De verkeerde mens
Het lot dobbelt
Ha K.,
Waarom wil je toch meer over dat minderwaardigheidscomplex van mij weten? Waarom geloof je niet dat ik dat heb? En waarom geloof je niet dat ik daar al mijn hele leven last van heb? Laat ik het zo samenvatten: door eigen schuld ben ik in veel mislukt. Je bent wat je kiest, zei Sartre meen ik, want je bent vrij om te kiezen. Maar, als je dan steeds de verkeerde keuzes maakt, dan ben je dus als mens verkeerd, fout, mislukt. “De verkeerde mens,’’ vind je dat geen mooie boektitel voor die verhalen van me? Kortom: omdat ik zelden mezelf ben geweest, omdat ik te veel heb geïmiteerd, omdat ik te veel m’n lul achterna ben gelopen, gedronken en gerookt heb en oprecht meende dat ik de juiste beslissingen nam, spreekt thans tot u Koning Droefschade van Lullevedu. (Uit de folder: “Het mooie eiland Lullevedu is een dal vol tranen waarin u heerlijk kunt zwemmen. Aan het Gebroken Hartenstrand liggen schitterende hotels waar u ’s avonds, onder begeleiding van zoete livemuziek suïcide kunt overwegen, een koel glaasje met de Drionpil kunt drinken of anders schitterende liefdesgedichten kunt schrijven…”)
Ach, ik stel me natuurlijk ook aan, maar dat ik mislukt ben, is een ding dat zeker is. Althans, ik ben er zeker over. Anders waren mijn boeken wel besproken. (“Niet weer over je boeken temen, Theodor.”)
Hoe kan een mens weten dat de keuzes die hij maakt de juiste zijn? De schlemiel doet maar wat. En dan nog: stel dat iemand de juiste beslissingen heeft gemaakt, dan kan er plotseling, terwijl hij met zijn zojuist gehaalde doctorsbul onder zijn arm loopt, een dakpan op z’n kanus vallen. Hij kan uit goedheid een hondje uit de gracht redden en daarbij zelf zomaar verdrinken. Het lot dobbelt met ons en heeft daar plezier in. De Liefde en De Dood zijn zijn medespelers.
Toen mijn vader in het Jappenkamp zat (“Je moet Japanse kamp zeggen, Theodor”) was er een man, Johan, met wie hij door de gebeurtenissen een vriendschap had opgebouwd. Op een avond kwam Johan naar mijn vader toe en in het donker hadden ze ‘een diep gesprek’ over wat ze na de oorlog zouden doen. “Ik wil het onderwijs in,’’ zei Johan, “ik wil kinderen vertellen over oorlog en dat die altijd voorkomen moet worden.’’ Mijn vader vertelde dat er “licht van enthousiasme uit zijn ogen kwam en dat hij troost vond inzijn eigen woorden.”
Diezelfde avond werd Johan ziek. Een zeer ernstige vorm van diaree. En hij stierf. Mijn vader vroeg aan ons: “Waarom is waarom hier de verkeerde vraag, maar waarom stel ik hem toch terwijl ik weet dat ik geen antwoord krijg?’’
Wie een oorlog heeft overleefd zal altijd die tevergeefse waaromvraag stellen, in het besef dat er nooit een antwoord komt. Als er geen reden is, als je niet kunt begrijpen wat er is gebeurd, heeft het dan nog zin om rationeel in het leven te staan?
Hoeveel honderdduizenden Russen zijn er de afgelopen jaren niet omgekomen nadat ze Oekraïne zijn binnengevallen? Hoeveel vrienden en familie zullen die waaromvraag stellen? Mijn antwoord zou zijn: “Het is de schuld van Poetin!’’ Zo zei ik tegen mijn vader: “Het is de schuld van Hitler en de keizer van Japan.”
Maar ik begrijp ook wel dat dat een onbevredigend antwoord is. Dat zo’n Johan in het kamp dysenterie krijgt, is logisch, maar dat is een reden die mijn vader niet bedoelde. Waarom Johan, op dat moment, waarom genas hij niet, etc.etc. Alles zal een oorzaak en gevolg hebben, maar die houden zich vaak voor ons schuil.
Waarom lijkt het lot soms de grootste misdadigers gunstig gezind?
Ach…
Rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid markeren moraliteiten die niet door iedereen gedeeld worden. Hamas vindt het sadistisch liquideren van Joodse jongeren volstrekt rechtvaardig, om maar een voorbeeld te noemen. Ik vind het tegenovergestelde. De nazi’s vonden het een vorm van menslievendheid om Joden naar de gaskamers te transporteren en ze en masse te vermoorden in plaats van ze een voor een dood te schieten. “Wat zijn wij toch lief en rechtvaardig,” moet menig nazi hebben gedacht. Rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid zijn twee pleegzusters die ieder slachtoffer zalven dat bij ze komt. Ze doen goed werk, maar veel heb je er niet aan. Wat vandaag rechtvaardig is is morgen onrechtvaardig.
Zal ik je eens wat schrijven? Wie een teveel aan zelfvertrouwen heeft, wie niet enigszins een minderwaardigheidscomplex bezit, wie denkt dat zijn wijsvinger een toverstok is die Het Lot, De Liefde en De Dood kan beïnvloeden, zal nooit kunst maken, hoogstens gaskamers ontwerpen.
Nou, ik hoop dat je wat aan deze brief hebt. Vergeet niet je medicijnen in te nemen, al weet ik niet of je die slikt, maar op jou leeftijd is dat een plicht en een noodzaak.
Zorg goed voor jezelf, want er komt oorlog.
Waarom?
Theodor
Kort verhaal
Liefdesverdriet
De zoon zag zijn 75-jarige vader huilen. Die keek even in het niets, haalde schokkerig adem door zijn neus en vervolgens welden er tranen op in zijn ogen die hij met de middelvinger van zijn rechterhand wegveegde. Daarna boog vader het hoofd.
“Ik wist helemaal niet dat je verliefd was op tante Catherine, pap,” zei de zoon.
“Na mamma’s dood…’’ Z’n vader wilde een heel verhaal vertellen, maar kon waarschijnlijk de juiste woorden niet vinden en weigerde ze te zoeken.
“Maar tante Catherine was toch… is toch… nog steeds getrouwd met oom Tom?’’ zei de zoon. Ondertussen dacht hij: “Op elke leeftijd blijft de liefde ons blijkbaar in de maling nemen,’’ en hij dacht aan zijn eigen vrouw, een alcoholiste, die hij elke nacht drie keer per dag dood wenste (als hij wakker werd, als hij ging slapen en als hij weer ontdekt had dat ze had gedronken), maar bij wie hij toch bleef omdat hij wist dat ze niet zonder hem kon.
“Dat Catherine getrouwd was met Tom was ook de reden dat ze geen verhouding meer met me wilde,’’ zei de vader, “Tom heeft een ziekte, weet ik veel, stierf hij maar, een soort kanker in zijn darmen of zo, en dus moet ze voor hem zorgen en dat ze dan ook van mij houdt, leidt haar af… Zoiets.’’
“Begrijp ik wel,’’ zei de zoon.
“Ik begrijp het niet!’’ zei z’n vader.
“Misschien houdt ze van jou, maar kan ze oom Tom niet in de steek laten.’’
“Vind ik best. Dat kunnen Catherine en ik toch wel een soort verhouding hebben?’’
“Een soort verhouding, pap?’’ Het woord “soort”gaf hij een nadruk waarin een oordeel niet helemaal verstopt was.
Z’n vader wist waarschijnlijk geen goed antwoord en zei: “Na de dood van je moeder wilde ik zelf ook het liefste dood. Ik hoopte elke nacht dat ik ook zou sterven, in m’n slaap. Maar Catherine… hoe moet ik het zeggen… droogde m’n tranen, kuste me en…’’
“Ik hoef het niet te horen, pap.’’
Het leek of het verdriet van zijn vader op hem oversloeg. Had hij maar een tante Catherine.
“Je komt er wel overheen, pap.’’
“Ik wil er niet overheen komen.’’
“Doe niet zo raar.’’
“Ik meen het, ik wil het niet! Ik weet dat het moeilijk voor jou is om te horen, want jij bent mijn zoon. En mamma was… Maar ik vind dit verdriet erger dan toen je moeder was overleden. Dit was echte liefde met Catherine… Je bent oud genoeg om het te horen en te beseffen. Over een echte liefde wil je niet heenkomen.’’
“Dan blijf je dus liefdesverdriet houden.’’
“Ja, tot mijn dood. Dat is het minste wat ik voor mezelf kan doen…’’





L e e s die roman! Holman is de basso continuo van onze tijd.