoord, en hij had aan haar toon gehoord dat het weer mis was tussen moeder en dochter.
Hij ging door met zijn mail.
“Mamma heeft vaak aan mij gevraagd hoe het moest met jou en Olivier als zij er niet meer zou zijn. Ik begrijp je bitterheid, maar besef dat ik weet dat mamma je regelmatig iets toestopte. Net als ik.’’
Hoe slecht was Oliviertje, de jongen was vijftien, er nou echt aan toe? Viel het niet mee? Hij was niet geestelijk gehandicapt, hij voldeed alleen fysiek niet aan de norm.
“Ik heb gemerkt dat Olivier stil was toen jullie voor het laatst bij mamma waren. Al denk jij dat mamma misschien niet van hem hield, Olivier hield wel van zijn oma. En zij hield ook van jou.’’
Hij tikte het op, maar wist niet of dat laatste waar was.
“Waarom kan je niet gewoon van Olivier houden?” had hij aan zijn moeder gevraagd. Die had gezucht en vier woorden gesproken waarvan hij wilde dat hij ze nooit had gehoord: “Ik vind hem eng.’’
“Waarom?’’
“Zoals je bang bent voor een spin of een muis,’’ had ze geantwoord.
“Dit mag je nooit laten merken, mamma.’’
Ze had haar best gedaan, maar zijn zuster had gelijk: zijn moeder kon de jongen nauwelijks aankijken. En als ze hem vroeger, uit plicht, een enkele keer op haar schoot nam, verstijfden al haar ledematen en dat kon ze niet weg acteren.
Die laatste keer had Olivier zijn grillige stompje in zijn moeders bijna doorzichtige hand gelegd en gaf hij haar, misschien wel voor het eerst in zijn leven, een kusje.
“Dank je wel,’’ zei z’n moeder.
“Je moet komen,’’ schreef hij, “ het is domweg raar als jij en Olivier er niet bij zijn.’’De column van Koos

Lees: De truc van Ferdinand Hania. En: De Lachende Gorilla.





Ik heb ook een advies. Lees die andere twee boeken van Keyvan Shahbazi ook.
Geen woorden meer voor, alles is hiermee gezegd…