Deze koelie buffelt
Slaaf van eigen arbeid
Ha M.J.
Laatst dacht ik: het lijkt wel of ik mezelf meer taboes opleg dan vroeger.
Zodra ik bijvoorbeeld hoor: “Dat mag niet van Europa,” denk ik: “Doe het maar wel!” Maar tegelijkertijd zijn mijn nobele gedachten: “Waarom mag dat eigenlijk niet? Weet ik wel genoeg van Europa of de EU?” Antwoord: nee. Ik weet niet wat van “Europa” mag of niet en het interesseert me ook niet. Maar als ik het hoor, bijvoorbeeld in verband met het tegenhouden van asielzoekers, dan denk ik toch op z’n Amsterdams: stik de moord maar, hup gewoon aan de grens tegenhouden die handel. (“Hij noemt mensen handel! Schande!”). Dus ik leg mezelf een taboe op en hou m’n mond. Ik heb geen zin meer om te redeneren of taboes te slechten. Soms denk ik dat ik te oud ben voor enerzijds anderzijds. De weegschalen op de balans van Vrouwe Justitia hoeven voor mij niet in evenwicht te zijn. Eventueel zijn mijn redeneringen krom, mijn argumenten vals en mijn opvattingen verkeerd; ik wil sommige dingen gewoon niet. Ik wil geen islam hier. Ik wil zo veel mogelijk vrijheid en zoals ik het zie houdt de islam niet van vrijheid. En als men op democratische wijze heeft besloten dat islamitische asielzoekers hier welkom zijn, dan leg ik me daar bij neer. Ik geef me over. Hier is mijn zwaard. Voor de meesten betekent een democratische beslissing namelijk dat je je bij een besluit moet neerleggen. Een beslissing die meestal is voortgekomen uit een compromis. En een compromis is altijd een halfbakken brood.
Wacht, ik moet even peperdure boodschappen doen.-
Ben ik weder. Daarnet opende ik mijn brievenbus en haalde er DRIE (3) overlijdensberichten uit. Het waren weer de verkeerden die het tijdelijke met het eeuwige hebben verwisseld. Ik bedoel, het waren geen mensen aan wie ik een hekel heb, bijvoorbeeld leden van een zekere krantenredactie, in mijn ogen schandalige politici of weldenkende verkrachters, maar aardige, vriendelijke functionarissen: een buurman, een verre vriend waarvan ik niet eens wist dat we vrienden waren en een vriendin van heel lang geleden met wie mijn tweede ex contact had gehouden. Ondertussen kreeg ik ook een appje van een kennis die zei: “Leef jij nog? Ik zag dat je een nieuw boek had. Moet ik dat lezen?’’
Ik vond dit zo’n stompzinnig appje dat ik heb geantwoord: “Ik zou het maar doen. Het boek gaat over de geheime verhouding die ik tot vorig jaar met je vrouw heb gehad.’’ Verdomme nog aan toe! Dat stomme “Moet ik dat lezen?’’ Waarom schrijf je zoiets? Ik schrijf mijn boeken toch niet voor de kat z’n kut! Ik weet wel dat er iets van humor met zo’n mededeling is bedoeld, maar toch… Niet elke grap is goed. En ik vind mijn antwoord grappiger dan zijn zin.
Je vindt me humeurig hè? Dat klopt wel. Ik heb soms het gevoel dat de dood me de verkeerde kant op schopt. Ik bedoel, het zou toch zo moeten zijn dat je, als de herfst van je bestaan al een eind gevorderd is en je nog maar een paar bladeren aan je takken hebt hangen, uiteindelijk iets van “genoegen” dient te ervaren. Dat heb ik dus niet. Ik ben rancuneuzer, jaloerser, bozer, kwader, wraakzuchtiger en haatdragender dan ooit. Goh, wat was ik vroeger een lief mens. Ik ben dat totaal kwijt. Vermoedelijk is dat afgestorven. Ik heb soms zin om een van mijn vijanden zomaar een tik te verkopen, maar wat doe ik? Ik knik simpathiek tegen hem of haar, ik glimlach zelfs en voel mijn eigen lafheid aan mijn ruggengraat schudden. Ik ervaar mijn lafheid als een strafheid, zogezegd. Ik voel mij geketend, om het eens dramatisch uit te drukken, door de taboes die ik mezelf heb opgelegd.
Ik hoop je binnenkort weer eens te zien. Dan zal ik je nog meer vertellen over hoe het leven in elkaar steekt, waarom Joden altijd gediscrimineerd zullen worden en altijd zullen overleven, waarom de islamitische cultuur nogal tegenvalt maar ons land toch overspoelt, waarom je dat niet mag zeggen, waarom je niet NIET aardig mag zijn tegen de mensen en waarom slijmerigheid, kruiperigheid, praten met dubbele tong, en dus hypocrisie, de beste strategie is om vooruit te komen in de wereld. In het wapen van Nederland zou een kameleon moeten voorkomen.
Tot ziens.
Theodor
- Kort verhaal -
Twijfel
Hij keek op zijn bankrekening en zag dat de notaris het geld had overgemaakt. Het was niet extreem veel, maar toch kreeg hij een slecht humeur van het bedrag.
“Het voelt als straf.”
Meteen probeerde hij deze gedachte te verwerpen, maar soms zijn gedachten sterker dan de wil. Er kwamen er zelfs meer bij. “We haatten elkaar. Dat was toch duidelijk? Jij haatte mij ook! En ik jou zeker!” Waarom had hij hem dan geld nagelaten? “Omdat ik je zoon ben? Jij bent geen vader voor mij geweest en ik voor jou geen zoon!”
Misschien kon hij het geld overmaken naar een goed doel, maar hij had de centen domweg nodig. Het waren dure tijden. En die goede doelen hadden allemaal directeuren die tonnen verdienden. Was het bedrag een pleister? Nee, daarvoor zou het sowieso te weinig zijn. Hoe hij er ook over dacht: het bleef een straf. Dit keer niet gegeven met de vlakke hand, maar met een gulle hand die net zo hard aankwam. Als hij op het bankafschrift naar de cijfers keek, waren dat vaders ogen die altijd met afschuw op hem neer keken. Een afschuw die ook altijd in zijn stem te horen viel.
“Ik heb een vervelende mededeling voor u,” had een dokter of een verpleger hem aan de telefoon gezegd. Ach, wat is vervelend, dacht hij onmiddellijk. Wisten zij van hun slechte verhouding? Waarom had Tamara of Marjo, een van die buurvrouwen, hem niet gebeld? Die verzorgden hem toch? Maar vader had zijn nummer opgegeven. En als een goede zoon had hij daarna alles keurig geregeld. Van de crematie (er waren toch nog dertien mensen gekomen) tot de slechte koffie. En nu had hij de pest in dat hij geld kreeg, al had dat nog een tijd geduurd. “Het is eigenlijk te weinig en eigenlijk ben ik te oud.”
Bij het opruimen van het huis had hij nog gehoopt iets te vinden. Maar hij wist niet goed wat hij zocht. Hij vond pornoboekjes. Even was hij bang dat het foto’s zouden zijn van veel te jonge meisjes, maar dat was niet zo. Wel waren er drie pornoboekjes die hem angstig maakten. Geboeide vrouwen werden door gemaskerde mannen met een zweep geslagen. Sommige vrouwen waren met touwen of kettingen vastgebonden. “Wat betekende pijn voor die klootzak? Genot?” Hij verscheurde er een en flikkerde de andere boekjes door de kamer, alvorens ze in de vuilniszak te proppen. Slaan uit genot…
Hij vond het merkwaardig dat geld zo zwaar kon wegen; hij voelde bijna letterlijk het bedrag op zijn gemoed drukken. De schuld was eerder toe- dan afgenomen. “Jouw schuld!”
Hij zette zich aan de keukentafel en begon te rekenen. Al zijn wensen – die waren altijd klein geweest – konden worden vervuld. Van een autootje en een fiets tot de tandarts. En misschien een nieuwe televisie. Hij kon ook alles sparen. Maar waarvoor? Wat had hij eigenlijk nog nodig? “Hoe kom ik van dat beklemde gevoel af?” Even dacht hij nog aan een hele goede koffiemachine, maar als hij die had, kwam hij nooit meer zijn huis uit.
“Jouw schuld,” zei hij nu hardop, en toch voelde hij, voor het eerst, twijfel.Recensies
Nee, er zijn nog geen recensies verschenen over mijn prachtboek “De trip van Ferdinand Hania.’’ Wel sturen lezers mij iets op. Via mail of twitter. Dat doet me erg goed.








Vermoedelijk zijn er heel veel mensen die dit voelen en denken. Jezelf binnen 1 leven compleet upside down zien veranderen.
Toch klopt dat niet. Het is de omgeving in al zn facetten die 180 graden is gedraaid. Een aardig mens blijft een aardig mens. Een fantastische schrijver, een fantastische schrijver. Zoals u.