Denk verkeerd
Over rustgevende kabouters
Soms verbiedt het leven je gelukkig te zijn. Waarom het leven je dat verbiedt is mij onbekend. Misschien straf, want ik doe altijd wel iets fout of verkeerd. Hoe weet ik dat ik iets fout doe? Ik doe iets wat volgens de norm niet mag. Ik doe iets wat indruist tegen mijn opvoeding. Ik doe iets wat vooral mijn moeder mij verboden zou hebben. Kleine dingen. Te veel kaas, jam, of pindakaas op mijn boterham. Te veel drinken en te luid praten en lachen, met handen in de zakken lopen en mensen niet aankijken als ze tegen me praten.
Misschien denk ik ook wel verkeerd, denk ik weleens. Het zou best kunnen dat ik de verkeerde opvattingen heb. Maar met name daarover voel ik me nooit schuldig. Daarom heb ik ze waarschijnlijk. Opinies geven rust. Zelfs al heb je ze van een ander. Het is de reden dat men er moeilijk van afkomt. Ik ken een psychiater die in kabouters geloofde. Echt waar. Ze was er niet van af te brengen. Uiteraard dacht ik dat ik in de maling werd genomen, maar nee hoor, er waren kleine mensen, misschien waren het wel geesten die zij niet kon zien, maar wier aanwezigheid ze wel kon voelen. Haar vader was trouwens ook psychiater herinner ik me nu. Ze was niet gek want al die kabouters waren lief en ongevaarlijk.. Was het niet onethisch om in kabouters te geloven? Er zijn mensen die geloven in God en zij geloofde in kabouters. We hadden interessante discussies en leuke nachten. Het kon me uiteindelijk weinig schelen waar iemand in gelooft. Die kabouters gaven haar, behalve advies, ook rust.
Maar ik voel me momenteel redelijk ongelukkig. Dat ik “redelijk” schrijf is omdat ik me niet wil aanstellen. Het is vermoedelijk een neurologisch iets. In een artikel dat ik laatst las, stond dat depressieven eerder Alzheimer krijgen en dat is typisch zo’n bericht waar ik ook al niet vrolijk van word. (Ik vergeet alles, behalve dat artikel!)
En toch…toch denk ik vaak dat mijn neerslachtige stemming ook een aspect van romantiek in zich herbergt. Althans, worden in de romantiek gevoelens misschien verhevigd, mijn neerslachtigheid kenmerkt zich ook door een gebrek aan andere emoties en de weinige die ik hier en daar nog heb (“Ach, is Krijn dood? O… vervelend”) bevinden zich op de verkeerde plek. Het ontbreekt mij aan psychologische kennis, al heb ik Freud gelezen, maar ik heb het idee dat emoties ook een rechtvaardigende functie hebben. Je bent verdrietig omdat je vriendin het bijvoorbeeld heeft uitgemaakt en dat je dat verdriet ook daadwerkelijk voelt, geeft een vorm van rechtvaardigheid aan dat gevoel (“Theodor, het wordt misschien tijd weer eens een therapeut te bezoeken”). Anders gezegd: het is terecht dat je verdrietig bent, knul. Maar als je iets voelt dat niet terecht is, raak je uit evenwicht.
Genoeg gezeverd!
Wat ik nu zie (ik lijk wel een helderziende), is dat de wereld (om maar eens wat te noemen) in een unieke neerslachtige positie verkeert. Er is een gebrek aan dat gerechtvaardigde gevoel. Poetin is boos en we begrijpen eigenlijk niet precies waarom, waarom zo erg, en waarom precies. Trump begrijpen we ook niet want hij weet niet wat hij zegt, of hij weet het wel, maar dan zegt hij het verkeerde. Zo kunnen we doorgaan. Zelensky, Xi, Erdogan. Ze reageren als gevoelens die nergens naar verwijzen en die niet gerechtvaardigd zijn, althans niet voor ons. Daarom is de wereld momenteel depressief. Niets van wat de leiders doen is oprecht. Dat kan ook niet. Ze moeten zich hullen in leugens, halve waarheden, mystificaties, nietszeggende woorden en zinnen. Zo zijn we op weg naar een crisis. (Dit neem je toch maar weer mooi mee met deze brief.)
Waar is de psychiater, God?
Of: waar is de psychiater God?
Of is er niets meer aan te doen? Dat denk ik.
Kortom: ik groet je door mijn hoofd te laten hangen als een verdroogd herfstblad en me om te draaien naar een verborgen grot.
Volgende keer: waarom de Nederlandse cultuur bij het vuilnis is gezet. Hoe de politiek de verkeerde invloed uitoefent, ook in de kunst. En waarom kunstenaars de weg kwijt zijn.
Theodor
Kort verhaal
Weghalen “En van wie is het?’’ vroeg hij. “Helaas niet van jou,’’ zei ze. “Is het van die Paul of van die Max?’’ “Ik ken jou pas twee maanden…’’ “Laat het weghalen!’’ En toen zweeg ze. “Waarom… Waarom wil je het niet…’’ “Omdat… omdat ik een kindje wil.’’ “Je weet niet eens van wie het is!’’ Hij was verliefd op haar geworden en wist dat dit al het laatste gesprek zou zijn. Hij wilde het liefst opstaan en het café uit rennen. “Vind je het heel erg?’’ vroeg ze. “Wat denk jij?’’ “Ik dacht misschien dat we misschien samen…’’ Hij schudde zijn hoofd. Hij vond het bot van zichzelf, maar hij legde geld neer op het tafeltje, durfde haar niet aan te kijken, schoof z’n stoel achteruit en liep weg, haar leven uit. Hij had zijn verdriet met schofterigheid proberen te verdringen. En nu, tien jaar later, schrok hij toen hij in de krant de overlijdensberichten las. Ze was omgekomen in Frankrijk, samen met haar dochtertje Fleur. Wat was er gebeurd? Hij zocht in zijn telefoon naar meer nieuws, want behalve die overlijdensadvertentie wist hij niets. Hij ontdekte dat ze een Facebookaccount had en dat stond vol met haar kindje Fleur, een mooie man en lekker eten. Ze plaatste niet veel. Na enige tijd ontdekte hij het auto-ongeluk dat had plaatsgevonden bij Avignon. Zij zat achter het uur, Fleur achterin. In die Franse krant zag hij geen foto. “Wat is er?’’ vroeg zijn vrouw. “Er is iemand dood die ik kende…’’ Hij borg zijn telefoon op. “Ik ga even naar de supermarkt,’’ zei hij. Buiten dacht hij aan het moment dat hij haar ontmoette. Het was in het café. Alle mannen keken naar haar en het was alsof ze dat wist. Op het moment dat hij weg wilde gaan, passeerde hij haar en zei: “Dag mooie vrouw.’’ En onverwacht zei zij: “Dag mooie man.’’ Als een hond die opeens ruikt dat er een biefstuk op de grond is gevallen, keek hij haar aan en vroeg: “Wat drink je?’’ Ze dronk rode wijn en die nacht sliep ze bij hem en werd hij verliefd. Haar benen en haar armen waren zinnen van een gedicht. “Wat ben je heerlijk.’’ “Jij bent ook heerlijk.’’ Ze moet toen al zwanger zijn geweest. En nu was ze dood. Hij had alles gedaan om haar te vergeten, had zelf snel een nieuwe relatie aangeknoopt en daarna nog een. Steeds was ze wel ergens in zijn achterhoofd aanwezig. Maar het werd minder en minder. Waarom greep het hem nu zo aan en waarom voelde hij zich zo’n stomme klootzak?




